line

Slecht journalistiek stuk in Trouw over Philip Morris, maar de ombudsman ziet geen bezwaar

dinsdag 02 februari 2016

Op 18 december vorig jaar diende Frits van Dam, secretaris van de Stichting Rookpreventie Jeugd, een klacht in bij de ombudsman van Trouw, Adri Vermaat. Aanleiding: het artikel in Trouw 'Philip Morris jaagt op illegale sigaret'. Daarin mocht Philip Morris het KPMG-rapport over illegale tabakssmokkel en andere zaken kritiekloos bejubelen. Van Dam diende eerst een klacht in bij de hoofdredacteur van Trouw. Maar die weigerde te reageren. Vandaar dat Van Dam de ombudsman van de krant benaderde en die heeft op 29 januari gereageerd. In dit artikel plaatsen we zowel de brief van Trouw-ombudsman Adri Vermaat, als de reactie hierop van Van Dam.
Door de webredactie

We beginnen met de reactie van de ombudsman van Trouw op de klacht van Van Dam over het nieuwsbericht in Trouw (en Het Parool), zie het artikel Trouw en Het Parool lenen zich voor lobbypraktijken van Philip Morris op deze site. Hier volgt de brief van Trouw-ombudsman Adri Vermaat:

BETREFT: Klacht secretaris F. van Dam van Stichting Rookpreventie Jeugd, tevens hoofdredacteur TabakNee inzake weigering hoofdredacteur C. van der Laan van Trouw inhoudelijk te reageren op een artikel in Trouw d.d. 28 november 2015.

Toelichting.

Op 18 december 2015 heeft de heer Van Dam in zijn hoedanigheid van secretaris Stichting Rookpreventie Jeugd en als hoofdredacteur van de onderzoeksjournalistieke website TabakNee bij de ombudsman van Trouw een schriftelijke klacht ingediend tegen de heer C. van der Laan, hoofdredacteur van Trouw. Aanleiding vormde een op 28 november 2015 in Trouw verschenen artikel waarvan de kop luidde 'Philip Morris jaagt op illegale sigaret'. De onderkop van het betreffende artikel luidde 'Producenten gaan zelf achter namaak aan. In Nederland zijn al vier fabrieken ontdekt in twee jaar tijd'.

De inhoud van dit artikel is voor de heer Van Dam aanleiding geweest naar Trouw toe te reageren. Hij stuurde zijn e-mail in de onderhavige zaak naar de voorganger van de heer Van der Laan, t.w. de heer W. Schoonen. Deze heeft de e-mail naar de huidige hoofdredacteur doorgestuurd. De inhoud van de mail bestond uit de volgende tekst: 'De Stichting Rookpreventie Jeugd is verbaasd over het artikel van (volgt naam betrokken journalist- A.V.) over illegale sigaretten in Trouw van 28 november. De afdeling PR van Philip Morris zou het hem niet verbeterd hebben''. Bij deze mail was een link toegevoegd, die leidde naar een artikel op website TabakNee, waarvan de heer Van Dam hoofdredacteur is.

Op 6 december, met een update op 19 december, is op de site TabakNee een opiniebijdrage over het bewuste Trouwartikel verschenen. De heer Van Dam schrijft in deze bijdrage onder meer:

'Philips Morris kreeg, onlangs weer in Trouw en Het Parool, alle ruimte om de misleidende KPMG-rapporten toe te lichten. Waarom trappen Nederlandse journalisten steevast in die marketingtool? En waarom zijn de artikelen van journalist (volgt naam van de auteur van het bewuste artikel- A.V.) zo pro tabaksindustrie? Je kan er vergif op innemen. Dreigt de accijns op tabak verhoogd te worden, zoals nu de shag met 70 eurocent, dan toveren de tabaksfabrikanten het KPMG-rapport tevoorschijn waarin staat dat hogere accijnzen tot meer smokkel leiden. Dit door tabaksfabrikanten gefinancierd KPMG-rapport, waarin ieder jaar wordt verteld hoe het met de illegale handel in sigaretten is gesteld, heeft het uiterlijk van een wetenschappelijk rapport, maar is in feite marketingtool. Nederlandse journalisten trappen hier steeds in. En nu weer Trouw van 28 november (...). Stefanie Pollet, manager illicit trade strategies and prevention bij Philip Morris Benelux, krijgt alle ruimte om de leugens in het KPMG-rapport te debiteren. Accijnsverhoging is desastreus voor de belastinginkomsten, fabrikant en roker, is haar mantra omdat dit tot namaaksigaretten en smokkel zou leiden'.

