Inhoud klacht Stichting Rookpreventie Jeugd tegen Ombudsman inzake rookbeleid Defensie

donderdag 11 februari 2016

UPDATE 11-11-2017

Dit is de inhoud van de klacht die de Stichting Rookpreventie Jeugd op 10 februari 2016 heeft ingediend bij de Ombudsman tegen het rookbeleid van de minister van Defensie.

Verzoekschrift

Aan: De Ombudsman
Postbus 93122
2509 AC Den Haag

Van: Stichting Rookpreventie Jeugd

 

Amsterdam, 25 januari 2016

Hoogedelegestrenge heer,

Hierbij verzoeken wij u een onderzoek als bedoeld in artikel 9:18 Awb in te stellen naar de wijze waarop de Minister van Defensie (hierna: de Minister) het tabaksbeleid toepast door de verkoop toe te staan van accijnsvrije en daarmee goedkope sigaretten op NAVO-bases. Wij lichten onze klacht toe in bijgaand verzoekschrift. Wij hebben hierover op 16 maart 2015 een klacht ingediend bij De Minister (Zie bijlage 1). De Minister heeft onze klacht op 20 juli 2015 afgewezen, zich daarbij beroepend op diverse internationale verdragen (Zie bijlage 2). Wij zijn van oordeel dat onze klacht ten onrechte is afgewezen. Onze argumenten daarvoor zetten wij in ons verzoekschrift uiteen.

Verzoekster is de stichting Rookpreventie Jeugd (hierna: De Stichting). Zij heeft de navolgende statutaire doelstellingen:

• Het gebruik van tabakswaren onder in het bijzonder kinderen en jongeren te (doen) voorkomen, casu quo te beperken met als uiteindelijke doel tabaksgebruik tot geschiedenis te maken;

• Een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke bewustwording van de risico's en de gevaren van het gebruik van tabak en tabakswaren en aan het denormaliseren van het gebruik ervan tijdens in het bijzonder sociale, culturele, maatschappelijke en openbare activiteiten;

• Het verrichten van al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

Hoogachtend,

namens het bestuur van de Stichting Rookpreventie Jeugd, i.o.,

F.S.A.M. van Dam,

Secretaris.

Verzoekschrift ex artikel 9:18 Awb

Omschrijving klacht tegen de Minister van Defensie

De Stichting heeft op basis van de informatie van een klokkenluider een drietal artikelen op haar website TabakNee gepubliceerd onder de titel: 'De goedkope sigaretten van defensie'. In deze artikelen vertelde beroepsmilitair René (schuilnaam) dat op NAVO-bases in binnen- en buitenland goedkope, want belastingvrije, sigaretten kunnen worden gekocht door defensiepersoneel. Sigaretten, cigarillo's, sigaren en rooktabak vallen daaronder. Als gevolg van deze belastingvrijstelling kunnen deze rookwaren op de NAVO-bases dus vrij van accijns worden gekocht. Hierdoor wordt elk pakje erg goedkoop en dus de prikkel voor jonge militairen om te beginnen met roken sterker. Maar ook voor rokers onder de soldaten die eerder met roken gestopt zijn, ligt de verleiding op de loer, omdat zijn/haar omgeving rookt: een bekende en belangrijke factor voor terugval in het oude verslavende gedrag. Bovendien mag het personeel dat werkt op NAVO-hoofdkwartieren (het zogenaamde AFCENT-personeel), volgens de rantsoenkaart driehonderd sigaretten per week belastingvrij kopen. Dat is meer dan twee pakjes per dag.

En als het gezin van de militair meegaat op oefening, kunnen ook de gezinsleden van het belastingvoordeel gebruik maken. Gezinsleden ouder dan 17 jaar mogen volgens het overzicht tachtig sigaretten per week belastingvrij kopen. Opmerkelijk, want dat betekent dat je bij Defensie sigaretten mag kopen als je 17 jaar bent. Geldt voor Defensiepersoneel dan niet de wet die per 1 januari 2014 de verkoop van sigaretten aan jongeren onder de 18 verbiedt?

Door sigaretten tegen spotprijzen te koop aan te bieden bevordert de overheid aldus het tabaksgebruik onder Defensiepersoneel. Hoewel er geen specifieke cijfers over de Nederlandse situatie bekend zijn, is uit Amerikaans onderzoek bekend dat het aantal rokers in militaire dienst hoger ligt dan onder vergelijkbare leeftijdsgroepen en tot aanzienlijke morbiditeit en kosten leidt. Het is niet aannemelijk dat dit in Nederland anders ligt.

