Internationale organisatie longartsen bezorgd over Nederlands tabaksbeleid

donderdag 21 april 2016

De strijd tegen longkanker heeft voorlopig meer te verwachten van overheidsmaatregelen tegen roken dan van nieuwe medicijnen of behandelmethoden, meent de International Association for the Study of Lung Cancer. In landen waar de tabaksindustrie volgens de organisatie de ruimte krijgen om invloed uit te oefenen, zoals in Nederland, maken dergelijke maatregelen weinig kans.
Door de webredactie

“Per jaar worden 1,6 miljoen mensen wereldwijd gediagnostiseerd met longkanker, waarvan in de VS alleen al 225.000”, schrijft het nieuwe blad Lung Cancer News van de International Association for the Study of Lung Cancer (IASLC) in het hoofdcommentaar. Ondanks alle research zit er helaas weinig schot in “genezing”. De nieuwste generatie medicijnen tegen niet-kleincellige longkanker slaat in maximaal 20% van de gevallen aan, met een gemiddelde overleving van hooguit een jaar. Niet-kleincellige longkanker is verreweg de meest voorkomende vorm van longkanker.

Onder de kop “artsen en tabak” – wat kunnen we écht doen?”, besteedt het blad ruim aandacht aan wat medici kunnen betekenen in de strijd tegen longkanker, namelijk er voor zorgen dat er niet meer wordt gerookt! Het artikel somt nog maar eens de feiten op: tachtig tot negentig procent van alle longkankergevallen wordt veroorzaakt door roken. Vóór de introductie van sigaretten rond 1900, kwam longkanker in de Verenigde Staten nauwelijks voor. Daarna was sprake van een regelrechte epidemie. In 1964 werden de eerste anti-tabak maatregelen genomen, zoals een verbod op radio- en tv reclame, en een verdubbeling van accijnsbelasting. Het zorgde onmiddellijk voor een daling in de verkoop van sigaretten en vervolgens in een afname van aan roken gerelateerde ziektes.

Kloof

Andere landen met hoge inkomens kennen een zelfde proces. Tussen 1964 en 1980 worden in hoogontwikkelde landen overal anti-roken maatregelen genomen waardoor minder mensen (vooral mannen; vrouwen waren nog bezig met een inhaalslag) gingen roken. Stoppen met roken zorgt voor 45% minder doden. De cijfers over tabaksgebruik laten overigens zien dat er wereldwijd een kloof ontstaat tussen hoog- en laagopgeleid. Lager opgeleiden roken significant meer dan hoger opgeleiden.

Wij artsen, aldus het artikel, hebben het uiteraard vaak met onze patiënten over stoppen met roken. Maar we hebben het te weinig over algemene maatregelen tegen roken, terwijl wij daar nationaal en lokaal een belangrijke rol bij kunnen spelen. Hoeksteen, vinden de auteurs, is het kaderverdrag tabaksregulering (FCTC) van de Wereldgezondheidsorganisatie waarin als meest effectieve maatregelen tabaksaccijns worden genoemd, het verbieden van roken op bepaalde plekken, en een verbod op reclame inclusief plain packaging.

De auteurs constateren dat deze maatregelen wereldwijd worden ingezet, behalve in die landen waar de tabaksindustrie de ruimte krijgen om invloed uit te oefenen zoals in Polen waar anti-tabaksmaatregelen worden tegengehouden of China waar de staat de productie van sigaretten in handen heeft. Als derde voorbeeld wordt Nederland genoemd, waar “het afzwakken van anti-rookmaatregelen bezorgdheid heeft doen ontstaan over de relaties tussen oud-politici en de tabaksindustrie”.

tags:  longkanker | preventie | tabaksbeleid | tabaksontmoediging