Amendement controlesysteem tabaksverkoop

zondag 29 september 2013

De ChristenUnie dient 1 oktober 2013 een amendement in om een leeftijdscontrolesysteem verplicht te stellen bij de verkoop van tabak. Dit is de tekst:

Amendement

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel I, onder A, komt te luiden:

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 8

1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken wordt eveneens begrepen het verstrekken van een tabaksproduct aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welk tabaksproduct echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

2. Vanaf zes maanden na inwerkingtreding van dit artikellid wordt bij het vaststellen van de leeftijd ten behoeve van het verstrekken van tabaksproducten, bedoeld in het eerste lid, gebruik gemaakt van een systeem of werkwijze die door Onze Minister is erkend. Deze erkenning wordt verleend als daarmee minimaal 90% naleving wordt gerealiseerd.

3. Ongeacht het systeem of de werkwijze waarvan gebruikt wordt gemaakt, geschiedt de vaststelling van de leeftijd, bedoeld in dit artikel, aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen document, tenzij het een persoon betreft die onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

4. Op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren plegen te worden verstrekt, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven dat aan personen jonger dan 18 jaar geen tabaksproducten worden verstrekt. Onze Minister kan daaromtrent nadere regels stellen en een model voorschrijven.

Toelichting

Tegengaan van het jeugdroken is een belangrijk element van het tabaksbeleid, dat verder ook bestaat uit onder meer rookverboden en reclamebeperking. Aanscherping van dat beleid is nodig. Dit kan onder meer gerealiseerd worden door beperking van het aantal verkooppunten. Het amendement van het lid Van Gerven heeft hier betrekking op.

Het onderhavige amendement heeft betrekking op het optimaliseren van de naleving van de nieuwe leeftijdsgrens van 18 jaar. De naleving van de huidige leeftijdsgrens van 16 jaar is ver onder de maat, ondanks alle beloften en inspanningen van het betrokken bedrijfsleven de afgelopen jaren(1). De indieners van dit amendement verwachten dat bij verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 jaar – zonder nadere maatregelen - de naleving eerder slechter dan beter zal worden.

Daarom is de tijd rijp om het bedrijfsleven de wettelijke plicht op te leggen systemen of werkwijzen te gebruiken die bewezen leiden tot een vrijwel volledige naleving. Bekend is dat dergelijke systemen bestaan (2). Het tweede lid (nieuw) legt die verplichting op.

In dit artikellid is tevens opgenomen dat Onze Minister systemen en werkwijzen erkent die leiden tot minimaal 90% naleving. De indieners realiseren zich dat 100% naleving niet realistisch is en stellen daarom voor de wettelijke eis te leggen bij minimaal 90% naleving.

Een dergelijke erkenning kan alleen worden afgegeven voor systemen en werkwijzen waarvan middels onafhankelijk onderzoek kan worden vastgesteld dat in geen enkel verkooppunt waar een dergelijk systeem of werkwijze wordt toegepast een nalevingsniveau van minder dan 90% wordt gerealiseerd. Hiermee wordt voorkomen dat methodes worden ingezet, die in verschillende verkooppunten niet blijken te functioneren. Bovendien biedt het zowel ondernemers als toezichthouders duidelijkheid en zekerheid.

Ook wordt met de introductie van deze verplichting een aanzienlijke besparing op toezicht en handhaving gerealiseerd. Immers, het simpele feit dat bij de verstrekking geen gebruik wordt gemaakt van een erkend systeem of een erkende werkwijze is voortaan voldoende om te spreken van overtreding van artikel 8, eerste lid. Nu is de bewijslast beduidend ingewikkelder.

In het betreffende artikellid is een overgangsbepaling opgenomen met de strekking dat de wettelijke verplichting een erkend leeftijdscontrolesysteem of een erkende werkwijze te gebruiken in werking treedt zes maanden na het van kracht worden van deze wijzigingswet.

Een dergelijke termijn is nodig om de minister in staat te stellen een protocol voor de erkenning te ontwikkelen en de betrokken ondernemers de kans te geven een erkend leeftijdscontrolesysteem of een erkende werkwijze te implementeren.

De indieners stellen tevens een nieuwe redactie van artikel 8, tweede lid (oud), voor, waardoor beter wordt aangegeven dat onderdeel van de leeftijdsvaststelling altijd een ID-check dient te zijn, ongeacht welk systeem of welke werkwijze wordt gebruikt, maar dat deze ID-check achterwege wordt gelaten als de betreffende persoon onmiskenbaar ouder is dan 18 jaar.

Voetnoten

1. Uit mystery-shoponderzoek van de Universiteit van Twente (Van Hoof, J. J., Gosselt, J. F., & De Jong, M. D. T. Shop floor compliance with age restrictions for tobacco sales: Remote versus in-store age verification. Journal of Adolescent Health, 46 (2010) 197–199) blijkt dat de naleving rond de 12% ligt.

2. Uit het in voetnoot 1 genoemde onderzoek blijkt dat het Ageviewers-systeem leidt tot 96% naleving. Andere systemen (ID-Swiper, Telepas) claimen ook een hoge tot zeer hoge naleving.