line

Open brief aan staatssecretaris Van Rijn

vrijdag 26 september 2014

In een gisteren verstuurde brief aan staatssecretaris Van Rijn roept Stichting Rookpreventie Jeugd de regering op te reageren op de dagvaarding van de Staat die is bedoeld om een einde te maken aan de ongeoorloofde contacten van de tabaksindustrie met de Nederlandse overheid. Hieronder geven wij de volledige brief weer.

 

Amsterdam, 26 september 2014

Geachte Heer Van Rijn,

Zoals u weet heeft onze Stichting op 8 september jl. de Staat der Nederlanden gedagvaard. Kern van de zaak is dat de Staat zich, in onze visie, in de contacten met de tabaksindustrie en met diegenen die het voor de tabaksindustrie opnemen in het geheel niet gedraagt naar de ter zake bij Verdrag vastgelegde normen. Met name gaat het dan om het bepaalde in artikel 5.3 van de FCTC dat (in uw eigen woorden):

"(...) is bedoeld te voorkomen dat de tabaksindustrie invloed kan uitoefenen op het tabaksbeleid van landen." (TK, vergaderjaar 2013-2014, Aanhangsel 1011, antwoord 3, cursivering toegevoegd).

In onze visie komt er tot nu toe van dat voorkomen niets terecht en wordt door de Staat al helemaal nagelaten daadwerkelijk handen en voeten te geven aan de betreffende Verdragsbepaling waaraan de Staat zich niettemin ten volle heeft gebonden.

De afgelopen periode zijn diverse Kamervragen over dit onderwerp gesteld, maar nooit heeft de beantwoording daarvan het krachtens artikel 5.3 te bereiken resultaat ook maar iets dichterbij gebracht. Gelet op onze doelstellingen konden en kunnen wij dit er niet bij laten zitten en hebben er voor gekozen deze kwestie middels het aanhangig maken van een proces tegen de Staat op scherp te zetten. Dit teneinde er geen misverstand over te laten bestaan dat vrijblijvendheid hier geen optie is.

Omdat de wet bepaalt dat belangenorganisaties gedurende zo'n twee weken hun best moeten doen om in overleg tot een oplossing te komen hebben wij bij het dagvaarden een ruimere dan de normale termijn in acht genomen. Bovendien is de door ons gekozen termijn ook langer dan de twee weken die de wetgever bepaalde, juist omdat wij dit een zinnige bepaling vonden en vinden en de bedoeling daarvan ook feitelijk de ruimte wilden geven teneinde te kunnen beoordelen of een oplossing in der minne mogelijk zou zijn.

Het heeft ons wel wat verbaasd dat wij tot nu toe niets van u of van de andere hierbij betrokken bewindslieden hebben vernomen. Onze advocaat had u met het oog hierop juist de dagvaarding nog apart per brief doen toekomen. Het is dan ook niet alleen for the record dat wij u hierbij opnieuw vragen ons te laten horen of u een gesprek zinvol acht, want wij willen de bedoeling van die wettelijke termijn serieus nemen.

Tot slot, wij sturen deze brief alleen naar u aangezien u eerstverantwoordelijke bent voor dit dossier. Wij vertrouwen er op dat u deze brief met de andere betrokken bewindslieden deelt indien u dat dienstig vindt voor een correcte afwikkeling. Uiteraard strekt onze bereidheid tot overleg zich ook tot de andere bewindspersonen uit.

Graag vernemen wij van u,
Met vriendelijke groet,

F.S.A.M. van Dam
secretaris