Tabaksindustrie sponsort provincies en gemeenten, Plasterk grijp in!

maandag 23 juni 2014

OPINIE

De gemeenten Den Helder, Groningen, Bergen op Zoom en de provincies Zeeland en Noord-Brabant werken samen met tabaksfabrikanten. Samenwerking tussen de overheid - en dat geldt ook voor gemeenten en provincies - en de tabaksindustrie is echter aan strikte regels gebonden, op grond van een door Nederland ondertekend tabaksontmoedigingsverdrag. TabakNee doet vandaag een oproep aan minister Plasterk om gemeenten en provincies te wijzen op wat wel en niet mag.
Door Frits van Dam

Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk moet de provincies en gemeenten erop wijzen dat ieder contact met de tabaksindustrie tot het hoogst noodzakelijke moet worden beperkt. Dat is de essentie van een rookontmoedigingsverdrag dat Nederland, samen met 177 landen, al in 2005 heeft ondertekend om de strijd aan te gaan met tabak, het meest dodelijke consumentenproduct ter wereld. Dit verdrag, het zogenaamde Framework Tobacco Control Convention (FCTC) dat op initiatief van de Wereldgezondheidszorgorganisatie (WHO) tot stand is gekomen, verbiedt invloed van de tabaksindustrie op het tabaksontmoedigingsbeleid van de overheid. En het gaat verder: houd de tabaksindustrie op afstand, is de kern. Beperkt het contact tot het allernoodzakelijkste.
Dit verdrag bindt niet alleen de centrale overheid maar ook de gemeenten en provincies. Dat lijkt niet echt te zijn doorgedrongen tot de gedeputeerden en burgemeesters, zie onderstaande voorbeelden.

Den Helder

Vorige week maakte Den Helder bekend dat zij gaat samenwerken met de tabaksindustrie. Onder het motto "Laat je peuk niet alleen" gaat de gemeente samen met onder andere tabaksfabrikant Japan Tobacco International (JTI) het strand schoonhouden. De tabaksmultinational gelooft in een gezamenlijke aanpak en richt zich op klein zwerfafval op het strand dat onder andere door sigarettenpeuken wordt veroorzaakt, aldus het persbericht. Kees Visser, wethouder Economische Zaken, is blij met het project van mede-initiatiefnemer JTI en noemt het "een prachtige campagne".

Voor JTI is het waarschijnlijk ook een prachtige campagne. Want zo'n initiatief is bewuste tactiek van tabaksfirma's, schrijft geschiedkundige Robert N. Proctor in zijn vuistdikke boek Golden Holocaust. Tabaksfabrikanten proberen zich diep in de samenleving te verankeren. Zo kunnen zij invloed uitoefenen en sympathie winnen. Door samen te werken met de overheid wil de tabaksindustrie haar sociale gezicht laten zien. Het publiek moet weten dat zij maatschappelijk verantwoord en duurzaam onderneemt.

De samenwerking in Den Helder, hoe nuttig ook, mag echter niet op grond van het FCTC-verdrag. Alleen als het niet anders kan, bijvoorbeeld voor het regelen van invoerrechten en het doorgeven van hogere accijnzen, mag de overheid met de industrie overleggen.

Groningen

Ander voorbeeld van samenwerking en overleg dat strijdig lijkt op grond van het verdrag, is British American Tobacco (BAT) die "ambassadeur" is van de provincie Groningen. Onder de vlag van "Er gaat niets boven Groningen" voeren provincie en gemeente Groningen en diverse bedrijven en organisaties, waaronder BAT, jaarlijks gezamenlijk campagne om Groningen te promoten, zie dit artikel op TabakNee.

Dat BAT het ambassadeurschap aangrijpt om haar sociale gezicht te laten zien, wordt duidelijk dankzij een citaat van BAT-Directeur Operations Arthur Dresen op de campagne-website: "We hebben hier veel te bieden en het wordt wel eens tijd dat we dat ook bekend gaan maken." Ook zegt hij op de website dat de fabriek goed samenwerkt met de gemeente. Hier geldt opnieuw: die samenwerking is aan strikte voorwaarden verbonden.

Bergen op Zoom

Nog een voorbeeld: de gedeputeerden van de provincies Noord-Brabant en Zeeland en de burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom dringen er bij de directie van Philip Morris op aan om een gezamenlijk fonds te stichten, waarmee de economische en cultureel-maatschappelijke structuur van de regio kan worden behouden. Zie dit nieuwsbericht op TabakNee. Zo'n gezamenlijk fonds mag echter niet, op grond van het FCTC-verdrag: overheden mogen op geen enkele manier zaken doen met de tabaksindustrie. Als de burgemeester en de gedeputeerden toch iets hadden willen doen, hadden ze de sigarettengigant moeten oproepen om bijvoorbeeld de pensioenen goed te regelen.

Oproep

Geld en diensten aannemen van de tabaksindustrie, hoe begrijpelijk de bedoelingen ook zijn in deze barre bezuinigingstijden, dat mag gewoon niet. Alles moet worden gedaan om te voorkomen dat mensen gaan denken dat tabaksfabrikanten deugen - "Kijk eens wat ze voor de gemeenschap over hebben" - en daarbij vergeten dat die hulpvaardige industrie jaarlijks alleen al in Nederland ongeveer 20.000 doden op haar geweten heeft.

Al met al is duidelijk dat de lagere overheden geïnformeerd moeten worden over het FCTC-verdrag. Daarom vraagt TabakNee aan minister Plasterk die in een vorig leven een vooraanstaand kankeronderzoeker was, om de provincies en gemeenten duidelijk te maken wat wel en niet mag, in het kader van de internationale verplichtingen die Nederland is aangegaan om de invloed van de tabaksindustrie te minimaliseren.

Klik hier voor de juridische onderbouwing.