Hof over aangifte: 'Wij kunnen niks, overheid is aan zet'

donderdag 06 december 2018

Het gerechtshof Den Haag geeft het Openbaar Ministerie geen bevel tot strafrechtelijke vervolging van tabaksproducenten. Het hof voegt daaraan toe dat het niet aan de rechter, maar aan de wetgever is om het gesjoemel met sigaretten aan te pakken. Kortom, de overheid is aan zet.

Door de webredactie

Het gerechtshof in Den Haag deed vanochtend uitspraak in de zaak die was aangespannen door strafrechtadvocaat Bénédicte Ficq namens verschillende individuele aangevers en een groot aantal rechtspersonen die eerder aangifte deden tegen de tabaksindustrie. Het Openbaar Ministerie (OM) besloot afgelopen februari niet tot vervolging over te gaan, waarna de aangevers in een zogenoemde artikel 12-procedure aan het gerechtshof vroegen om het OM alsnog tot vervolging te dwingen.

Stringente wet- en regelgeving

Het Hof oordeelt in haar vonnis nu dat “de sigaretten van de tabaksproducenten volgens de stringente Nederlandse en Europese wet- en regelgeving worden gemaakt en getest. Zolang de tabaksproducenten zich aan deze Europese en nationaalrechtelijk vastgestelde regels houden, mogen de lidstaten (en dus ook Nederland) de handel in sigaretten volgens diezelfde Europese regels niet verbieden. Over ingrijpende maatregelen jegens tabaksproducenten kan alleen door de (Europese) regelgever worden beslist”.

Dealers met winstoogmerk

In een reactie stellen advocaat Bénédicte Ficq en haar confrère Marnix van der Werf dat het opmerkelijk is dat het hof in haar uitgebreide motivatie aantekent dat de tabaksproducenten willens en wetens een dodelijk en schadelijk product op de markt brengen met als enig doel daar rijk van te worden.

Het hof schrijft: “Dat roken schadelijk is voor de gezondheid, ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, tot ernstige ziekten en zelfs tot de dood kan leiden en bovendien zeer verslavend is, kan naar het oordeel van het hof als een feit van algemene bekendheid worden aangenomen en wordt door beklaagden ook niet betwist. Beklaagden bieden sigaretten aan waarvan zij weten dat die verslavend en schadelijk (kunnen) zijn voor de gezondheid van (mee)rokers. Het hof gaat ervan uit dat beklaagden hierbij handelen met het oog op het behalen van winst."

En ook: “Het hof respecteert de wens van klagers en vele anderen om het roken van sigaretten, met name door jongeren, uit te bannen en zodoende een rookvrije generatie te creëren. Maar hoe groot de maatschappelijke en algemene gezondheidsbelangen in deze zaak ook zijn, het hof kan niet anders dan de klacht op juridische gronden beoordelen.” De advocaten zien daarin overeenkomsten met vonnissen tegen handelaren in cocaïne en heroïne. Ficq: “Het hof had deze opmerking achterwege kunnen laten, maar kiest ervoor om op deze manier duidelijk aan te geven dat hier sprake is van een maatschappelijke misstand waar de rechtspraak niets aan kan doen. Met andere woorden, de bal ligt bij de politiek.”

Wetgever moet ingrijpen

In de conclusie verwoordt het hof het nogmaals glashelder: “Klagers hebben ervoor gekozen om een maatschappelijk probleem betreffende de volksgezondheid in een strafrechtelijk kader te brengen. Het hof is met het Openbaar Ministerie van oordeel dat het strafrecht in deze geen oplossing kan bieden. Over ingrijpende maatregelen, zoals een verbod op de productie en verkoop van tabak, die conform de richtlijnen is geproduceerd, kan alleen door de wetgever – na afweging van alle belangen – worden beslist. Het uiteindelijk na te streven doel van klagers, te weten het uitbannen van sigaretten en het creëren van een rookvrije generatie, zal – hoe maatschappelijk relevant dat streven ook is - niet via het strafrecht bereikt kunnen worden. Daarvoor zal een beroep gedaan moeten worden op de (Europese) wetgever.”

Steun in de rug

Longarts Wanda de Kanter, voorzitter van de Stichting Rookpreventie Jeugd die samen met de longpatiënten Anne Marie van Veen en Lia Breed initiatiefnemer van de aangifte is, reageert ondanks de afwijzing toch verheugd. “Het hof erkent dat er een groot maatschappelijk probleem is en dat de sigaret extreem verslavend en dodelijk is en eigenlijk zou moeten worden uitgebannen, maar dat het aan de overheid is om in actie te komen. Dat sterkt ons enorm in onze eis dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de overheid in het algemeen moet optreden tegen de sjoemelsigaretten. Het kan niet zo zijn dat we moeten wachten tot ergens in de jaren 20 de Europese Tabaksproductenrichtlijn wordt aangepast.
“Anne Marie van Veen en Lia Breed zijn wel aangeslagen door dit vonnis. Voor hen voelt het of ze in een Kafka-achtige situatie terecht zijn gekomen, waarin de sigaretten met gaatjes in de filters overduidelijk meer giftige stoffen afgeven dan wettelijk is toegestaan. Maar de wettelijk voorgeschreven rookmachines meten iets anders, dus zijn sigaretten in hun huidige vorm toegestaan. Hier moet de wetgever nu iets aan veranderen, helemaal nu we sinds een jaar weten dat die sjoemelsigaretten tot meer longkanker leiden. Overheid, doe iets!”

Dure plicht

Secretaris Frits van Dam voegt toe: “Stichting Rookpreventie Jeugd gaat hier zeker een vervolg aan geven en zal de politiek en de overheid blijven wijzen op de dure plicht die zij heeft de bevolking te beschermen tegen de aanslagen die de tabaksindustrie pleegt op de gezondheid van de bevolking.”

 

tags:  aangifte | misleiding | rechtszaak | sjoemelsigaret | sjoemelsigaretten | tabaksindustrie