line
tobacco interference index 21-1

Global Tobacco Index: Nederland is op de goede weg, maar moet alert blijven

dinsdag 02 november 2021

UPDATE 10-11-2021
De Nederlandse overheid is er in 2020 redelijk in geslaagd om de tabaksindustrie op afstand te houden. Dat blijkt uit de Global Tobacco Industry Interference Index 2021 waarop Nederland wereldwijd op de zesde plek staat. Maar Marc Willemsen van het Trimbos-instituut waarschuwt ook, want er is nog altijd onwenselijk contact tussen de douane en de tabaksindustrie.

Door de webredactie

“De overheid moet alert blijven op de tabakslobby”, schrijft het Trimbos-instituut in een persbericht naar aanleiding van de Global Tobacco Index 2021, die vandaag verschijnt. In opdracht van de Gezondheidsfondsen voor Rookvrij onderzocht het Trimbos-instituut voor die index in welke mate de tabaksindustrie tussen januari 2020 en april 2021 invloed op het overheidsbeleid wist uit te oefenen. Nederland staat wereldwijd op de zesde plek (van de tachtig) en zelfs op de derde plek als het alleen om de Europese lidstaten gaat (waarvan er zestien aan de index meedoen). De internationale index wordt samengesteld door het Global Center for Good Governance in Tobacco Control (GGTC), een onderdeel van de internationale tabakslobbywaakhond STOP (Stopping Tobacco Organizations and Products) global tobacco industry watchdog. De GGTC stelt de lijst samen op basis van input uit de aangesloten landen.

Belang industrie gaat in tegen volksgezondheid

Nederland is verplicht om de industrie op een afstand te houden, omdat ze het internationale antirookverdrag FCTC van de Wereldgezondheidsorganisatie heeft geratificeerd. In artikel 5.3 van dat verdrag staat dat de overheid geen contact met de industrie mag hebben als ze nieuw antirookbeleid maakt. De industrie heeft een ander belang dan de volksgezondheid, omdat ze zeer verslavende producten verkoopt die schadelijk zijn voor haar klanten. Daarbij heeft de industrie van oudsher een enorme lobby ingezet om antirookmaatregelen tegen te houden, te vertragen of af te zwakken, zodat ze zo lang mogelijk zo veel mogelijk geld kan blijven verdienen ten koste van de volksgezondheid.

Tot 2013 bleek de tabaksindustrie kind aan huis te zijn op de Nederlandse ministeries. Pas nadat Rookpreventie Jeugd een rechtszaak aanspande waarmee ze eiste dat de Nederlandse staat zich aan de bepalingen in het FCTC-verdrag zouden gaan houden, kwam er verandering in de omgang met de industrie. Toenmalig staatssecretaris Van Rijn voerde een transparantieregister in waarop de overheid uit eigen beweging documenten zou publiceren over het contact met de industrie. Voor die tijd werden die documenten alleen vrijgegeven als er een Wob-verzoek was gedaan (bijvoorbeeld door deze site). Ook liet Van Rijn een protocol opstellen voor ambtenaren over hoe ze met de tabaksindustrie om moesten gaan en stuurde hij brieven naar alle lagen van de overheid om te wijzen op de bepalingen in het FCTC-verdrag en de afstand die de overheid tot de industrie moet houden.

Transparantieregister nog niet goed gebruikt

Uit de openbare bronnen als het transparantieregister blijkt volgens het Trimbos-instituut dat er in 2020 geen contact is geweest tussen de overheid en de tabaksindustrie. “Dat is goed nieuws”, zegt Marc Willemsen van het Trimbos. Al merkt hij ook op dat uit het onderzoek blijkt dat het transparantieregister nog niet goed gebruikt wordt. Willemsen: “Sommige documenten zijn pas negen maanden na een overleg online geplaatst. Hierdoor is het lastig te achterhalen of de industrie invloed heeft gehad.”

Douane en tabaksindustrie werken nog samen

Verder wijst hij op de ruimte voor verbetering die er is in het contact tussen de douane en de tabaksindustrie. Zij werken namelijk samen, vooralsnog voor onbepaalde tijd, om fraude en smokkel van tabaksproducten tegen te gaan. Dat is ongebruikelijk én onwenselijk volgens Willemsen. “De douane is onderdeel van het ministerie van Financiën, waar ook besloten wordt over de tabaksaccijns”, legt hij uit. “Accijns is een belangrijk onderdeel van het Nationaal Preventieakkoord. Het is dus zeer onwenselijk dat er aan de ene kant afspraken zijn met de tabaksindustrie en er aan de andere kant tegen gestreden wordt: in hetzelfde ministerie! De samenwerkingsafspraken die zijn gemaakt moeten dus (verder) gelimiteerd worden.”

Vorig jaar werd het contact tussen de tabaksindustrie en de douane voor de Tobacco Interference Index ook aangemerkt als problematisch. De overheid heeft er blijkbaar weinig aan gedaan om dat te veranderen.

Industrie zoekt telkens nieuwe wegen

Willemsen waarschuwt de overheid om niet op haar lauweren te rusten nu ze relatief goed presteert op de Index. “De tabaksindustrie zoekt telkens nieuwe manieren om het publiek, en dus ook politici, te bereiken”, zegt Willemsen. “Zo hebben ze dit jaar politici proberen te bereiken met een nieuwe campagne waarbij het lijkt alsof de tabaksindustrie mensen wil helpen van het roken af te komen. Politici moeten zich realiseren dat de tabaksindustrie nooit een deel van de oplossing is. Zij hebben altijd andere belangen.”

UPDATE 10-11-2021

De hoofdauteur van de Global Tobacco Interference Index stelt dat de tabaksindustrie de coronapandemie heeft gebruikt om extra te kunnen lobbyen. Dat deed ze bijvoorbeeld door aan liefdadigheid te doen in de hoop haar imago te veranderen en een partner van de overheid te worden, terwijl die het contact met de industrie juist moet vermijden.

tags:  douane | FCTC-verdrag | GGTC | Global Tobacco Index | STOP | tabakslobby | Transparantieregister | Trimbos