Over de bij naam genoemde Trouwjournalist die het bewuste krantenartikel schreef, merkt de heer Van Dam in dezelfde bijdrage op voornoemde website op dat hij 'kennelijk een goede band heeft opgebouwd met dat bedrijf'. De letterlijke tekst op dit punt luidt: 'Hij slikt de rapporten van Philip Morris voor zoete koek. Met een heel klein beetje research was hij er achtergelopen dat de rapporten waarop Philip Morris zich beroept, op drijfzand zijn gebaseerd. In geen van zijn artikelen is ook maar een splinter van kritiek op het product dat door deze fabriek des doods wordt gemaakt. Zo schrijft hij in Trouw van 19 april 2014 dat hoge accijnzen en anti rookmaatregelen de verkoop van tabakswaren bemoeilijken. 'Tel daar de toegenomen handel in illegale sigaretten bij op en het beeld is dat de grote sigarettenproducenten zware tijden beleven'. Over zware tijden van patiënten met COPD en longkanker als gevolg van hun tabaksverslaving geen woord (...)'.

De hoofdredacteur van Trouw heeft in een e-mail aan de heer Van Dam gewezen op het feit dat hij de heer Schoonen reeds twee jaar geleden is opgevolgd en dat dit getuige een eerdere, eenmalige correspondentie tussen beiden bij hem bekend moet zijn geweest. De heer Van der Laan besluit zijn e-mailbericht met de navolgende zin: 'Ten aanzien van uw verzoek hebben wij besloten niet op uw kritiek in te gaan'.

In de klacht die de heer Van Dam hierover op 18 december indiende bij de ombudsman van Trouw, noemt hij het besluit van hoofdredacteur de heer Van der Laan om niet inhoudelijk op zijn kritiek te reageren 'ongehoord'. 'Trouw heeft een naam hoog te houden voor wat betreft haar houding ten aanzien van de tabaksindustrie', meent de heer Van Dam. In dit kader verwijst hij naar de volgens hem 'voortreffelijke en kritische artikelen' over de tabaksindustrie, die eerder onder de naam van een andere journalist in Trouw zijn verschenen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ontvankelijkheid Ombudsman

Aangezien de klacht in de onderhavige kwestie rechtstreeks voortvloeit uit berichtgeving in Trouw, is de ombudsman conform de statuten ontvankelijk in zijn onderzoek.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Overwegingen en adviezen ombudsman

Zowel mondeling als per e-mail heeft de hoofdredacteur van Trouw aan de ombudsman meermaals uiteengezet waarom hij niet inhoudelijk reageert op de kritiek van de heer Van Dam. Deze uitleg heeft de heer Van der Laan op 19 januari j.l. aldus in een e-mail samengevat:

'De reden dat ik gemeld heb niet in te gaan op de geuite bezwaren is dat deze op een ander terrein liggen dan waar het bewuste verhaal over ging. Dit verhaal betrof de opsporing van illegale sigaretten. Vanuit journalistiek oogpunt valt op genoemd stuk niets aan te merken. De heer Van Dam is vanuit zijn stichting Rookpreventie Jeugd en TabakNee een fel tegenstander van roken. Zijn opmerkingen dat Trouw ons hiermee voor het karretje laat spannen van de sigarettenindustrie raken kant noch wal. In onze commentaren en ook in verhalen over gezondheid wijzen wij steevast op de gevaren van roken. Als wij een verhaal schrijven over het opsporen van illegale sigaretten zeggen wij niet dat roken okay is. Zijn subjectieve benadering van de krant en van het bewuste verhaal hebben bij mij tot de conclusie geleid dat een inhoudelijke reactie weinig zin had. Bovendien, als ik die reactie wel had gegeven, was het ook niet goed geweest'.

