Wie moeten we nu geloven? Verwarring over cijfers tabaksgebruik jongeren

woensdag 06 juli 2016

COMMENTAAR

Het aantal rokende jongeren is in de afgelopen vier jaar flink gedaald, blijkt uit nieuwe cijfers. Maar de cijfers van verschillende instituten lopen sterk uiteen. Wie moeten we geloven?
Door Frits van Dam

Het aantal jongeren tussen de 12 en 16 jaar dat weleens heeft gerookt is tussen 2011 en 2015 gedaald van 33% naar 23%. Dat stelt het Trimbos-instituut in het gisteren gepubliceerde rapport Jeugd en Riskant Gedrag 2015. De gegevens zijn gebaseerd op het vierjaarlijkse Peilstationonderzoek van het instituut naar het gebruik van genotsmiddelen onder jongeren. Het aantal jongeren dat zegt de afgelopen maand te hebben gerookt is in de afgelopen vier jaar gedaald van 17% naar 11%. Het aantal dagelijkse rokers onder jongeren is tussen 2011 en 2015 gehalveerd, van 6,3% naar 3,1%.

Als het waar is, zou dat mooi nieuws zijn. Maar het Trimbos-instituut is niet het enige instituut dat onderzoek doet naar rookgedrag onder jongeren. Ook het CBS kijkt hier jaarlijks naar. Het percentage rokers in de leeftijdsgroep 12-16 jaar bedraagt volgens het CBS-onderzoek in 2015 1.3%. Dit cijfer geeft het percentage mensen weer dat ‘ja’ antwoordt op de vraag; ‘Rookt u wel eens?’

Het CBS vond in dezelfde categorie 2,9% ex-rokers, jongeren die ‘nee’ antwoorden op de vraag of ze weleens roken, en ‘ja’ op de vraag ‘Heeft u vroeger wel gerookt?’. Het CBS telde met andere woorden 4,2% jongeren van 12-16 jaar die weleens hebben gerookt. Dat is dik vijf keer minder dan het Trimbos-instituut in 2015 mat.

Wie moeten we nu geloven? En hoe kunnen we ooit de effecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen evalueren als dé instituten die verantwoordelijk zijn voor de monitoring daarvan met zulke uiteenlopende getallen aankomen?

tags:  jeugd | onderzoek | tabaksbeleid | tabaksontmoediging