EHRM veroordeelt rookverbod in Estse gevangenissen
donderdag 08 januari 2026
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaalde in november dat een totaal rookverbod in Estse gevangenissen een mensenrechtenschending is. Maar met nieuwe argumenten kan de beslissing in hoger beroep bij de Grote Kamer nog worden teruggedraaid.
Door de webredactie
In de gevangenissen van Estland geldt sinds 2017 een totaal rookverbod. Drie gevangenen stapten naar de rechter om dit verbod aan te vechten omdat het in strijd zou zijn met het Europees Mensenrechtenverdrag. Op 5 november 2025 kwam het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met een eerste uitspraak in deze zaak, die ernstige gevolgen kan hebben voor het tabaksontmoedigingsbeleid en gezondheidsrechten in Europa, stelt Aikaterini Tsampi, onderzoeker aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen in een blog voor Tobacco Control.
Geen schending van Artikel 3
Het invloedrijke EHRM richtte zich in deze zaak op twee artikelen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechters bepaalden dat Artikel 3, een verbod op marteling en onmenselijke behandeling, niet is geschonden. Zelfs als gevangenen in Estland een zekere mate van stress en angstgevoelens hebben omdat ze niet mogen roken, dan “voldoet de ernst van hun lijden niet aan de hoge drempel voor mishandeling zoals omschreven in het verdrag”, schrijft Tsampi.
Dat is een belangrijke constatering. Want in eerdere zaken, aangespannen door gevangenen die juist te lijden hadden onder passief roken, oordeelde het Hof dat de impact hiervan op de gezondheid en het welzijn van niet-rokende gedetineerden “wel degelijk onder mishandeling valt.”
Wel een schending van Artikel 8
Maar het Hof oordeelde ook dat het absolute rookverbod in Estse gevangenissen wel een schending is van Artikel 8, waarin staat dat iedereen recht heeft op respect voor zijn of haar privéleven. De reden is dat het rookverbod “de persoonlijke autonomie en de keuzevrijheid van gevangenen om te roken, een activiteit die zij als prettig en rustgevend ervaren, onevenredig beperkt”, parafraseert Tsampi de uitspraak.
De Estse autoriteiten hebben te weinig rekening gehouden met de persoonlijke autonomie van rokende gevangenen en zijn er niet in geslaagd om voldoende en relevante redenen aan te voeren voor het verreikende en absolute rookverbod, aldus het Hof. De uitspraak betekent dat het totaalverbod op roken in de Estse gevangenissen een schending van hun mensenrechten is.
Uitspraak met mogelijk grote gevolgen
Tsampi stelt dat de uitspraak de aandacht vereist van tabaksbestrijdingsexperts, omdat deze “de aanzienlijke vooruitgang die staten hebben geboekt” bij de aanpak van tabak “kan ondermijnen.” Ze wijst op een rapport van ASH Canada, dat stelt dat de positieve ontwikkelingen die het gevolg zijn van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC) momenteel afvlakken.
Als het besluit van het Hof definitief wordt, is Estland wettelijk verplicht het uit te voeren. De Estse regering moet dan het algehele rookverbod in gevangenissen aanpassen. Maar de uitspraak reikt verder, want uitspraken van het Hof hebben ook impact op andere landen die bij het Europese mensenrechtenverdrag zijn aangesloten. Het Verenigd Koninkrijk zal dan het rookverbod in Schotse gevangenissen moeten aanpassen. Ook andere landen die rookvrije gevangenissen nastreven, zullen hun plannen moeten herzien.
Er is geen recht op roken
Tegelijk betekent de uitspraak niet dat er een streep gaat door het beleid voor rookvrije ruimtes, of dat er opeens sprake is van “een recht op roken”. Want het Hof heeft ook “erkend dat het rookverbod in Estse gevangenissen twee legitieme doelen nastreefde: de gezondheid van anderen beschermen en wanorde of criminaliteit voorkomen”, schrijft Tsampi. Bovendien stelde het Hof dat roken geen onmisbaar of onlosmakelijk onderdeel van iemands identiteit is.
Wat gebeurt er nu?
Het besluit is met een kleine meerderheid van vier tegen drie rechters genomen. Estland kondigde kort na de uitspraak aan in beroep te zullen gaan. Als de zaak dan wordt voorgelegd aan de Grote Kamer van het Hof, kunnen de 17 rechters ook aspecten meewegen die nog niet aan de orde zijn gekomen, zoals wetenschappelijk bewijs over rookvrije ruimtes en juridische ontwikkelingen bij het FCTC. “Dit wordt een belangrijk moment voor experts op het gebied van tabaksbestrijding om ervoor te zorgen dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over het benodigde bewijsmateriaal beschikt”, stelt Tsampi.
Een woordvoerder van het Hof laat weten dat Estland het hoger beroep nog niet heeft aangetekend, maar dat de termijn daarvoor ook nog niet is verstreken.
tags: gevangenis | rookverbod | EHRM | hoger beroep | rechtszaak | FCTC-verdrag | rokers | mensenrechten | Europees Hof





Stichting Rookpreventie Jeugd is geregistreerd als Algemeen Nut Beogende Instelling (RSIN: 820635315 | KvK: 34333760).