Over de kritische benadering van de heer Van Dam ten aanzien van Trouw het volgende. Uiteraard staat het een ieder vrij kritiek uit te oefenen op artikelen die in media verschijnen. Trouw vormt hierop geen uitzondering. De e-mail van de heer Van Dam aan hoofdredacteur de heer Van der Laan van deze krant is hierom niet ongewoon. Aangezien in deze e-mail een link is toegevoegd naar een 'opinie'-stuk op de website TabakNee neem ik deze laatste bijdrage mee in mijn overwegingen. Hoewel de heer Van Dam stelt dat hij de correspondentie met de hoofdredacteur van Trouw simultaan heeft gestuurd aan de journalist die het artikel over Philip Morris schreef en deze dus op de hoogte was, raakt juist het opiniestuk m.i. het begrip 'fair play' in het geding. Immers, de integriteit van de bij naam genoemde journalist die niet freelancer is maar een vast contract heeft bij de krant, wordt in het opiniestuk op TabakNee publiekelijk in twijfel getrokken. Mocht het juist zijn dat hij een 'kennelijk goede band' heeft opgebouwd met Philip Morris, dan pleit dit als journalist overigens voor hem. Een goede band hoeft in generlei opzicht een kritische benadering in de weg te staan. Integendeel.

Ten aanzien van het artikel over Philip Morris zal ik kort zijn. Het betreft een zakelijk artikel waarin bedrijfsmatige aspecten, in dit geval de sigarettenbranche, centraal staan. Natuurlijk heeft Stichting Rookpreventie Jeugd en website TabakNee het volste recht (elke) journalistieke aandacht voor deze branche af te keuren. Dit laat onverlet dat alleen Trouw de eigen journalistieke keuzes bepaalt en hiervoor ook redactionele verantwoordelijkheid draagt. Dat een stichting, die zich ten doel stelt alle tabak uit te bannen uit de samenleving, heel anders wenst is vanuit haar visie begrijpelijk. Hoe nobel haar inzet, initiatieven en overwegingen zijn, en hoe zeer deze ook met haar zogenoemde ANBI-status worden onderschreven, betekent dit niet dat zij de integriteit van een journalist publiekelijk in twijfel hoeft te trekken. Ware het uitgangspunt de ingrijpende gezondheidsaspecten van roken zijn geweest, dan was dat wellicht anders geweest. Die journalistieke invalshoek had het bewuste artikel echter niet. Evenmin is het een Wet van Meden en Perzen dat bij zakelijke aandacht voor de tabaksbranche een vermelding komt over aantallen doden, ziekten, veroorzaakt door roken.

Hoe heeft Trouw hierop gereageerd? Of beter: Had hoofdredacteur de heer Van der Laan in de visie van de ombudsman moeten reageren op de e-mail van de heer Van Dam en zijn bijdrage op de website van TabakNee? Zolang brieven, e-mails en dergelijke geen scheldwoorden en of persoonlijke beledigingen bevatten is er m.i. geen enkele reden voor de (hoofd)-redactie de discussie met kritische lezers en of volgers van de krant uit de we te gaan. Dat hoeft en kan niet heel uitputtend te zijn. Maar degene die een kritische vraag voorlegt aan de (hoofd)-redactie heeft naar mijn mening altijd recht op een adequaat, inhoudelijk antwoord. De inhoud hiervan hoeft lang niet altijd te betekenen dat de kritische aangever in het antwoord aan hem ook gelijk krijgt. Een schappelijke uitleg is echter op zijn plaats, mits fatsoensnormen niet zijn of worden overschreden.

In de onderhavige kwestie heeft de hoofdredacteur van Trouw te kennen gegeven dat hij niet heeft willen reageren op de kritiek van de heer Van Dam aangezien bezwaren van de laatste 'op een ander terrein liggen dan waar het bewuste artikel over ging'. Juist hierom was een reactie van de hoofdredacteur van Trouw m.i. passend geweest. Zijn voorspelling dat wanneer hij zou hebben gereageerd, het ook niet goed was geweest, is voorbarig en kan op deze plaats geen rol spelen. Mijn advies aan de (hoofd)redactie van Trouw is onverkort te reageren op aan haar gerichte kritiek (e-mails, brieven enz.) omtrent de inhoud van de krant. Dit belang telt des te meer als op een extern, maatschappelijk relevant platform, zoals website TabakNee de journalistieke integriteit van de krant en een van haar redacteuren in twijfel wordt getrokken.