De Stichting heeft naar aanleiding van deze artikelen aan de Minister van Defensie een aantal vragen gesteld die kort samengevat hierop neer komen:

• Is het juist dat uw ministerie (het beginnen met) roken faciliteert door op Defensiebases in het buitenland rookwaar, accijns- en btw-vrij, te koop aan te bieden? Rookwaar kost hierdoor een fractie van de normale kleinhandelsprijs?

• Is het juist dat uw ministerie deze goedkope rookwaar verkoopt aan militairen en hun gezinsleden vanaf dat ze minimaal 17 jaar zijn?

Een kopie van de betreffende brief wordt hierbij overgelegd als bijlage 3. In reactie op deze vragen van de Stichting (zie bijlage 4) liet het ministerie van Defensie per e-mail weten dat defensiemedewerkers zelf bepalen of ze wel of niet roken, en dat militairen worden gestimuleerd om te sporten en gezond te leven "omdat ze als militair moeten voldoen aan de fysieke eisen van Defensie, die hen geschikt maakt voor uitzending".

De Minister gaat aldus volstrekt voorbij aan het ernstig verslavende karakter van sigaretten. Dé Nederlandse verslavingsexpert Professor Wim van den Brink is van oordeel dat nicotine in dezelfde categorie valt qua verslaving als heroïne en cocaïne. Van vrije keuze, zoals door het ministerie gesteld, is dan ook geen sprake.

Gezien het feit dat de Minister bovenstaande vragen niet in ontkennende zin heeft beantwoord, leest De Stichting een bevestigend antwoord in haar reactie. De Stichting kan dan ook niet anders dan concluderen dat de Minister haar zorgplicht ten aanzien van haar personeel in ernstige mate verwaarloost.

In haar klacht heeft De Stichting gewezen op de rol die de Minister in de strijd tegen het roken dient te vervullen, daarbij refererend aan de Conclusie van antwoord, die de Staat der Nederlanden (Ministeries van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Volksgezondheid Welzijn en Sport, van Financiën, van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken) heeft ingediend in de procedure die de Stichting Rookpreventie Jeugd tegen de Staat heeft aangespannen wegens het overtreden van het door Nederland ondertekende internationale antirookverdrag FCTC van de WHO. Daarin wordt door de landsadvocaat namens de staat gesteld (2.1.1): "Vooropgesteld moet worden dat de Staat zonder meer onderschrijft dat het gebruik van tabak zeer schadelijk is voor de gezondheid. Ter bevordering van de volksgezondheid staat het belang van het zoveel mogelijk ontmoedigen van tabaksgebruik dan ook voorop. Indachtig dat doel hanteert de Staat al jaren een actief tabaksontmoedigingsbeleid dat er met name op is gericht om het roken onder jongeren terug te dringen en om niet rokers te beschermen tegen meeroken. Omdat de meeste rokers op jonge leeftijd beginnen, is hier immers de meeste winst te behalen. In het kader van het tabaksontmoedigingsbeleid zijn - en worden - door de overheid tal van maatregelen genomen. Bijvoorbeeld het verbieden van roken in alle openbare ruimten en horeca, het verhogen van de minimumleeftijd voor de aanschaf van tabaksproducten en het publiceren van (schadelijke) ingrediënten van tabaksproducten op internet".

Verder stelt de landsadvocaat (5.2.3): "Accijnsheffing is een belangrijk instrument in het tabaksontmoedigingsbeleid". Deze uitgangspunten van de Staat onderschrijft de Stichting ten volle.

Gezien het grote aantal jonge werknemers in dienst van het Ministerie van Defensie heeft dit departement een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van dit zeer schadelijke consumentenproduct. Het verbaast De Stichting daarom ten zeerste dat juist bij dit departement de wijze waarop het tabaksbeleid wordt toegepast haaks staat op het hier boven geformuleerde beleid van de Staat. Zo kan moeilijk worden volgehouden dat sprake is van een ontmoedigingsbeleid bij Defensie, immers door het aanbieden van grote hoeveelheden goedkope sigaretten ligt de verleiding op de loer. Er is namelijk een ijzeren wet die zegt dat hoe hoger de prijs van een pakje sigaretten, hoe minder sigaretten er worden verkocht (Frank J. Chaloupka et al, 2012). Er is aldus geen sprake van goed werkgeverschap. Verder handelt de Minister in strijd met de Tabakwet die de verkoop van tabak aan minderjarigen verbiedt.

