Stichting Rookpreventie Jeugd wil sjoemelsigaret aan Europese Hof voorleggen

vrijdag 15 maart 2019

Stichting Rookpreventie Jeugd (SRPJ) heeft bot gevangen bij het ministerie van VWS, waar zij bezwaar had gemaakt tegen de uitspraak van de NVWA, die weigerde om sigaretten met hogere uitstootwaarden dan wettelijk toegestaan van de markt te halen. Nu stapt SRPJ naar de bestuursrechter in Rotterdam om de uitspraak van de staatssecretaris te vernietigen en – voor het geval de rechtbank dat niet doet – te verzoeken de zaak voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie.

Door de webredactie

Inzet van deze nieuwe gerechtelijke procedure, aangespannen door mr. Phon van den Biesen voor de Stichting Rookpreventie Jeugd is om in heel Nederland de ‘sjoemelsigaret’ van de markt te halen. Sjoemelsigaretten worden zo genoemd omdat zij zo gemanipuleerd zijn dat ze als ze doorgemeten worden met de standaard in de wet omschreven ISO-methode, veel minder giftige stoffen lijken uit te stoten dan de roker werkelijk binnenkrijgt. Er is een techniek waarmee niet gesjoemeld kan worden, en die dus veel beter representeert wat een roker aan gifstoffen binnenkrijgt, de Canadian Intense (CI).
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft het sjoemelsigaret-fenomeen wetenschappelijk vastgesteld en dit in 2018 als volgt beschreven: “Teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalten die gemeten worden volgens de Canadian Intense-methode zijn minimaal twee keer zo hoog als de gehalten gemeten met de wettelijke voorgeschreven International Organization of Standardization-(ISO)-methode. In sommige gevallen liggen de gehaltes die met de CI-methode zijn gemeten zelfs tot meer dan 20 keer hoger dan die gemeten met de ISO-methode.”

In de wet verankerd

De afwijzing van het bezwaar door het ministerie van VWS was gebaseerd op het feit dat de ISO-methode in de wet is verankerd en er dus geen ruimte is voor een andere, meer valide meettechniek. Bij nadere beschouwing blijkt hier wel wat op af te dingen. De ISO-rookmachine is namelijk nergens expliciet opgenomen in de wettelijke regelingen, maar er wordt gedaan of dat wél het geval zou zijn. Met andere woorden, uitgerekend de ISO-rookmachine die bij het meten wordt gebruikt is volledig onzichtbaar in de wettelijke regelingen en komt nog niet in de buurt van de eisen die gesteld worden aan een methodiek die wettelijk verankerd hoort te zijn.
In feite heeft de overheid geen poot om op te staan als zij stelt dat de uitslag van de ISO-methodiek beslissend is voor het al of niet op de markt brengen van sigaretten. En is er dus geen wettelijk beletsel om een andere techniek toe te passen die veel beter benadert wat een roker naar binnen krijgt – de Canadian Intense-methode – en daarmee de roker te beschermen tegen de giftige dampen die sigaretten uitscheiden.

Europese regelgeving

Er zit echter nog een addertje onder het gras. De Nederlandse Tabaks- en Rookwarenwetgeving is een uitvloeisel van Europese regelgeving. Dat betekent dat, als de Nederlandse rechter de SRPJ in het gelijk stelt, er nog maar weinig gewonnen is omdat de tabaksindustrie, zodra de NVWA dreigt de sigaretten uit de verkoop te halen, stante pede naar de rechter gaat en zich op het standpunt zal stellen dat die handhavingsactie in strijd is met Europees recht.
De SRPJ zal dus naar de Europese rechter moeten om de ISO-methode te vervangen door een techniek die op een eerlijker manier meet wat een roker binnenkrijgt. De SRPJ kan echter niet rechtstreeks naar het Europese Hof gaan, daar is een omweg voor nodig via een Nederlandse rechter. De Nederlandse rechter, in dit geval de bestuursrechter in Rotterdam, moet hiertoe aan het hof van justitie van de Europese Unie vragen of zij de uitleg van de betreffende rechtsregel juist ziet, een prejudiciële vraag heet zoiets.
Wordt vervolgd!

tags:  rechtszaak | sjoemelsigaret