line

Tabakswinkeliers willen in gevlei komen bij politiek

zondag 28 december 2014

OPINIE
De organisatie van kleine tabakswinkeliers, genaamd de NSO, schreef onlangs een brief aan de politiek. De retailers doen geweldig hun best om de leeftijdsgrens te handhaven en staatssecretaris Martin van Rijn moet toch echt eens met ze praten. Waarom het belangrijk is hier geen gehoor aan te geven.

Door Frits van Dam

Vlak voor het kerstreces ontving staatsecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn een wat klagerige brief van de NSO, de brancheorganisatie voor de tabaksdetailhandel die de belangen van de kleine tabakswinkel zegt te behartigen. De brief van 15 december en ondertekend door NSO-voorzitter Jos Zuijdwijk, ging overigens ook naar andere ministeries en naar alle politieke partijen. Het onderwerp: de handhaving van de leeftijdsgrens en de rol van de tabakswinkelier daarbij. Aan jongeren onder de 18 mag je geen tabak verkopen.

In haar brief benadrukt de NSO dat ze haar stinkende best doet om tegemoet te komen aan deze wettelijke eis. Wij helpen u om de leeftijdgrens te handhaven uwe excellentie de staatssecretaris, wilt u niet eens met ons praten? Sterker, we hadden u uitgenodigd voor een bezoekje aan onze vakbeurs en u hebt niet eens geantwoord. In het najaar van 2013 mochten we nog op het ministerie meedenken over de NIX18 campagne. Nu blijft het stil. De NSO stelt dat de overheid dringend naar de tabaksverkopers moet luisteren. "Immers de retail heeft het direct contact met de jongeren en moet ook handhaven."

Bang?

Bent u soms bang om internationale verdragen te overtreden? Vraagt NSO zich hardop af in de brief. Nederland heeft het internationale antirookverdrag FCTC van de Wereldgezondheidsorganisatie ondertekend en moet daarom de tabaksindustrie en haar lobbyisten op veilige afstand houden als zij volksgezondheidswetgeving maakt.

U hoeft echt niet bang te zijn dat u dit verdrag overtreedt als u met ons communiceert, stelt de brancheorganisatie. De NSO schrijft dat ze een "onafhankelijke belangenorganisatie van ondernemers in de tabaksdetailhandel" is en daarom "niet onder de werkingssfeer van dit verdrag" valt.

Pardon, een "onafhankelijke" belangenorganisatie? Als er één organisatie intensieve banden heeft met de tabaksindustrie, dan zijn het wel de verkopers van tabak, de NSO voorop. Als je de banden van de NSO en in feite met alle wederverkopers van tabak met de tabaksindustrie nader beschouwt, zie onze 11-delige serie "Postbus 262 - Het Tabakssyndicaat en de kleine winkelier" , dan valt op hoe al deze organisaties in een onontwarbare kluwen van tabaksbelangenorganisaties zitten die van dezelfde postbus gebruik maken. De NSO zit daarbij zelfs met grote tabaksfabrikanten in het bestuur van een fonds dat FSIT heet (Fonds Samenwerking Industrie en Tabaksdetailhandel) en krijgt zo tabaksgeld toegespeeld.

In Vrij Nederland is aangetoond dat de kleine tabakswinkelier wereldwijd door Big Tobacco naar voren wordt geschoven als een soort van mascotte. Bij campagnes tegen plain packaging en tegen hoge accijnzen, moeten hun organisaties protesteren. In de serie Postbus 262 op deze site is verder aangetoond dat de NSO verknoopt is met de supermarkten, zie bijvoorbeeld ons profiel van Janwillem Burgering.

Braafste jongetje

In haar brief loopt NSO ermee te koop dat ze het braafste jongetje in de klas is. Via een e-learningmodule helpen zij bijvoorbeeld de bij hen aangesloten leden bij het opleiden van personeel in het omgaan met de leeftijdsgrens. De NSO heeft zelfs een onderzoek geïnitieerd om na te gaan hoe het met de leeftijdshandhaving is gesteld en daaruit zou blijken dat het de goeie kant uitgaat. De NSO zegt daarbij niet dat minderjarige jongeren nog steeds een zeer grote slagingskans hebben als ze tabak willen kopen. Uit onderzoek van dr. Joris van Hoof van de Universiteit Twente blijkt dat als jongeren weten waar ze een kans van slagen hebben, zij daar meerdere keren en waarschijnlijk in grotere getale een aankoop zullen doen, dan bij een winkel waarbij ze geen aankoop kunnen doen.

