Profiel: Michiel Reerink, JTI’s wereldwijde tabakswaakhond

zaterdag 22 oktober 2016

UPDATE 05-01-2018
De Nederlander Michiel Reerink zet zich al bijna 22 jaar in voor de tabaksindustrie. Zijn huidige post: Vice-President Global Regulatory Strategy voor Japan Tobacco International in Geneve. Hij probeert wereldwijd anti-rookmaatregelen tegen te houden en heeft nog nooit nagedacht over de ziekmakende gevolgen van tabaksverslaving.

Door de webredactie

We zien Michiel Reerink door een ziekenhuis lopen. Als hij geconfronteerd wordt met een afdeling vol longkankerpatiënten, wordt hem gevraagd of hij enig gevoel van gêne heeft. Hij heeft als CEO in de tabaksindustrie immers bijgedragen aan hun onafwendbare, vroegtijdige dood. "Nee”, zegt hij kalm. “Interessante vraag, hoor. Zo heb ik er nog nooit over nagedacht."
Deze haast klassieke ontkenning door Reerink in het televisieprogramma De Slag om Europa (2013) toont aan hoe gewetenloos tabakslobbyisten bezig zijn.

Carrière in tabak

Reerink, begon volgens zijn eigen cv zijn carrière in tabak in 1996, als kersverse Master Rechten met een Bachelor Natuurkunde, bij de Vereniging Nederlandse Kerftabakindustrie (VNK). Deze lobbyclub van shagfabrikanten is sinds 1 januari 2017 samen met de Stichting Sigaretten Industrie (SSI) opgegaan in de fusie-organisatie VSK. Hij verdedigde de belangen van ‘zijn’ shagfabrikanten vooral op het gebied van product-regulering (hij is tenslotte jurist). Dat deed hij met verve in Den Haag, maar ook in Brussel, in de voor de tabaksindustrie belangrijke Europese arena: die van de eerste ‘EU Tobacco Product Directive’.

Van vereniging naar fabrikant


In 2001 stapte hij over van de vereniging van shagfabrikanten naar tabaksfirma Imperial Tobacco Nederland, waar hij meteen een belangrijke leidende functie kreeg: woordvoerder (Head of Corporate Affairs) in vooral Nederland. Drie jaar later, in september 2004, maakte hij promotie en was hij regelmatig voor de Imperial Tobacco Group te vinden in Brussel (voor de lobby) en in het Engelse Bristol.

In zijn tijd als woordvoerder sloot Imperial Tobacco in bijvoorbeeld Rotterdam ‘exclusieve deals’ met horecaondernemers, om de verkoop van een van haar merken, ‘Davidoff’, zeker te stellen. Welke bedragen daarmee gemoeid waren? “Tienduizend euro per jaar”, vertelde een horeca-baas (anoniem) tegen een journalist van de NRC op 31 januari 2004. “Davidoff kwam de bestaande sigarettenautomaat zelf weghalen”, voegde hij er nog aan toe. Voor een ander merk van Imperial, ‘Camel’ heeft Reerink’s bedrijf begin 2004 al "140 exclusieve contracten gesloten". Dat mag niet van de Nederlndse Voesel en Waren Autoriteit (NVWA), die deze exclusiviteit verkapte reclame vindt en dus illegaal.

Van Imperial Tobacco naar JTI


Reerink treedt in de periode tot 2010 ook toe tot het illustere gezelschap van de European Smoking Tobacco Association (ESTA), die Europese fabrikanten van shag, snuif- en kauwtabak vertegenwoordigen. Imperial is daar lid van, maar ook concurrent Japan Tobacco International (JTI). Is daar soms iets moois opgebloeid? Hoe dan ook, in 2010 stapt Reerink over naar de concurrent JTI. Hij mag meteen op het Zwitserse pluche in Geneve, als Vice-President Global Regulatory Strategy. Zijn specialisme: regelgeving rond labeling en verpakking.

