line
ah gaat alleen voor winst-1

Hypocriete topman Ahold pleit voor gezonde producten maar wil tabak niet kwijt

woensdag 07 oktober 2020

OPINIE
In tv-programma Buitenhof liet Frans Muller, CEO van Ahold Delhaize, weten dat hij tabak niet uit de schappen wil halen, omdat rokers niet alleen sigaretten kopen maar ook levensmiddelen. Tabak is een serviceproduct volgens hem. En dat terwijl de meerderheid van de Nederlanders vindt dat het aantal tabaksverkooppunten moet verminderen.

Door Frits van Dam

Nadat Frans Muller, CEO van Ahold/Delhaize in Buitenhof van zondag 4 oktober uit de doeken deed hoe het moederbedrijf van onder meer de Albert Heijn probeert om haar klanten gezonde keuzes te laten maken en de voedingsmiddelen minder suiker, vet en zout te laten bevatten, vroeg presentator Pieter Jan Hagens: “Waarom verkoopt u dan nog sigaretten, eigenlijk?”

Deze vraag komt niet uit de lucht vallen, want sigaretten zijn een belangrijk product voor de supermarkten ‘Tabaksomzet in supers knalt door de € 2 miljard’, meldde Distrifood in 2019. ‘De groei wordt veroorzaakt door hogere prijzen en meerverkoop’, vervolgde het nieuwsbericht.
De supermarkten blijven verkoopkanaal nummer één van tabakswaren. Volgens Distrifood steeg de omzet in 2018 naar 2,031 miljard euro. Ten opzichte van 2017 gaat het om een stijging van 77 miljoen euro (+ 3,9 procent). Ook bij tankstations steeg de tabaksomzet licht met 0,5 procent naar 1,4 miljard euro.

Niet gezond

Muller moest toegeven dat sigaretten niet gezond zijn en haastte zich te zeggen dat hij er al veel aan doet om sigaretten minder aantrekkelijk te maken: de rookwaren zijn per 1 juli afgedekt, de neutrale verpakkingen zijn in aantocht en hij geeft zijn 100.000 Nederlandse werknemers cursussen om van het roken af te komen.

Met andere woorden, behalve die rookstopcursussen voert Ahold dus gewoon de door de overheid voorgeschreven maatregelen uit, maar verder onderneemt de grootgrutter geen directe actie om te stoppen met de verkoop van sigaretten. Of toch? Muller: “tegelijkertijd zijn we met de staatssecretaris in gesprek om het roken verder terug te dringen, en als daar het aantal verkopen terugdringen bij hoort, dan zijn we daar een goede gesprekspartner voor.” Maar dat is opmerkelijk, want overleg tussen Ahold – de belangrijkste retailer binnen de tabaksbranche – en de staatssecretaris is in strijd met het internationale antirookverdrag FCTC, en in het bijzonder artikel 5.3, waarin staat dat de tabaksbranche geen invloed mag uitoefenen op het tabaksbeleid.

Motie

Dat de overheid praat met supermarkten komt door een motie van CDA en CU waarin staat dat de Tweede Kamer wil dat supermarkten en tankstations zo snel mogelijk stoppen met de verkoop van rookwaren. Het kabinet krijgt in die motie de opdracht daarover met de bedrijven in gesprek te gaan en anders wettelijke maatregelen te nemen. Maar als de regering wat meer bij de pinken was geweest, had zij deze motie naast zich neergelegd, want in strijd met het FCTC-verdrag. Zij mag, hoge uitzonderingen daargelaten, helemaal niet met vertegenwoordigers van de tabaksbranche praten. De overheid had er goed aan gedaan alleen het tweede deel van de motie uit te voeren, namelijk het nemen van wettelijke maatregelen om tabak uit de supermarkten te weren.

Gelijk speelveld

Muller merkte in Buitenhof op dat het om een gelijk speelveld moet gaan: alle tabaksverkopers zouden dezelfde maatregelen moeten doorvoeren. Terwijl de meeste tabak bij de supermarkten verkocht wordt en de supermarkten juist tal van andere producten hebben om geld aan te verdienen waar de tabaksspeciaalzaken dat niet hebben.

Presentator Hagens wierp tegen dat dat opmerkelijk is als Muller de gezondheid van klanten belangrijk vindt. Hagens: “Lidl houdt met de sigarettenverkoop op. Kruidvat en Trekpleister houden ermee op. Waarom de Albert Heijn niet?” Muller viel terug op de keuzevrijheid van de klant. En herhaalde nog maar eens dat hij in gesprek is met staatssecretaris Blokhuis.

“Is het zo dat de klant wegblijft als u die rookwaren niet meer verkoopt?” vroeg Hagens. Uit het antwoord van Muller bleek dat daar de crux zit. Dat rokers naar de supermarkt komen om naast sigaretten ook levensmiddelen in te slaan en dat als de rookwaar wegvalt, de omzet van die levensmiddelen wellicht naar andere winkels verdwijnt. Daarom bleef hij terugkomen op het gelijke speelveld “tussen supermarkten, benzinestations en anderen”. Ook noemde hij tabak een serviceproduct.

Algeheel verbod

Muller luistert liever naar zijn aandeelhouders dan naar klanten. Uit een onderzoek van I&O Research dat vorige maand is gepresenteerd bleek dat tweederde van de Nederlanders voor de vermindering van de tabaksverkooppunten is. En dit weekend blijk uit een peiling van Hart van Nederland zelfs dat 40 procent van de Nederlanders voor een algeheel verbod op tabak is.

Tabak is een product dat verslaafde rokers naar de supermarkten lokt, waardoor ze hun gezondheid verder om zeep helpen: een serviceproduct van de dood.

tags:  AH | inperking verkooppunten | supermarkt | tabaksverkoop | uitstalverbod