line
tpd-consultatie krijgt 80 000 reacties-1

TPD-consultatie krijgt 80.000 reacties

Dossier: Lobby in Europa

donderdag 18 juni 2026

De internetconsultatie in verband met de herziening van de EU-Tabaksproductenrichtlijn leverde 80.000 reacties op. Uit Nederland kwamen bijna 800 reacties, waarvan een deel herkenbaar als voorgekookt. Rookpreventie Jeugd weerlegde een aantal vaste argumenten van de tabaksindustrie.

Door de webredactie

De Call for evidence van de Europese Commissie in verband met de herziening van de Europese Tabaksproductenrichtlijn heeft rond de 80.000 reacties opgeleverd, een record. De meeste reacties kwamen uit Roemenië (9.847), Brazilië (8.854), Griekenland (7.837), Polen (7.388), Litouwen (6.142), Italië (5.856) en Tsjechië (5.301). Uit andere landen kwamen minder dan 5.000 reacties. Het is duidelijk dat veel reacties zijn georkestreerd door belangengroepen en bedrijven.

Vanuit Nederland ontving de Commissie 787 reacties. Daaronder reacties van brancheorganisaties VSK en NSO Retail, e-sigaretgroothandel UEG en supermarktketen SPAR. Ook flink wat individuele tabakswinkeliers reageerden op de consultatie.

Campagne van PMI

Anderhalve week voor de sluiting van de consultatie, afgelopen maandag, ontstond in Nederland ophef over een campagne van tabaksfabrikant Philip Morris waarin werd opgeroepen om via een speciale campagne-website AI-gestuurde reacties in te sturen naar de consultatie. Artsen dienden daartegen klachten in bij de Reclame Code Commissie, de Autoriteit Persoonsgegevens en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Te oordelen naar de aantallen reacties zijn in andere landen vergelijkbare campagnes gevoerd.

Voorgekookte reacties

Verschillende reacties uit Nederland van particulieren zijn te herkennen als voorgekookt, doordat steeds dezelfde bewoordingen worden gebruikt. Bijvoorbeeld de berichten die beginnen met “Ik hoop dat dit bericht u in goede gezondheid treft. Ik neem contact op om mijn gedachten te delen over de Richtlijn Tabaksproducten van de Europese Unie, met name wat betreft traditionele sigaretten en de bredere implicaties voor de keuzevrijheid van volwassenen en de markt.” Of “Het is tijd dat we serieus kijken naar het beleid rondom onze keuzes, vooral als het gaat om tabaksproducten.”

Ook Nederlander met zorgen

Maar er zijn ook Nederlanders die hun zorgen over de invloed van de tabaksindustrie uiten. Rein Putkamer schrijft: “Het is hoog tijd dat we de greep van de tabaksindustrie op beleidsbeslissingen aanpakken.” En “De huidige situatie, waarbij commerciële belangen de adviezen van medische professionals en wetenschappelijk onderzoek lijken te overschaduwen, is zorgwekkend.”

‘Manipulatie kinderen is hartverscheurend’

En Annelies Duchemin beschrijft tabaksconsumptie als “een monster dat de grootste vermijdbare doodsoorzaak in Europa is.” Over kinderen die ten prooi vallen aan nicotineverslaving schrijft zij: “Het is hartverscheurend om te zien hoe ze worden gemanipuleerd om producten te kopen, terwijl we zoveel meer zouden kunnen doen om dit te voorkomen. Daarom ben ik volledig voorstander van verdere beperkingen op tabaksproducten zoals traditionele sigaretten, shagsigaretten, verhitte tabaksproducten, sigaren en cigarillo’s, nicotinezakjes en e-sigaretten.”

Meedogenloze druk van industrie

Een anonieme inzender stelt: “Het is tijd dat we een standpunt innemen tegen de meedogenloze druk van de tabaksindustrie, vooral als het gaat om e-sigarettenproducten. Het is ontmoedigend om te zien hoe zij winst blijven maken, ogenschijnlijk zonder enige zorg voor het welzijn van onze jeugd.”

