Oneerlijke concurrentie voedde verzet kleine horeca tegen rookverbod

woensdag 08 juni 2016

Uit onderzoek van Willem Bantema blijkt dat kleine horecaondernemers niet uit principiële overwegingen in opstand kwamen bij de invoering van het rookverbod. Het ging hen om oneerlijke concurrentie en beperkte handhaving.
Door de webredactie

Morgen promoveert rechtssocioloog Willem Bantema aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) met een onderzoek naar de opstand van kleine horecaondernemers bij de invoering van het rookverbod in 2008. “Het verzet van kroegbazen tegen het rookverbod kwam niet voort uit principiële bezwaren, zoals vaak wordt aangenomen, maar uit een reeks andere motieven,” staat in het begeleidende persbericht. “Weliswaar was er vanaf het begin al een kleine groep principiële tegenstanders, die ook de toon zette, maar de meeste caféhouders hielden zich in het begin aan het rookverbod. Zij begonnen pas dwars te liggen toen bleek dat de handhaving beperkt was en de wetgeving inconsistent. Daardoor ontstond oneerlijke concurrentie en gingen steeds meer, vooral kleine café’s het rookverbod ontduiken.”

Per 1 juli 2008 werd in de hele horeca een rookverbod ingevoerd, ten behoeve van de gezondheid van zowel klanten als personeel. Restaurants en grand café’s hadden weinig moeite met het verbod, maar onder de kleinere café’s groeide het verzet. Bantema: ‘Er wordt vaak beweerd dat daar een soort anarchisme aan ten grondslag lag, een wantrouwen tegen weer een nieuwe regel van de overheid, maar daarvoor kwam het verzet te traag op gang. In het begin werd het rookverbod namelijk door 86% van de café’s gerespecteerd. Pas in de maanden erna liep het terug tot ongeveer 63%.’

Bantema hield ruim 400 enquêtes onder horecaondernemers en voerde 23 gesprekken met caféhouders. Daaruit blijkt dat de buurtcafé's hun omzetdaling toeschreven aan het rookverbod. En omdat er niet consequent gehandhaafd werd, zagen ze hun klanten met lede ogen vertrekken naar een café verderop waar wel asbakken op tafel stonden. Deze kroegbazen hadden bovendien vaak een band met hun klanten en vonden het moeilijker om ze op het roken aan te spreken.

Veel te winnen

Overigens leed ook de overige horeca omzetverlies in de jaren na het rookverbod. Maar die schreef dat in tegenstelling tot de kleine horecaondernemers toe aan de economische crisis. Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft het voornaamste doel, gezondheid van personeel en klanten, niet steunt. Bantema: ’Daarom denk ik ook dat er nog veel te winnen valt door ze van het belang daarvan te overtuigen en op die manier draagvlak voor het beleid te creëren. Wanneer draagvlak voor een rookverbod aanwezig is, spreken mensen elkaar onderling aan op het roken en behoort het kat en muis spel, zoals het roken na middernacht en het onderling waarschuwen van kroegbazen als inspecteurs zijn gesignaleerd, tot het verleden.’

Opvallend is dat dat draagvlak voor een rookverbod in veel landen in de loop van de tijd is toegenomen. Dat Nederland daar in achter blijft, heeft volgens Bantema te maken met wisselende vonnissen en inconsistent beleid. Dan wonnen de éénmanszaakjes weer een zaak, om een jaar later alsnog hun asbak weer te moeten inleveren. Bantema denkt dan ook dat het rookverbod in cafés een succes had kunnen worden als de overheid direct streng had opgetreden, zo zei hij op RTV Noord. Meer nog dan versterken van draagvlak bepleit Bantema in het Dagblad van het Noorden dan ook duidelijkheid. ‘Een rookverbod zonder uitzonderingen is effectiever dan een rookverbod met uitzonderingen.’

tags:  kleine horeca | onderzoek | rookverbod | RUG