Rotterdam, 29 januari 2016,

Adri Vermaat

Ombudsman/mediaredacteur Trouw

DE REACTIE VAN FRITS VAN DAM

Amsterdam, 1 februari 2016

Geachte heer Vermaat,

Hartelijk dank voor de uitgebreide beantwoording van mijn klacht over de bejegening van de hoofdredacteur van Trouw.

Ik wil niet treden in uw conclusie, dat het passend ware geweest als de hoofdredacteur wel had gereageerd op mijn klacht aangaande het artikel van de heer Schwartz. Ik ben overigens alsnog wel benieuwd naar de reactie van de hoofdredacteur die ons, naar ik vermoed, vooral ziet als een fanatieke actiegroep die niet naar argumenten luistert. Want waarom zegt hij anders "bovendien, als ik die reactie wel had gegeven, was het ook niet goed geweest". De implicatie is dat wij ons niets aantrekken van tegenargumenten.

Een paar opmerkingen heb ik nog wel:

U merkt op dat de heer Schwartz een vast contract heeft bij de krant. Op zijn LinkedIn-pagina staat echter "Independent writing and editing professional" nergens staat zijn relatie met Trouw vermeld, vandaar onze conclusie dat de heer Schwartz freelancer is. Misschien kunt u hem vragen zijn LinkedIn-pagina bij te werken om dit soort misverstanden te vermijden.

U stelt: "Het betreft een zakelijk artikel waarin bedrijfsmatige aspecten, in dit geval de sigarettenbranche, centraal staan". Maar dat is nu juist niet het geval. Mevrouw Pollet stelt, om het maar even kort samen te vatten, dat de smokkel van sigaretten de industrie en de samenleving benadeelt en zij baseert zich hierbij op het KPMG-rapport. Een belangrijk bezwaar van het artikel in Trouw was en is dat de heer Schwartz geen enkele kritische kanttekening maakt bij deze beweringen van mevrouw Pollet. Hij laat haar wegkomen met de mededeling dat uit de rapporten van KPMG blijkt hoe groot het effect van de smokkel is. Er is behoorlijk wat evidentie dat de KPMG-onderzoeken niet deugen. Professor Pim Levelt, oud-president van de KNAW, concludeerde in Vrij Nederland (21-8-2013) over het rapport: "Over de betrouwbaarheid en validiteit van de gebruikte maten krijgen we slechts globale aanduidingen en de relevante maten worden nergens gepresenteerd. Bovendien is er geen evidentie dat het rapport onderhevig is geweest aan peer review. Deze onvolledigheid impliceert dat de conclusies van dit rapport oncontroleerbaar zijn." Zie ook dit bericht. Philip Morris heeft als policy om de smokkel van sigaretten zo groot mogelijk voor te stellen, omdat zij accijnsverhoging willen tegen houden. Dat doet zij niet alleen in Europa maar ook bijvoorbeeld in Australië, zie dit artikel. Het hoort toch bij het journalistieke handwerk dat uitspraken van een geïnterviewde niet voor zoete koek worden aangenomen.

U gaat in het geheel niet in op de zinsnede in het artikel waar ik ook bezwaar tegen aangetekend heb, namelijk: "Illegale fabrikanten sjoemelen met teer- en nicotinegehaltes en er zijn, zegt Pollet, in illegale waar sporen gevonden van plastic, insecten en uitwerpselen. "Te onsmakelijk om niet [sic] te vertellen." Ik weet niet of u zich realiseert wat de tabaksfabrikanten zelf in de sigaretten stoppen, naar schatting ruim 600 ingrediënten die allemaal bedoeld zijn om haar clientèle verslaafd te maken en te houden. Stopten ze er maar rotzooi in zoals plastics, dan was het snel gedaan met de verslaving. Ook dat was toch echt een kanttekening van de heer Schwartz waard geweest.

