line

Jurisprudentie: landen hebben alle recht hun burgers te beschermen tegen tabaksindustrie

dinsdag 30 augustus 2016

De recente uitspraak in de zaak van Philip Morris tegen Uruguay is een regelrechte erkenning van het soevereine recht van landen om maatregelen te nemen ter bescherming van de volksgezondheid. De uitspraak slaat de tabaksindustrie alle juridische argumenten uit handen.
Door de webredactie

De uitspraak van het arbitragehof van de Wereldbank op 8 juli jl. in de zaak die tabaksfabrikant Philip Morris (PM) had aangespannen tegen Uruguay is een keiharde bevestiging van het recht van staten om maatregelen te nemen in het belang van de gezondheid van hun inwoners. Dat concludeert het McCabe Centre for Law and Cancer in een rapport over de betekenis van de uitspraak voor de implementatie van het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (Framework Convention on Tobacco Control, FCTC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De 180 landen die het verdrag ondertekenden staat niets in de weg om de maatregelen die in het FCTC-verdrag overeen zijn gekomen onverwijld in te voeren.

De uitspraak komt bovenop een groeiende verzameling jurisprudentie die korte metten maakt met de argumenten van de tabaksindustrie om implementatie van het FCTC-verdrag tegen te werken. Het McCabe Centre in Melbourne verzamelt al die jurisprudentie in haar WHO FCTC Knowledge Hub website.

Geen inbreuk

In de zaak van PM vs Uruguay vonniste het arbitragehof van de Wereldbank dat de maatregelen die Uruguay invoerde om het tabaksgebruik tegen te gaan – waarschuwingen op minimaal 80% van sigarettenverpakkingen en het voorschrift dat sigarettenmerken maar één verpakkingsvariant mogen voeren – geen inbreuk vormen op het intellectueel eigendom van PM. Ook zijn de wetten geen schending van de eerlijke en gelijke behandeling die Uruguay PM moet bieden onder de bepalingen van handelsovereenkomsten tussen Zwitserland – vestigingsplaats van PM International – en Uruguay. Volgens het McCabe Centre bevat de uitspraak vele argumenten die relevant zullen blijken in andere juridische zaken.

De opstellers van het rapport kwalificeren de uitspraak dan ook als een klinkende overwinning voor Uruguay en ook meer in het algemeen voor het recht van staten om maatregelen te nemen ten bate van de volksgezondheid. De uitspraak benadrukt de beleidsruimte van landen onder internationale handelsverdragen en bevestigt dat het niet aan internationale tribunalen is om de politieke beslissingen over zulke complexe zaken als de volksgezondheid nog eens te heroverwegen.

‘Nu snel FCTC implementeren’

Het rapport constateert dat er na deze uitspraak en een eerdere uitspraak in december 2015 in HongKong van PM vs Australië geen zaken meer lopen op basis van internationale handelsverdragen inzake tabaksontmoediging. Beide zaken, die al jaren sleepten, hebben voor veel discussie gezorgd tijdens de tweejaarlijkse bijeenkomsten van de FCTC-ondertekenaars, de Conference of Parties (COP), in 2010, 2012 en 2014.

In 2010 is daarom tijdens COP4 de ‘Punta  del  Este  Declaration  on  the  Implementation  of  the  WHO Framework Convention on Tobacco Control’ aangenomen, waarin het soevereine recht van landen werd onderstreept om maatregelen te nemen om de gezondheid van hun burgers te beschermen. Met de recente uitspraken in de hand, stelt het McCabe Centre, kunnen de verdragspartijen tijdens de komende COP6 in november in India besluiten om met nog meer vertrouwen de implementatie van alle bepalingen in het FCTC-verdrag te versnellen.

 

tags:  juridisch | tabaksindustrie | tabaksontmoediging | volksgezondheid