En last but not least, de NSO heeft zelf alvast 1100 leeftijdsscanners aangeschaft voor haar leden. De zogenoemde ID-Reader is een apparaat waar een koper alleen maar z'n identiteitskaart doorheen hoeft te halen, zodat de caissière meteen weet of de persoon voor haar toonbank meerderjarig is. Een methode die onlangs in de overzichtsstudie Leeftijdsverificatie In het Vizier van het Trimbos-instituut als ineffectief werd bestempeld (blz. 24): er valt mee te frauderen, waardoor minderjarige jongeren nog altijd een aankoop kunnen doen.

Je zou denken dat de NSO een systeem aanschaft voor haar leden dat wél effectief is, als zij daadwerkelijk wil dat er geen tabak meer wordt verkocht aan jongeren. Waarom de NSO vol inzet op een fraudegevoelig apparaat, schrijft ze er in haar brief niet bij.

Staatsloterij

De NSO hoefde deze apparaten overigens niet geheel uit eigen zak te betalen, want gelukkig waren de tabaksfabrikanten, de Staatsloterij en de Lotto zo vriendelijk financieel bij te dragen. Juist, de tabaksfabrikanten geven financiële steun aan de aanschaf van een apparaat dat niet effectief is. Het belang van de fabrikanten is immers dat jongeren gaan roken, omdat hun producten de helft van hun gebruikers doden en ze nieuwe klanten nodig hebben. Hoe jonger verslaafd, hoe moeilijker om te stoppen, hoe langer de fabrikanten kunnen verdienen aan deze rokers.

Opvallend in het rijtje financiers van de ID-reader is de Staatsloterij, een organisatie die onder het ministerie van Financiën valt. De overheid overtreedt hierdoor onmiskenbaar het internationale antirookverdrag FCTC, omdat zij op deze manier niet alleen open staat voor de tabakslobby, maar zelfs met haar samenwerkt. En dat is de reden waarom Stichting Rookpreventie Jeugd eerder al heeft besloten de staat te dagvaarden.

Aan het eind van de NSO-brief wordt weer duidelijk hoe verknoopt de kleine tabakswinkeliers zijn met de supermarkten. De tabakswinkeliers doen namelijk een dringend beroep op de overheid om tot een streng handhavingsbeleid te komen, want als bij een benzinestation of supermarkt om de hoek niet zo nauwlettend op leeftijd wordt gelet, dan krijg je oneerlijke concurrentie. Maar ze spreken nergens over het feit dat handhaven in Nederland een vrijwel onuitvoerbare klus is, gezien het grote aantal verkooppunten: naar schatting 60.000. Dat valt door het handjevol controleurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) niet te inspecteren, zie dit artikel op deze site.

Gek genoeg pleit de NSO in haar brief aan de staatssecretaris niet voor het beperken van de verkoop van tabak tot de tabaksspeciaalzaken. De NSO zou daar in één keer haar concurrentie (supermarkten en tankstations) mee weg kunnen vagen en alle klandizie naar haar leden toe kunnen trekken. In Nederland wordt de meeste tabak in de supermarkten verkocht en daarna in tankstations. De tabakswinkeliers staan op de derde plaats. Als de NSO voor een vergunningstelsel zou pleiten, net als in Frankrijk waar tabak uitsluitend in speciaalzaken verkocht mag worden, zouden er ongeveer 1500 tabaksspeciaalzaken overblijven, een veel kleinere en daarmee haalbaardere groep om te controleren voor de NVWA.

Boete

Een belangrijk hulpmiddel bij het handhaven van de leeftijdsgrens is volgens NSO het invoeren van een boetesysteem. De organisatie van tabakswinkeliers haalt hiermee weer een oud paard van stal. Kinderen die ondanks een verbod toch sigaretten kopen, moeten een boete krijgen. Daar gaat een preventieve werking van uit volgens de NSO. Hoe dat dan precies in z'n werk moet gaan, zeggen ze er niet bij. Moet de caissière aan iedere jeugdige jonger dan 18 jaar die sigaretten probeert te kopen een boete opleggen? Moet er naast iedere kassa een politieagent komen te staan? Los van de onuitvoerbaarheid is het nogal een perverse redenering: eerst brengt Big Tobacco kinderen in de verleiding om tabak te kopen door ze op iedere hoek van de straat bloot te stellen aan tabaksproducten, maar als ze het wagen te kopen worden ze beboet!

tags:  fctc | handhaving | leeftijdsgrens | leeftijdsverificatiesysteem | politiek | tabakslobby