De reactie van de Minister van Defensie

Bij brief van 20 juli 2015 heeft de Minister de klacht van de Stichting ongegrond verklaard (zie bijlage 2 voor de letterlijke tekst). Samengevat laat de Minister weten het standpunt van de Rijksoverheid en De Stichting te onderschrijven dat tabak zeer schadelijk is voor de gezondheid en het Nederlandse tabaksbeleid op alle defensielocaties in Nederland en op de locaties in het buitenland, "voor zover Defensie daar zeggenschap over heeft", na te leven. Op NAVO-bases in het buitenland daarentegen gelden afwijkende regels: in internationale verdragen worden douanevrijstellingen verleend aan NAVO-hoofdkwartieren, - onderdelen en buitenlandse strijdkrachten.

De Minister noemt in dit kader diverse verdragen en schrijft: "Een belangrijk verdrag in dit verband is het Verdrag van Londen tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch verdrag. Dit zogenaamde NAVO-status verdrag (Agreement between Parties to the North Atlantic Treaty regarding the Status of their Forces) is nader uitgewerkt in bilaterale verdragen. In deze verdragen zijn de rechten en verplichtingen van partijen geregeld." Van belang voor tabak is artikel 4 van dit verdrag dat "regelt dat de krijgsmacht, proviand, materialen en andere goederen voor gebruik door haar civiele dienst en gezinsleden vrij van rechten kan invoeren". Van belang is ook het protocol on the Status of International Military Headquarters set up pursuant to the North Atlantic Treaty (protocol van Parijs) dat de rechtspositie regelt van de internationale militaire hoofdkwartieren en van het personeel. Artikel 4 van dit protocol bepaalt dat de rechten en verplichtingen uit het verdrag die toegekend zijn aan de staat van herkomst of aan de autoriteiten van die Staat ook toekomen en rusten op het desbetreffende algemene hoofdkwartier en de daaronder ressorterende verantwoordelijke autoriteiten.

De Minister stelt dat genoemde verdragen ervoor zorgen dat Nederlandse militairen (en hun gezinsleden) die op basis van internationale verdragen naar het grondgebied van een andere partij gezonden worden, bepaalde rechten hebben waarover de staat van herkomst, in dit geval Nederland, geen invloed op en geen zeggenschap over heeft. De NAVO, vervolgt Defensie, kent dus in specifiek omschreven gevallen belastingvoordelen toe, zoals de accijnsvrije sigaretten, "aan militair personeel van NAVO lidstaten en aan hun gezinsleden, indien zij buiten hun eigen lidstaat zijn geplaatst op een NAVO basis, hoofdkwartier of installatie." En stelt: "Nederland heeft dus geen invloed op het beleid dat de NAVO hanteert ten aanzien van de bovenomschreven privileges". Bovendien zijn het privileges en geen verplichtingen om van het aanbod gebruik te maken. "Doet hij dat wel dan betreft het hier een 'eigen' keuze waar het ministerie van Defensie niet voor verantwoordelijk gehouden kan worden." Het ministerie besluit dan ook dat het "in het geheel geen invloed heeft op de aankoop van 'goedkope' rookwaar op buitenlandse militaire hoofdkwartieren, en beschikt over een Rook-Stop-Poli" en komt daarmee "tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is [...]."

Onze argumenten

Wij kunnen ons om de hiernavolgende redenen niet verenigen met de ongegrondverklaring van onze klacht door Defensie:

Ten eerste: In artikel 30 van de Douanevrijstelling NAVO hoofdkwartieren, -onderdelen en buitenlandse strijdkrachten (nr. 24 200) is voor de verstrekking van onder meer tabak een systeem van rantsoenkaarten opgenomen:

• Artikel 30. Gerantsoeneerde goederen

Alcoholhoudende dranken en tabaksprodukten, hierna te noemen gerantsoeneerde goederen, mogen uitsluitend worden verkocht aan personen die in het bezit zijn van een geldige rantsoenkaart. Met betrekking tot gerantsoeneerde goederen zijn hoeveelheidsbeperkingen vastgesteld, die zijn opgenomen in Bijlage II. De daarin opgenomen hoeveelheden zijn de maximale rantsoenen die door de in die bijlage genoemde personen per week mogen worden aangeschaft.