Uiteraard realiseer ik me zoals u stelt dat "...alleen Trouw de eigen journalistieke keuzes bepaalt en hiervoor ook redactionele verantwoordelijkheid draagt". Mijn bezwaar richt zich precies tegen deze redactionele keuze, namelijk een vertegenwoordiger van de tabaksindustrie ongeclausuleerd haar gang te laten gaan. Ik ben daarom ook zeer teleurgesteld in het redactioneel beleid van Trouw ten aanzien van de tabaksindustrie, zoals blijkt uit het artikel van Koos Schwartz. In tegenstelling tot wat de heer van der Laan beweert, is vanuit journalistiek oogpunt op dit artikel van alles aan te merken.

Ik zal uw reactie integraal op de site publiceren bij het onderhavige artikel en mijn reactie aan u daar weer onder.

Met vriendelijke groet,

Frits van Dam

Secretaris Stichting Rookpreventie Jeugd

Hoofdredacteur TabakNee

HET GEWRAAKTE ARTIKEL

Philip Morris jaagt op illegale sigaret

BYLINE: KOOS SCHWARTZ

SECTION: Economie; Blz. 20

LENGTH: 960 woorden

Producenten gaan zelf achter namaak aan. In Nederland zijn al vier fabrieken ontdekt in twee jaar tijd.

Bij de Maasvlakte denk je aan olie en chemie, niet aan sigaretten. Toch werd daar eind oktober een fabriek voor illegale sigaretten ontdekt. Het was de vierde ontdekking in zijn soort in Nederland in minder dan twee jaar tijd.

Stefanie Pollet ging kijken. Ze zag er een sigarettenmachine en een verpakkingsmachine. Ze stonden in de kelder. Er waren filters en cellofaan. De muren waren geïsoleerd om het geluid van de machines te dempen.

Geproduceerd werd er nog niet. "Er was geen ruwe tabak en er waren geen mensen toen de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst binnenviel", vertelt Pollet. Ook onvindbaar: het merk dat de fabrikanten wilden namaken.

Duidelijk was wel dat de fabriek 1500 sigaretten per minuut kon produceren en dat de fabrikant van plan was de benodigde stroom illegaal af te tappen. Vorig jaar werden er in Nederland drie illegale fabrieken ontmanteld: in Aalsmeer, Gronsveld en Giessen.

Pollet is manager illicit trade strategies and prevention bij Philip Morris Benelux. Ze spoort voor de producent van (onder meer) Marlboro illegale tabak op: namaaksigaretten, smokkelwaar en semi-legale tabak. Zoals Nike personeel heeft dat speurt of er nep-Nikes in omloop zijn, zo doet Pollet dat voor Philip Morris.

Ze vertelt over een opgerolde fabriek in het Belgische Eupen. "Die had slaapkamers en een keuken. De 'werknemers' leefden erin. Ze waren er geblinddoekt naartoe vervoerd. Sommigen waren bedreigd." Een voorbeeld van een goed georganiseerde criminele organisatie, zegt Pollet. Daarvan zijn er meer in de illegale tabakshandel.

Illegale tabak is misschien geen nijpend probleem, wel een latent probleem. Philip Morris verliest er omzet door en lijdt, bij namaak, imagoschade. Overheden lopen inkomsten uit accijnzen mis: Nederland in 2014 naar schatting 192 miljoen euro, België circa 85 miljoen. En dan is er de volksgezondheid. Illegale fabrikanten sjoemelen met teer- en nicotinegehaltes en er zijn, zegt Pollet, in illegale waar sporen gevonden van plastic, insecten en uitwerpselen. "Te onsmakelijk om niet te vertellen."

Het oprollen van namaaksigarettenfabrieken mag spectaculair zijn, toch vormt namaak een klein deel van de illegale handel: in Europa zo'n 6,6 procent, in Nederland 4,1 procent. Smokkel is in Europa goed voor ruim de helft van die handel en in Nederland voor 93 procent. Sigaretten gaan dan illegaal de grens over en worden verkocht zonder accijnzen af te dragen. Het gros van die smokkelwaar komt van buiten de EU.