Plain packaging

Het is dan ook Reerink die zich op 30 november 2017 namens JTI op diens website uitlaat over het resultaat van vijf jaar plain packaging (het standaard verpakken van sigaretten zonder merkuitingen) in Australië. Natuurlijk heeft die maatregel volgens JTI’s eigen onderzoek gefaald. “Weinig verrassend wijzen de eerste onderzoeksgegevens uit Frankrijk en Groot-Brittannië in dezelfde richting”, aldus Reerink op de website. Volgens JTI hebben de ‘plain packaging’ maatregelen en de tweede Europese Tobacco Product Directive (TPD2) geen invloed gehad op het percentage rokers, noch op de tabaksverkoop. 

Als extra (rechts)steuntje in de rug linkt hij op zijn LinkedIn-profiel ook naar een filmpje dat op een Australische politiek-conservatieve website staat. Een professor ‘Institutional Economics’, Sinclair Davidson, heeft zich kennelijk door de tabaksindustrie laten inhuren om te vertellen waarom de plain packaging maatregel van de Australische regering niet tot minder rokers zou hebben geleid. 



Internationale groep


Ook werd Reerink lid (en in 2011 zelfs een jaar voorzitter) van de Confederation of European Community Cigarette Manufacturers (CECCM): “Een internationale groep woordvoerders, economen, juristen en wetenschappers, toegewijd aan dialoog en transparantie”. En toegewijd aan de lobby voor tabaksfabrikanten tijdens de totstandkoming van anti-tabakswetgeving.

Bekende lobbytruc

Bij JTI leidt Reerink het ‘global regulatory strategy department’. Wat betekent dat? Reerink duikt er bovenop als ergens in de wereld een rechtszaak wordt aangespannen tegen de tabaksindustrie of als anti-rookmaatregelen (dreigen te) worden ingevoerd (het één hangt vaak samen met het ander). 
Dat resulteert in allerhande persberichten. Toen de Australische overheid een rapport publiceerde over de gunstige gevolgen voor de volksgezondheid van plain packaging, was daar een persbericht van JTI met een uitspraak van Reerink. Hij vond dat de conclusies in het rapport “gehaast” waren genomen.

Dit is een bekende lobbytruc van de tabaksindustrie: onafhankelijk onderzoek onderuit halen door te zeggen dat het niet klopt en er meestal eigen onderzoek dat iets anders beweert tegenover zetten. Zo zaaien ze twijfel en verwarring.

Toen de Australische overheid nog bezig was met het verbod op merkuitingen op sigarettenverpakkingen zodat sigaretten minder aantrekkelijk zouden worden voor jongeren, liet Reerink in een persbericht weten dat anti-tabakslobbyisten de zaak helemaal verkeerd hadden voorgespiegeld.

FCTC

Ook kwam Reerink weer aan het woord toen de landen die het internationale antirookverdrag FCTC hebben ondertekend, samenkwamen in Moskou om nieuwe afspraken te maken over onder andere accijnsverhogingen, een zeer effectief middel om roken te ontmoedigen. Reerink in een persbericht: , “Volksgezondheidsorganisaties zijn geen belastingexperts.” Hij vond dat belastingexperts betrokken moeten worden bij besprekingen over accijnsverhogingen, maar vertelde er niet bij dat de tabaksindustrie vaak op goede voet verkeert met deze deskundigen.

Nadenken

Is Reerink sinds het interview in De Slag om Europa na gaan denken over zijn bijdrage aan de instandhouding van ziekte- en sterfgevallen door tabak? 
We vragen het hem via de perswoordvoerder van Japan Tobacco International. Die laat namens Reerink weten dat hij nog altijd achter zijn uitspraken in het televisieprogramma staat.
Reerink gaat verder niet in op de vragen van TabakNee over de schadelijke gevolgen van roken, zoals longkanker. Hij wil alleen laten weten dat zolang tabak een legaal product is, tabaksbedrijven gehoord zouden moeten worden door beleidsbepalers. 


Gelukkig hoeven overheden die het internationale antirookverdrag FCTC van de Wereldgezondheidsorganisatie hebben ondertekend, zich niets van deze opvatting aan te trekken. In 181 landen, waaronder Nederland, horen Michiel Reerink en zijn tabakstrawanten buiten te blijven staan, hoe hard ze ook op de deur kloppen.

 

tags:  Japan Tobacco International | JTI | lobby | lobbyist van de maand | longkanker | Michiel Reerink | tabakslobby