In Bijlage II staat het maximumaantal tabaksproducten per week voor respectievelijk AFCENT (Headquarters Allied Forces Central Europe) -personeel (en gezinsleden ouder dan 17 jaar. Gezinsleden ouder dan 17 jaar mogen volgens het overzicht tachtig sigaretten per week belastingvrij kopen. Met het toestaan van de verkoop van tabaksproducten aan personen jonger dan 18 jaar lijkt deze vrijstelling ons in strijd met hogere nationale wetgeving (de Tabakswet), die de verkoop van tabaksproducten aan personen onder de 18 verbiedt. De Minister rept met geen woord over deze regeling.

Ten tweede wordt gesproken over voorrechten zoals de accijnsvrije tabak op NAVO-bases in het buitenland. In Nederland echter bevindt zich ook een NAVO-Basis te Brunssum, het NAVO-hoofdkwartier Allied Joint Force Command Headquarters Brunssum (JFC HQ Brunssum). Dit hoofdkwartier bevindt zich niet in het buitenland, zodat de Minister geen beroep kan doen op de door haar vermeldde verdragen.

Ten derde staan in de verdragen waarnaar in de brief van Defensie wordt verwezen, geen verplichtingen om douanevrijstellingen voor tabak in het leven te roepen, maar slechts bevoegdheden daartoe, zie bijvoorbeeld artikel 4 van de Agreement between Parties to the North Atlantic Treaty regarding the Status of their Forces:

"A force may import free of duty the equipment for the force and reasonable quantities of provisions, supplies and other goods for the exclusive use of the force and, in cases where such use is permitted by the receiving State, its civilian component and dependents. This duty-free importation shall be subject to the deposit, at the customs office for the place of entry, together with such customs documents as shall be agreed, of a certificate in a form agreed between the receiving State and the sending State signed by a person authorized by the sending State for that purpose. The designation of the person authorised to sign the certificates as well as specimens of the signatures and stamps to be used, shall be sent to the customs administration of the receiving State."

In hoofdstuk 2 van de Douanevrijstelling NAVO hoofdkwartieren, -onderdelen en buitenlandse strijdkrachten (nr. 24 200) worden de douanevrijstellingen beschreven die kunnen worden verleend aan het NAVO-hoofdkwartier in Brunssum. Dat impliceert een bevoegdheid en geen verplichting om een dergelijke vrijstelling in het leven te roepen.

Ten vierde schiet de handhaving door de Minister van artikel 31 van de vrijstelling te kort. Op grond van dit artikel is het kopen van gerantsoeneerde goederen voor een ander, behoudens enkele uitzonderingen, niet toegestaan:

Artikel 31. Kopen voor een ander

Het is niet toegestaan gerantsoeneerde goederen te kopen voor een ander behoudens in de volgende gevallen:

• a. Een gezinslid mag voor een ander lid van het gezin met gebruikmaking van diens rantsoenkaart aankopen verrichten;

• b. Opperofficieren en vlagofficieren kunnen een ondergeschikte aanwijzen om de hun normaal toegestane hoeveelheid gerantsoeneerde goederen te kopen. Aan deze officieren wordt door de commandant van AFCENT een machtigingsformulier verstrekt, dat door de ondergeschikte bij de aankoop moet worden getoond;

• c. Personen die bevoegd zijn gerantsoeneerde goederen te kopen doch die daartoe wegens ziekte, dienst of anderszins niet in staat zijn, kunnen een gemachtigde aanwijzen, die zelf eveneens bevoegd is te kopen in de AFCENT-winkels, om de nodige inkopen te doen. De gemachtigde moet een ondertekende machtiging hebben, waarin zijn naam en een duidelijke omschrijving van de te kopen gerantsoeneerde goederen zijn vermeld.

Ook artikel 11 lid 4 van Agreement between Parties to the North Atlantic Treaty regarding the Status of their Forces bepaalt dat de ten behoeve van het NAVO-personeel ingevoerde (consumptie)goederen uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik:

1. A force may import free of duty the equipment for the force and reasonable quantities of provisions, supplies and other goods for the exclusive use of the force and, in cases where such use is permitted by the receiving State, its civilian component and dependents. This duty-free importation shall be subject to the deposit, at the customs office for the place of entry, together with such customs documents as shall be agreed, of a certificate in a form agreed between the receiving State and the sending State signed by a person authorized by the sending State for that purpose. The designation of the person authorised to sign the certificates as well as specimens of the signatures and stamps to be used, shall be sent to the customs administration of the receiving State.