Overheden zijn daar de dupe van, maar Philip Morris soms ook. Sinds 2004 moet het concern een boete betalen als er een bepaalde hoeveelheid gesmokkelde Philip Morris-sigaretten in beslag is genomen. Het bedrijf maakt daarom, zegt Pollet, meer werk van de traceerbaarheid van zijn producten. Sinds 2006 staan op sloffen codes die aangeven waar de sigaretten zijn gemaakt. Sinds 2012 staan die codes ook op pakjes.

Dan zijn er wat Pollet 'illicit whites' noemt. Dat zijn sigaretten die in vrijhandelszones als Kaliningrad (Rusland) legaal worden gemaakt, maar puur met de bedoeling ze buiten die zone illegaal te verkopen. De 'witte illegalen', met merknamen als Jin Ling en Richman, gaan in Europa steeds vaker onder de toonbank door, zegt Pollet. In Nederland komen ze mondjesmaat de markt op.

Hoe kom je te weten of er smokkelwaar of namaaksigaretten in omloop zijn? Informatie haalt Pollet uit de onderzoeken die elk kwartaal in vijftig steden in Nederland (en achttien in België) worden gedaan. Dan worden er van de straat en uit vuilnisbakken lege sigarettenpakjes geplukt en wordt gekeken waar die vandaan komen. Mede op basis van die onderzoeken maakt KPMG jaarlijks een overzicht van de omvang van de markt voor illegale sigaretten.

In het zuiden en oosten van Nederland komen die gevonden pakjes relatief vaak uit Duitsland en België. Logisch, want daar is de tabaksaccijns lager en daar kopen grensstreekbewoners vaak hun tabakswaar. In gebieden waar veel Turken, Polen en toeristen zijn, komen de sigaretten ook vaak uit het buitenland.

Soms is er iets vreemds aan de hand. Dan blijken er in een stad ineens veel meer buitenlandse sigaretten te zijn dan voorheen. Dan kan Pollet opdracht geven om bij winkeliers testaankopen te doen of observaties te doen op straat en op markten. "Daar komt weleens wat uit."

Zijn er bewijzen dat er aanbod is van smokkelwaar, namaak of witte illegalen, dan tipt ze de douane via het Meldpunt Accijnsfraude en zo nodig de politie. Zij zijn belast met de opsporing. Wat de douane met die tips doet, weet ze niet. "De douane heeft geheimhoudingsplicht."

Of de mensen achter de fabriek op de Maasvlakte al zijn gevonden, weet ze dan ook niet.

Terreurorganisaties

Met illegale tabak is veel geld te verdienen. Terreurorganisaties weten dat ook. Bij de organisaties die met illegale tabakshandel geld verdienen, hoort onder meer IS, stelt de Amerikaanse terreurdeskundige Louise Shelley.

Ook van de beruchte terrorist Mokhtar Belmokthar, die onlangs de verantwoordelijkheid opeiste voor de aanslag op het Radisson Blu hotel in Bamako (Mali), is bekend dat hij zich bezighield met sigarettensmokkel. Zijn bijnaam: Mr. Marlboro.

Hoge accijnzen

Volgens KPMG werden er in 2014 in de EU, Noorwegen en Zwitserland in totaal 56,6 miljard illegale sigaretten gerookt. Dat is iets meer dan 10 procent van de totale sigarettenconsumptie in dat gebied. Landen met relatief veel illegale sigaretten kennen of zeer hoge accijnzen (Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen) of liggen dichtbij niet-EU-landen (de Baltische staten, Polen, Griekenland). In Nederland ligt het marktaandeel van illegale sigaretten op 6,7 procent, schat KPMG.

Hoe kom je te weten of er smokkelwaar of namaaksigaretten in omloop zijn? Informatie haalt Pollet uit de onderzoeken die elk kwartaal in vijftig steden in Nederland (en achttien in België) worden gedaan. Dan worden er van de straat en uit vuilnisbakken lege sigarettenpakjes geplukt en wordt gekeken waar die vandaan komen. Mede op basis van die onderzoeken maakt KPMG jaarlijks een overzicht van de omvang van de markt voor illegale sigaretten.

tags:  media | Ombudsman | onderzoek | philip morris