WHO-hoofd vindt dat tabaksindustrie moet meebetalen aan gevolgen roken

woensdag 24 juli 2019

Het hoofd van het Tobacco Free Initiative van de WHO, dr. Vinayak M. Prasad, zegt in een interview dat tabaksfabrikanten flink verdienen aan de verkoop van tabak, maar niet opdraaien voor de sociale en economische gevolgen van tabaksgebruik. Via een speciale belasting zou dat alsnog mogelijk gemaakt kunnen worden.

Door de webredactie

“Tabaksfabrikanten betalen niet voor de sociale en economische schade die de verkoop van hun producten veroorzaken,” zegt dr. Vinayak M. Prasad, het hoofd van het Tabacco Free Initiative van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en een van de architecten van het FCTC-verdrag, in een interview met EUReporter. “Rokers doen dat wel,” vervolgt hij. De accijns die op tabak zit, gaat immers naar de staat, die dat weer zou kunnen gebruiken om de gezondheidszorg te bekostigen. Prasad: “Maar in de meeste landen zijn de inkomsten van accijns lager dan de sociale en economische kosten van het produceren en consumeren van tabaksproducten.”
Prasad stelt in feite dat niet-rokers meebetalen om de kosten op te vangen die tabakgerelateerde ziekten en doden met zich meebrengen. “De kosten van tabaksgebruik zijn normaal gesproken hoger dan de opbrengst,” zegt hij. Het gat dat overblijft wordt betaald uit de (ziektekosten)verzekeringen en belastingen.

De kosten van roken

In 2016 bleek uit het rapport De kosten van roken van SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van Stichting Eindspel Tabak, bijvoorbeeld dat de kosten van roken 21,2 tot 43,2 miljard per jaar zijn voor de Nederlandse samenleving, ten opzichte van een Nederland waarin nooit gerookt is. Uit de Voorjaarsnota blijkt dat de overheid de opbrengst uit accijns in 2019 op zo’n 2,2 miljard euro schat. De uitgaven aan de gevolgen van het roken zijn dus minstens het tienvoudige van de inkomsten.
Volgens Prasad is een manier om ervoor te zorgen dat tabaksfabrikanten de kosten voor de gevolgen van het roken voor de volksgezondheid alsnog gaan dragen, door een speciale belasting voor hen in te voeren. Hij merkt wel op dat dat in ieder land mogelijk anders in elkaar zal steken, afhankelijk van de wetten die er gelden. Hij wijst erop dat in artikel 19 van het internationale FCTC-verdrag staat dat de partijen die het verdrag hebben ondertekend (meer dan 180, waaronder ook Nederland) de tabaksindustrie middels rechtszaken ter verantwoording kunnen roepen. Dat zou in het geval van het verhalen van de gezondheidskosten ook een mogelijkheid zijn.

Tabaksverslavingsfonds

Een andere manier om tabaksfabrikanten te laten opdraaien voor de schade die het gebruik van hun producten veroorzaakt, is het instellen van een tabaksverslavingsfonds. In juli 2018 braken de Stichting Rookpreventie Jeugd (SRPJ) en het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) al een lans voor zo’n fonds. Zij pleitten ervoor de tabaksindustrie te verplichten om jaarlijks één procent van de in Nederland behaalde bruto omzet in een Tabaksverslavingsfonds te storten, om uiteindelijk tot een rookvrije generatie te komen.
Het zou daarbij gaan om een bedrag van circa 35 miljoen per jaar. Met dat geld kan een landelijke preventiecampagne tegen roken gefinancierd worden en kan er meer en betere begeleiding bij het stoppen met roken komen.

Wettelijke grondslagen

In februari van dit jaar werden de eerste wettelijke grondslagen voor zo’n fonds al gelegd doordat de Eerste Kamer instemde met een wetsvoorstel om online kansspelen te legaliseren. In dat akkoord staat dat aanbieders van kansspelen een gedeelte (0,25%) van het bruto spelresultaat in een (gokverslavings)fonds moeten gaan storten. De bedoeling is dat gokverslaafden met dat geld geholpen gaan worden. Naar analogie hiervan kunnen tabaksfabrikanten ook verplicht worden bij te dragen aan het helpen stoppen van nicotineverslaafden en aan de vergoeding van de ziektekosten die het gevolg zijn van jarenlang roken.

tags:  SEO | tabaksindustrie | Verslavingsfonds | volksgezondheid | WHO | ziektekosten