line
lhbt-ers melkkoe

LHBT’ers melkkoe voor de tabaksindustrie

woensdag 23 juni 2021

De kans dat een jongvolwassene die tot de LHBT-gemeenschap behoort rookt, is volgens de Amerikaanse Food and Drug Administration twee keer zo groot als bij iemand die niet tot die gemeenschap behoort. In Nederland is er nog weinig onderzoek naar gedaan, maar uit Amsterdamse cijfers blijkt dat er ook hier sprake is van een verschil. De tabaksindustrie bewerkt de groep met specifieke marketing.

Door de webredactie

Er wordt veel meer gerookt onder Amerikanen die tot de LHBT-gemeenschap behoren, dan door hen die daar niet toe behoren. Gemiddeld rookt 20 procent van de Amerikaanse LHBT’ers, terwijl het landelijk gemiddelde op 14 procent van de populatie ligt. Onder jongvolwassen (18-24 jaar) LHBT’ers is de kans dat er gerookt wordt zelfs twee keer zo groot vergeleken met Amerikanen die niet tot die groep behoren. Maar liefst 40 procent van de jongvolwassen LHBT’ers zegt onregelmatig een sigaret gerookt te hebben. Dat schrijft de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) begin juni op haar website.

Ook de Amerikaanse antirookorganisatie Campaign for Tobacco-free Kids heeft in maart van dit jaar een factsheet gepubliceerd waarin gesproken wordt van een tabaksepidemie onder LHBT’ers. Uit die factsheet blijkt dat 51 procent van de rokende homomannen en lesbiennes mentholsigaretten gebruiken en dat dat onder biseksuelen 46 procent is. Onder hetero’s is dat 39 procent.

LHBT-scholieren roken ook meer

Op middelbare scholen is het gebruik van tabaksproducten ook fors hoger onder LHBT’ers. 8 procent van de LHBT-middelbare scholieren rookt sigaretten, terwijl dat onder heteroseksuele scholieren 3,8 procent is. Ook gebruikt een op de vier LHBT’ers op de middelbare school een e-sigaret, waar dat onder hetero’s 18,5 procent is. Zelfs sigaren worden bijna twee keer zoveel door LHBT-scholieren gerookt als door hetero’s.

De FDA heeft een trits verklaringen voor het ‘waarom’ van dat grote verschil in aantal rokers. Zo staan LHBT’ers bloot aan meer risicofactoren die tot roken kunnen leiden, zoals stress door het maatschappelijk stigma dat op mensen met een andere geaardheid ligt. Ook kunnen negatieve reacties op het uit de kast komen, bijdragen aan het zoeken van een toevlucht in de tabak.

Tabaksmarketing speelt een rol

Daarnaast speelt tabaksmarketing een rol. De tabaksindustrie adverteert vaak bij Gay Pride-feesten en andere evenementen die gericht zijn op de LHBT-gemeenschap. Ook blijkt tabaksgebruik in lifestyle-media gericht op LHBT’ers vaak als ‘normaal’ en ‘geaccepteerd’ gedrag beschreven of afgebeeld te worden.

Onlangs werd nog weer duidelijk hoe de industrie een wit voetje bij deze groep probeert te halen. British American Tobacco (BAT) heeft een eigen LHBT+-netwerk, dat B United heet en dat zich zogezegd inzet voor ‘A better tomorrow’ voor al haar medewerkers. Deze slogan hoort bij de promotie van BAT voor zijn alternatieve tabaksproducten die minder schadelijk voor de gezondheid zijn (maar desondanks nog altijd veel schade kunnen aanrichten).

Oproep om roken onder LHBT’ers tegen te gaan

De Campaign for Tobacco-free Kids roept LHBT-organisaties in Amerika op om de samenwerking met tabaksfabrikanten te stoppen. Ook zouden LHBT-media zich bewust moeten zijn van de normalisering van roken onder LHBT’ers en juist een bijdrage moeten gaan leveren aan het stoppen met roken onder deze groep. Ook is er beleid nodig om ervoor te zorgen dat voorkomen wordt dat jongeren in deze groep beginnen met tabaksgebruik en om ervoor te zorgen dat meer LHBT’ers toegang krijgen tot rookstopmethodes, zodat de epidemie onder deze groep wordt tegengegaan.

In Nederland nog weinig bekend

In Nederland is er, zo blijkt uit navraag bij het Trimbos-instituut, weinig bekend over het specifieke rookgedrag van LHBT’ers. Wel doet de GGD Amsterdam met enige regelmaat een onderzoek naar het rookgedrag van homoseksuele inwoners. Uit de Gezondheidsmonitor 2016 bleek dat 41 procent van de homoseksuele mannen rookt, meer dan heteroseksuele Amsterdammers (32 procent). In 2012 ging het nog om een derde van de Amsterdamse LHBT’ers. Ook toen was dat meer dan gemiddeld en ook was er toen sprake van een stijging ten opzichte van 2008. Uit deze cijfers blijkt dat er in Nederland een vergelijkbare situatie is als in de Verenigde Staten.

Dit najaar wordt een nieuwe Amsterdamse Gezondheidsmonitor gepresenteerd. Mogelijk zitten daar nieuwe cijfers bij over het rookgedrag van LHBT’ers.

tags:  jeugdrokers | LHBT | marketing | onderzoek | rookgedrag | tabaksreclame | Tobacco-Free Kids