Uit de artikelen op de site van Tabak Nee volgt dat er een levendige handel is in goedkope, op NAVO-bases gekochte sigaretten, zonder dat daartegen (adequaat) wordt opgetreden door de Minister.

Conclusie en verzoek

Wij komen tot de slotsom dat de Minister van Defensie de Tabakswet overtreedt, zich niet gedraagt als een goed werkgever, handelt in strijd met het door de Staat geformuleerde ontmoedigingsbeleid en te kort schiet in de handhaving van de regelgeving. Wij verzoeken u hiernaar een onderzoek in te stellen.

Bijlages:

(1) De door de Stichting Rookpreventie Jeugd ingediende klacht.

(2) De afwijzing van Defensie.

Bijlage 1: Inhoud van de klacht van Stichting Rookpreventie Jeugd tegen Defensie

STICHTING ROOKPREVENTIE JEUGD

Aan de Minister van Defensie

Mevrouw Jeanine Hennis Plasschaert

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

Amsterdam, 16 maart 2015

Inzake: Stichting Rookpreventie Jeugd

Betreft: Klacht over tabaksbeleid Ministerie van Defensie

____________________________________________________________________

Excellentie,

Namens de Stichting Rookpreventie Jeugd dien ik hierbij een klacht in over het tabaksbeleid van uw ministerie.

Klaagster is een stichting met volledige rechtsbevoegdheid en heeft de navolgende statutaire doelstellingen:

• Het gebruik van tabakswaren onder in het bijzonder kinderen en jongeren te (doen) voorkomen, casu quo te beperken met als uiteindelijke doel tabaksgebruik tot geschiedenis te maken;

• Een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke bewustwording van de risico's en de gevaren van het gebruik van tabak en tabakswaren en aan het denormaliseren van het gebruik ervan tijdens in het bijzonder sociale, culturele, maatschappelijke en openbare activiteiten,

• Het verrichten van al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

De klacht spreekt verder voor zichzelf.

Wij hebben het bureau van de Nationale Ombudsman gevraagd om de klacht naar u door te sturen.

Wij zouden het op prijs stellen spoedig van u te vernemen.

Met vriendelijke groet,

F.S.A.M. van Dam,

Secretaris van de Stichting Rookpreventie Jeugd

STICHTING ROOKPREVENTIE JEUGD

Klacht over het tabaksbeleid van het Ministerie van Defensie

Algemene achtergrond

Het gaat bij deze klacht over de rol die uw departement in de strijd tegen het roken vervult en dient te vervullen. In de Conclusie van antwoord op de dagvaarding die de Stichting Rookpreventie Jeugd (verder te noemen SRPJ) tegen de Staat der Nederlanden (Ministeries van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Volksgezondheid Welzijn en Sport, van Financiën, van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken) heeft ingediend, wordt door de landsadvocaat namens de staat gesteld (2.1.1):

"Vooropgesteld moet worden dat de Staat zonder meer onderschrijft dat het gebruik van tabak zeer schadelijk is voor de gezondheid. Ter bevordering van de volksgezondheid staat het belang van het zoveel mogelijk ontmoedigen van tabaksgebruik dan ook voorop. Indachtig dat doel hanteert de Staat al jaren een actief tabaksontmoedigingsbeleid dat er met name op is gericht om het roken onder jongeren terug te dringen en om niet rokers te beschermen tegen meeroken. Omdat de meeste rokers op jonge leeftijd beginnen, is hier immers de meeste winst te behalen. In het kader van het tabaksontmoedigingsbeleid zijn - en worden - door de overheid tal van maatregelen genomen. Bijvoorbeeld het verbieden van roken in alle openbare ruimten en horeca, het verhogen van de minimumleeftijd voor de aanschaf van tabaksproducten en het publiceren van (schadelijke) ingrediënten van tabaksproducten op internet".

Verder stelt de landsadvocaat (5.2.3): "Accijnsheffing is een belangrijk instrument in het tabaksontmoedigingsbeleid". Deze uitgangspunten van de Staat onderschrijft de SRPJ ten volle.

De verantwoordelijkheid van het departement van defensie

Gezien het grote aantal jonge werknemers in dienst van het ministerie van defensie heeft uw departement een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van dit zeer schadelijke consumentenproduct. Het verbaast de SRPJ daarom ten zeerste dat juist bij uw departement de praktijk haaks staat op het hier boven geformuleerde beleid van de Staat. Zij werkt dat hieronder uit.

