De juridische onderbouwing van het FCTC-verdrag

maandag 07 juli 2014

De juridische onderbouwing is als volgt:

De lokale overheden handelen door samenwerking aan te gaan met de tabaksindustrie in strijd met artikel 5.3 van het FCTC-verdrag. Dit artikel luidt als volgt, (zie hier voor het volledige FCTC):

In setting and implementing their public health policies with respect to tobacco control, Parties shall act to protect these policies from commercial and other vested interests of the tobacco industry in accordance with national law.

Een Nederlandse vertaling van artikel 5.3 FCTC is te vinden in Trb. 2004, 269:
Bij de vaststelling en uitvoering van hun volksgezondheidsbeleid met betrekking tot tabaksontmoediging, nemen Partijen, in overeenstemming met het nationaal recht, maatregelen om dit beleid te beschermen tegen commerciële en andere gevestigde belangen van de tabaksindustrie.

Doel van artikel 5.3 FCTC is het beschermen van tabaksbeleid tegen invloeden van de tabaksindustrie. Om verdragspartijen te helpen om artikel 5.3 FCTC uit te voeren zijn richtlijnen ter implementatie van artikel 5.3 FCTC vastgesteld. Nederland is bij het opstellen van deze richtlijnen betrokken geweest. Zo is de eerste bijeenkomst van de werkgroep die is opgericht om richtlijnen voor de implementatie van artikel 5.3 op te stellen en waarvan Nederland deel uitmaakt als "key facilitator" gehouden in Den Haag en georganiseerd door de Nederlandse regering. De guidelines kunnen hier worden gevonden.

Van belang is allereerst dat artikel 5.3 geldt voor alle overheidsorganen, zo blijkt bijvoorbeeld uit de guidelines bij artikel 5.3 (zie paragraaf 9 en 10 onder "introduction").

The guidelines apply to setting and implementing Parties' public health policies with respect to tobacco control. They also apply to persons, bodies or entities that contribute to, or could contribute to, the formulation, implementation, administration or enforcement of those policies.

The guidelines are applicable to government officials, representatives and employees of any national, state, provincial, municipal, local or other public or semi/quasi-public institution or body within the jurisdiction of a Party, and to any person acting on their behalf. Any government branch (executive, legislative and judiciary) responsible for setting and implementing tobacco control policies and for protecting those policies against tobacco industry interests should be accountable.

Uit de guidelines blijkt onder andere dat het doel van artikel 5.3 FCTC is dat de tabaksindustrie op geen enkele manier invloed kan uitoefenen op het tabaksbeleid. In het kader van het artikel opTabaknee zijn vooral de volgende in de guidelines opgenomen recommendations van belang:

2.1 Parties should interact with the tobacco industry only when and to the extent strictly necessary to enable them to effectively regulate the tobacco industry and tobacco products.

3.1 Parties should not accept, support or endorse partnerships and non-binding or non-enforceable agreements as well as any voluntary arrangement with the tobacco industry or any entity or person working to further its interests.

6.2 Parties should not endorse, support, form partnerships with or participate in activities of the tobacco industry described as socially responsible.

6.3 Parties should not allow public disclosure by the tobacco industry or any other person acting on its behalf of activities described as socially responsible or of the expenditures made for these activities, except when legally required to report on such expenditures, such as in an annual report.

6.4 Parties should not allow acceptance by any branch of government or the public sector of political, social, financial, educational, community or other contributions from the tobacco industry or from those working to further its interests, except for compensations due to legal settlements or mandated by law or legally binding and enforceable agreements.

De overheid, daaronder begrepen lokale overheden, mag dus geen contact hebben met de tabaksindustrie, tenzij dit strikt noodzakelijk is voor het effectief reguleren van het tabaksbeleid (recommendation 2.1). Het contact tussen de overheid en de tabaksindustrie moet dus tot het strikt noodzakelijke worden beperkt. Ook mogen overheden zich op geen enkele wijze inlaten met samenwerkingsverbanden, of formeel-vrijblijvende afspraken met de tabaksindustrie. (3.1). Verder mogen overheden zich op geen enkele manier inlaten met samenwerkingsverbanden of activiteiten die door de tabaksindustrie worden omschreven als maatschappelijk verantwoord (6.2). Verder mogen overheden niet toestaan dat de tabaksindustrie zich publiekelijk uitlaat over zogenaamd maatschappelijk verantwoorde activiteiten (6.3). Daarnaast mogen overheden onder andere geen financiële bijdragen van de tabaksindustrie accepteren (6.4).

Samen met de tabaksindustrie het strand schoonhouden, samen met de tabaksindustrie de stad Groningen promoten of samen met de tabaksindustrie een fonds oprichten om de economische en cultureel-maatschappelijke structuur van de regio Bergen op Zoom te behouden, dit alles kan niet worden gezien als contact dat strikt noodzakelijk is, zoals bedoeld in recommendation 2.1. Verder gaat het hier om samenwerkingsverbanden die volgens recommendation 3.1. niet zijn toegestaan, en worden de activiteiten gepresenteerd als maatschappelijk verantwoord (recommendation 6.2 – 6.3). Het oprichten van een fonds om de economische en cultureel-maatschappelijke structuur van de regio Bergen op Zoom te behouden is bovendien niet in lijn met recommendation 6.4; een financiële bijdrage van de tabaksindustrie wordt immers ontraden.