VWS pleit voor striktere regels

Het ministerie van VWS stuurde een reactie waarin wordt gepleit voor smaakverboden voor alle nicotineproducten, een verbod op nicotinezakjes en alle toekomstige producten die nicotine bevatten zonder tabak, striktere regels voor inhaleerbare nicotineproducten zonder tabak, een andere meetmethode voor TNCO-waarden in de emissies van sigaretten, beleid dat specifiek op jongeren is gericht, striktere promotieverboden en restricties aan onnodige functies (bijvoorbeeld LED-schermpjes op e-sigaretten) van nicotineproducten als e-sigaretten en verhitte tabak.

Reacties van gezondheidsorganisaties

Vanuit Nederlandse gezondheidsorganisaties zijn bijdragen ingestuurd door de Gezondheidsfondsen voor Rookvrij, het Trimbos-instituut en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Rookpreventie Jeugd greep de gelegenheid aan om een aantal veelgebruikte argumenten van de tabaksindustrie te ontkrachten. Hieronder de volledige reactie.

Reactie Rookpreventie Jeugd op de herziening van de Tabaksproductenrichtlijn (TPD)

Net als bij eerdere herzieningen van de Tabaksproductenrichtlijn is ook nu sprake van intensieve belangenbehartiging door de tabaks- en nicotine-industrie. Daarbij worden regelmatig claims gedaan over de vermeend sterk verminderde schadelijkheid van alternatieve nicotineproducten, zoals e-sigaretten, verhitte tabaksproducten en nicotinezakjes. Ook wordt gesteld dat deze producten effectieve hulpmiddelen zijn om te stoppen met roken.

Gelet op het belang van een zorgvuldige en op wetenschappelijke evidentie gebaseerde herziening van de TPD, achten wij het van belang enkele veelgebruikte argumenten in dit debat nader te duiden.

Ten eerste, de onderbouwing van de ‘95 procent minder schadelijk’-claim

De veel geciteerde stelling dat e-sigaretten 95 procent minder schadelijk zouden zijn dan conventionele sigaretten vindt haar oorsprong in een in 2013 georganiseerde expertbijeenkomst in het Verenigd Koninkrijk. Daar is zonder systematische empirische onderbouwing een kwantitatieve inschatting van relatieve schadelijkheid gemaakt. Deze schatting is sindsdien veelvuldig gebruikt in marketing en beleidsbeïnvloeding.

In recente wetenschappelijke publicaties worden echter duidelijke kanttekeningen geplaatst bij deze kwantificering. Er wordt gewezen op onzekerheden over langetermijneffecten, op cardiovasculaire en pulmonale risico’s en op verhoogde gezondheidsrisico’s bij gecombineerd gebruik van sigaretten en e-sigaretten, het zogenoemde dual use.

De in bijlage 1 opgenomen gegevens uit 2024 laten zien dat de gezondheidsbelasting van e-sigarettengebruik niet verwaarloosbaar is en dat gecombineerd gebruik gepaard gaat met aanzienlijke risico’s. Dit onderstreept dat een eenduidige kwantitatieve reductieclaim, zoals 95 procent minder schadelijk, wetenschappelijk onvoldoende robuust is om als basis voor regulering te dienen. Voorzichtigheid en toepassing van het voorzorgsbeginsel zijn daarom gerechtvaardigd.

Ten tweede, de effectiviteit van e-sigaretten als rookstopmiddel

In het publieke debat wordt vaak gesteld dat e-sigaretten primair bedoeld zijn als hulpmiddel bij het stoppen met roken. De wetenschappelijke evidentie hierover is echter gemengd en sterk afhankelijk van de context.

De in bijlage 2 opgenomen gegevens, gepresenteerd tijdens de European Conference on Tobacco and Health in Milaan in mei 2026, laten zien dat onder rokers die met behulp van een e-sigaret een stoppoging ondernemen een substantieel deel blijft steken in gecombineerd gebruik, een meerderheid terugvalt naar uitsluitend sigarettengebruik, een klein percentage volledig overstapt op e-sigaretten en slechts een zeer beperkt aandeel volledig stopt met zowel roken als e-sigarettengebruik.