Het tabaksbeleid bij het ministerie van defensie

De SRPJ heeft op basis van een klokkenluider een drietal artikelen op haar website TabakNee gepubliceerd onder de titel: 'De goedkope sigaretten van defensie'. In deze artikelen vertelde beroepsmilitair René (schuilnaam) dat bij de NAVO goedkope, want belastingvrije, sigaretten kunnen worden gekocht. Sigaretten, cigarillo's, sigaren en rooktabak vallen daaronder. Als gevolg van deze belastingvrijstelling kunnen deze rookwaren op de NAVO-bases dus vrij van accijns gekocht worden. Hierdoor wordt elk pakje erg goedkoop en dus de prikkel voor jonge militairen om te beginnen met roken sterker. Maar ook voor rokers onder de soldaten die eerder met roken gestopt zijn, ligt de verleiding op de loer, omdat zijn/haar omgeving rookt: een bekende en belangrijke factor voor terugval in het oude verslavende gedrag. Bovendien mag het personeel dat werkt op NAVO-hoofdkwartieren (het zogenaamde AFCENT-personeel), volgens de rantsoenkaart driehonderd sigaretten per week belastingvrij kopen. Dat is meer dan twee pakjes per dag.

En als het gezin van de militair meegaat op oefening, kunnen ook de gezinsleden, van het belastingvoordeel gebruik maken. Gezinsleden ouder dan 17 jaar mogen volgens het overzicht tachtig sigaretten per week belastingvrij kopen. Opmerkelijk, want dat betekent dat je bij Defensie sigaretten mag kopen als je 17 jaar bent. Geldt voor Defensie niet de wet die per 1 januari 2014 de verkoop van sigaretten aan jongeren onder de 18 verbiedt?

Door sigaretten tegen spotprijzen te koop aan te bieden bevordert de overheid het tabaksgebruik. Hoewel er geen specifieke cijfers over de Nederlandse situatie bekend zijn is uit Amerikaans onderzoek bekend dat het aantal rokers in militaire dienst hoger ligt dan onder vergelijkbare leeftijdsgroepen en tot aanzienlijke morbiditeit en kosten leidt. Het is niet aannemelijk dat dit in Nederland anders ligt.

De vragen van de Stichting Rookpreventie Jeugd over het tabaksbeleid bij defensie

De SRPJ heeft naar aanleiding van deze artikelen aan uw departement een aantal vragen gesteld die kort samengevat erop neer komen of het juist is:

• dat uw ministerie (het beginnen met) roken faciliteert door op Defensiebases in het buitenland rookwaar, accijns- en btw-vrij, te koop aan te bieden. Rookwaar kost hierdoor een fractie van de normale kleinhandelsprijs.

• dat uw ministerie deze goedkope rookwaar verkoopt aan militairen en hun gezinsleden vanaf dat ze minimaal 17 jaar zijn.

In reactie op deze vragen van de SRPJ liet het ministerie van Defensie weten dat defensiemedewerkers zelf bepalen of ze wel of niet roken, en dat militairen worden gestimuleerd om te sporten en gezond te leven „omdat ze als militair moeten voldoen aan de fysieke eisen van Defensie, die hen geschikt maakt voor uitzending". De Stichting tekent hierbij aan dat het ministerie volstrekt voorbij gaat aan het ernstig verslavende karakter van sigaretten. Dé Nederlandse verslavingsexpert Prof. Wim van den Brink is van oordeel dat nicotine in dezelfde categorie valt qua verslaving als heroïne en cocaïne. Van vrije keuze, zoals door het ministerie gesteld, is dan ook geen sprake.

Gezien het feit dat u bovenstaande vragen niet in ontkennende zin beantwoord hebt leest de SRPJ een bevestigend antwoord in uw reactie. De SRPJ kan dan ook niet anders dan concluderen dat het ministerie haar zorgplicht ten aanzien van aan haar toevertrouwde militairen in ernstige mate verwaarloost.

Informatie leerde verder dat er ook geen sprake is van een gericht tabaksontmoedigingsbeleid voor militairen die roken en er ook geen antirook-coaches aangesteld zijn bij defensie.

Bijlage 2: Reactie van Defensie/ afwijzing klacht, staat hier.

UPDATE 11-11-2017
Bekijk ook dit filmpje over hoe Big Tabacco hun dodelijke producten slijt onder Amerikaanse militairen, onderdeel van de Let's be the generation to finish it-campagne van de The Truth.

tags:  accijns, tabak | antirookbeleid | klacht | Ombudsman