RPJ vraagt Kamerfracties FCTC-artikel 5.3 te omarmen
woensdag 18 februari 2026
Rookpreventie Jeugd nodigt alle fracties in de Tweede Kamer uit om zich expliciet te committeren aan antilobby-artikel 5.3 in het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Met zo’n verklaring laten fracties zien dat zij de deur gesloten houden voor de tabakslobby. In het Europees Parlement hebben EP-leden ook een oproep gedaan artikel 5.3 te respecteren.
Door de webredactie
Rookpreventie Jeugd heeft alle fracties in de Tweede Kamer gevraagd een verklaring te ondertekenen dat zij geen contacten met de tabaksindustrie onderhouden. Met die verklaring geven de fracties aan dat zij zich zullen houden aan artikel 5.3 van het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de richtlijnen voor de implementatie daarvan. Dit artikel heeft als doel invloed van de tabaksindustrie op de vorming van tabaksbeleid tegen te gaan.
De volledige tekst van artikel 5.3 luidt: “Bij de vaststelling en uitvoering van hun volksgezondheidsbeleid met betrekking tot tabaksontmoediging, nemen Partijen, in overeenstemming met het nationaal recht, maatregelen om dit beleid te beschermen tegen commerciële en andere gevestigde belangen van de tabaksindustrie.” Dit artikel is opgenomen in het Kaderverdrag, omdat maatregelen om het tabaks- en nicotinegebruik tegen te gaan stelselmatig door de lobby van de tabaksindustrie worden tegengewerkt.
Uitzonderlijke bepaling
Er is geen enkele andere industrie waarvoor zo’n internationaal antilobby-voorschrift is opgesteld. Dat dit voor de tabaksindustrie wel bestaat heeft een goede reden. De tabaksindustrie is immers een uitzonderlijke industrie waarvoor dan ook deze uitzonderlijke bepaling is vastgelegd in een uitzonderlijk verdrag. De tabaksindustrie is de enige industrie ter wereld die een verslavend consumentenproduct op de markt brengt waarvan de helft tot tweederde van de gebruikers voortijdig overlijdt. Miljoenen mensen worden ziek door tabaksgebruik en elk jaar sterven 7 tot 8 miljoen mensen wereldwijd eraan. Geen enkele andere FMCG-industrie verkoopt producten die zo verslavend en tegelijk zo dodelijk zijn. Het FCTC-verdrag is daarom het enige internationale gezondheidsverdrag dat een industrie van consumentenproducten betreft.
5.3 geldt ook voor parlementariërs
De kern van artikel 5.3 is dat bestuurders, ambtenaren én volksvertegenwoordigers de tabakslobby geen enkele kans moeten geven om het tabaksbeleid te beïnvloeden. In Nederland is pas tien jaar na ondertekening van het verdrag inhoud gegeven aan dit artikel door een opdracht van de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid om alle ambtelijke contacten met de tabaksindustrie te verbieden.
Rookpreventie Jeugd is, hierin ondersteund door de WHO en ook door het ministerie van VWS, van mening dat dit verbod zich ook moet uitstrekken tot parlementariërs, omdat zij bij uitstek de makers van beleid zijn, waarover zij immers het laatste woord hebben. De richtlijn van de WHO voor de toepassing van artikel 5.3 is hier ook helder over: dit artikel geldt zowel de uitvoerende, wetgevende als de juridische macht.
Heel recent hebben Denemarken, IJsland en Noorwegen een gezamenlijke leidraad voor implementatie van artikel 5.3 aangenomen, waarin expliciet is opgenomen dat ook parlementsleden geen contacten met de tabaksindustrie mogen onderhouden.
Als niet de hele Kamer, dan de fracties
In 2021 is deze discussie al eens gevoerd in de Tweede Kamer, zonder dat artikel 5.3 bindend werd verklaard voor de gehele Kamer. Rookpreventie Jeugd bewandelt daarom nu een andere weg door alle fracties van de in november aangetreden nieuwe Tweede Kamer op te roepen om een verklaring te ondertekenen waarin zij aangeven WHO FCTC artikel 5.3 te respecteren, geen contacten te onderhouden met vertegenwoordigers van de tabaks- en nicotine-industrie en het tabaksbeleid te beschermen tegen de invloed van die industrie. Dit geldt niet alleen alle leden van de fractie, maar ook fractiemedewerkers en -staf.
De fracties hebben tot 1 maart om te reageren.
Ook een oproep in het Europees Parlement
Ondertussen schreef het Spaanse lid van het Europees Parlement (EP), Nicolás Gonzáles Casares (S&D, PSOE) samen met collega Tilly Metz (De Groenen) uit Luxemburg een brief aan de President van het Europees Parlement, Roberta Metsola, met de dringende oproep om artikel 5.3 op te nemen in het procedurereglement van het EP. Aanleiding voor de brief, zo schrijft Gonzáles Casares op LinkedIn, is het feit dat in minder dan twee jaar volgens hem al 257 ontmoetingen van tabakslobbyisten met Europarlementariërs zijn geregistreerd. TabakNee telde er in ons overzicht van Lobbycontacten in het EP per 18 januari overigens al 275 sinds het huidige parlement in juni 2024 in sessie kwam.
Gonzáles Casares beschrijft zijn zorgen over de enorme toename in het gebruik van e-sigaretten en andere nicotineproducten en stelt “Europese wetgeving moet de volgende generatie beschermen, niet de deur openzetten voor commerciële belangen.”
De brief, in zijn geheel gedeeld bij de LinkedIn-post, vraagt behalve om opname van 5.3 in de procedureregels ook om een specifiek registratiesystem voor lobbyactiviteiten in relatie tot de tabaksindustrie waarbij eerbiediging van de richtlijnen voor implementatie van artikel 5.3 vereist is.
De brief is door een 40-tal EP-leden van de fracties van De Groenen, Renew Europe en The Left mede-ondertekend. Van de christendemocratische EPP, de grootste fractie in het EP, taal nog teken, schrijft Gonzáles Casares.
Op de hoogte blijven van al het tabakslobbynieuws? Meld je aan voor de tweewekelijkse nieuwsbrief van TabakNee.
tags: tabaksontmoediging | tabakslobby | Rookpreventie Jeugd | WHO | Artikel 5.3 | FCTC-verdrag | Tweede Kamer





Stichting Rookpreventie Jeugd is geregistreerd als Algemeen Nut Beogende Instelling (RSIN: 820635315 | KvK: 34333760).