Deze bevindingen suggereren dat in de praktijk het merendeel van de gebruikers nicotine blijft consumeren, zij het in verschillende vormen. Dat roept vragen op over de rol van vrij verkrijgbare e-sigaretten als populatiebreed rookstopinstrument. Indien producten daadwerkelijk als stophulpmiddel worden gepositioneerd, ligt een reguleringskader in lijn met geneesmiddelenwetgeving of medische hulpmiddelenregelgeving meer voor de hand dan algemene consumentenmarktregulering.

Ten derde, de aantrekkelijkheid voor jongeren

Internationale gegevens, onder meer van de Wereldgezondheidsorganisatie, laten zien dat het gebruik van e-sigaretten onder jongeren in veel landen aanzienlijk is en in sommige gevallen hoger ligt dan onder volwassenen.

Productkenmerken zoals zoete en fruitige smaakvarianten, felle kleuren, disposable ontwerpen en intensieve online marketing vergroten aantoonbaar de aantrekkelijkheid voor minderjarigen. Recente wetenschappelijke literatuur wijst erop dat deze ontwikkeling samenhangt met marktstructuren en commerciële prikkels binnen de nicotine-industrie.

Het voorkomen van nicotineverslaving onder jongeren dient daarom centraal te staan in de herziening van de TPD. Dat kan onder meer door uitbreiding van het smaakverbod tot alle nicotineproducten, door beperking van productkenmerken die de aantrekkelijkheid vergroten en door strikte regulering van marketing en digitale promotie.

Ten vierde, verhitte tabaksproducten

Ook ten aanzien van verhitte tabaksproducten worden claims gedaan over substantiële risicoreductie. Onafhankelijke analyses, waaronder van het Trimbos-instituut uit 2025, wijzen erop dat bij verhitting nog steeds schadelijke stoffen vrijkomen, mede als gevolg van incomplete verbranding.

Recent promotieonderzoek uit 2026 concludeert dat verhitte tabaksproducten geen veilig alternatief voor roken vormen. Hoewel het risicoprofiel kan verschillen van dat van conventionele sigaretten, rechtvaardigt dit geen versoepelde regulering. Het is daarom van belang dat verhitte tabaksproducten volledig onder de TPD blijven vallen, inclusief gezondheidswaarschuwingen, smaakbeperkingen en reclameverboden.

Ten vijfde, sigarettenfilters en meetmethoden

Sigarettenfilters verminderen de daadwerkelijke gezondheidsrisico’s van roken niet. Tegelijk zorgen weggegooide peuken met filters voor een gigantische milieubelasting. Net als de Nederlandse overheid is Rookpreventie Jeugd daarom voorstander van een Europees verbod op alle sigarettenfilters.

Ingeval zo’n verbod niet haalbaar zou blijken, pleit Rookpreventie Jeugd voor herziening van artikel 4 van de TPD onder verwijzing naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, onder meer in zaken C 160/20 en C 155/24, waarin is bevestigd dat de huidige meetmethode voor TNCO-emissies tekortkomingen kent. Rookpreventie Jeugd dringt er dan op aan over te stappen op een meetmethode die het werkelijke rookgedrag beter benadert, zoals de WHO TobLabNet SOP1-methode. Dit draagt bij aan grotere transparantie en betere bescherming van consumenten.

Conclusie

De herziening van de TPD biedt een belangrijke gelegenheid om het Europese tabaks- en nicotinebeleid toekomstbestendig te maken. Daarbij is het essentieel dat beleidsvorming plaatsvindt op basis van onafhankelijke wetenschappelijke evidentie, dat kwantitatieve claims over risicoreductie kritisch worden beoordeeld, dat jongerenbescherming centraal staat en dat het voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij onzekerheid over langetermijneffecten.

Gezien de omvang van de commerciële belangen is het bovendien van groot belang dat besluitvorming plaatsvindt in overeenstemming met artikel 5.3 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, dat bescherming tegen industrie-invloed voorschrijft.

Op de hoogte blijven van het nieuws rond de herziening van de TPD? Meld je aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief van TabakNee.

tags:  TopLabNet-methode | Rookpreventie Jeugd | TPD | internetconsultatie | stoppen met vapen | stoppen met roken | e-sigaret | verhitte tabak | tabakslobby | EU