line
aids-fonds-2

Tabaksindustrie maakt misbruik van aidsepidemie

maandag 11 april 2016

Uit recent Amerikaans onderzoek blijkt dat de tabaksindustrie aidsbestrijding wereldwijd heeft gebruikt en nog steeds gebruikt om de strijd van overheden en van de Wereldgezondheidsorganisatie tegen roken te ondermijnen. Internationale aidsorganisaties hebben de tabaksindustrie dan ook al jaren geleden in de ban gedaan. Behalve in Afrika en in...Nederland.
Door de webredactie

"Elke legale financiële ondersteuning, groot of klein, wordt gewaardeerd en is onontbeerlijk om de kwetsbare groepen van de aidsepidemie in de meest risicovolle gebieden, te blijven bereiken", aldus het vrome antwoord dat TabakNee kreeg nadat wij onthulden dat het Aids Fonds in 2010 en 2011 werd gesponsord door British American Tobacco (BAT). Sterker: beroepsbestuurder Anthony Ruys (Heineken, ABN Amro, Schiphol, Rijksmuseum enz.), de voorzitter van de Raad van Toezicht van het Aids Fonds (2006-2015) was in diezelfde jaren commissaris bij British American Tobacco. Toeval? Niet als je het onderzoek ernaast legt, dat eind maart werd gepubliceerd in SAHARA-J: Journal of Social Aspects of HIV/AIDS. In het artikel 'Public enemy no. 1: Tobacco industry funding for the AIDS response' tonen de onderzoekers aan dat Philip Morris vanaf begin jaren negentig een van de belangrijkste sponsors was van de anti-aids campagnes in de Verenigde Staten.

Veel bekender is natuurlijk dat de farmaceutische industrie via de hoogopgeleide, witte, mondige clientèle, miljarden dollars heeft weten binnen te halen voor de ontwikkeling van peperdure medicijnen. De tabaksfabrikanten, die minstens zoveel geld in de aidsfondsen hebben gestopt, hadden een heel ander doel. Zij hoopten via maatschappelijke organisaties een netwerk op te bouwen in hun strijd tegen anti-rook campagnes.

Roken als recht

Fair Play werd de strategie genoemd. De gedachte van de tabaksfabrikanten was om met behulp van steun aan de aidsfondsen de strijd te kunnen aangaan met de Amerikaanse overheid, die steeds strengere maatregelen nam tegen roken. In een van de Philip-Morris documenten staat met zo veel woorden dat rokers geassocieerd dienen te worden met 'andere belangengroeperingen die niet voldoende steun krijgen van de overheid, zoals analfabetisme-bestrijding, onderzoek naar aids, lichamelijk gehandicapten enz.'

De tactiek was erop gericht deze minderheidsgroeperingen 'aan te moedigen om geld voor het bestrijden van roken op andere belangrijke maatschappelijke doelen te richten'. Door bijvoorbeeld het Aidsfonds te confronteren met de hoeveelheid geld die aan het bestrijden van roken werd besteed, hoopte men de aidsorganisatie kritiek te laten leveren op het prioriteitenlijstje van de overheid.

Philip Morris zag het geld voor de aidscampagne uiteraard ook als manier om het imago van roken te verbeteren, reden waarom anti-aidsmuziekfestivals werden gesponsord of sportevenementen. Bij mogelijke kritiek werd de organisatie geacht het volgende commentaar te geven:

'Wij zijn trots op onze relatie met Philip Morris U.S.A. en wij steunen hun geloof in de keuzevrijheid van de mens. Met behulp van de voedsel-, bier- en tabaksbedrijven is Philip Morris zeer actief geweest in de strijd tegen aids. Zij waren een van de eerste bedrijven die het onderzoek naar aids steunden, naar campagnes die aids kunnen voorkomen en zij ondersteunen mensen met aids (..) Laten we niet vergeten dat aids niet discrimineert. Dat moeten wij ook niet doen.'

De 'rechten van de rokers', die de overheid immers ter discussie stelde met hun anti-roken beleid, werden slim gekoppeld aan de 'rechten van homo's', net als de term 'discriminatie'.

Ziekte van de eeuw

Vanaf begin jaren negentig drong door dat Latijns-Amerika en de zuidelijke Afrikaanse landen met een enorme aidsepidemie kampten. Voor de tabaksindustrie was dit hét moment de aandacht te verleggen, ook omdat het aantal rokers in de Verenigde Staten gestaag afnam – terwijl in die landen het aantal rokers onder andere vanwege de stijgende welvaart juist toenam.

Als in 1992 de World Conference on Tabacco or Health (WCTOH) wordt gehouden in Buenos Aires, ontwikkelt BAT een (geheime) campagne waarin aids als 'ziekte van de eeuw' dient te worden gepropageerd en als 'enige manier om de WCTOH-conferentie te neutraliseren'. Er worden plannen ontwikkeld om aidsgroepen de conferentie te laten verstoren en een 'wereldbekende arts' zou de media-aandacht moeten verleggen naar aids. Er moest wél voorkomen worden dat duidelijk werd dat BAT achter al deze acties zat.

Niet alle acties zijn overigens met succes uitgevoerd, schrijven de onderzoekers, maar het lukte wél om Luc Montagnier, een van de ontdekkers van het Hiv-virus naar Argentinië te halen, terwijl de Argentijnse overheid tegelijkertijd een campagne tegen aids startte.

Ook in de jaren daarna gebruikt BAT het argument 'aids' om maatregelen tegen roken te ondermijnen. Zo werd getracht de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in diskrediet te brengen met de stelling dat regeringen van ontwikkelingslanden wel iets anders aan hun hoofd hebben dan tabaksontmoediging. Moeten ze (het weinige) geld voor gezondheidszorg uitgeven aan het bestrijden van roken terwijl de bevolking sterft aan aids?

Bondgenoot in deze strategie is de International Tobacco Growers Alliance (ITGA), een lobbygroep van zogenaamd onafhankelijke tabaksproducenten, die zwaar gesubsidieerd wordt door de tabaksindustrie. BAT ontwikkelde een strategie om leden van ITGA druk te laten uitoefenen op de WHO om in plaats van het waarschuwen voor roken, meer aandacht te besteden aan aids.

In een e-mail schrijft het hoofd van de Internationale Zaken van BAT dat 'ITGA volledige steun heeft toegezegd voor een pan-Afrikaanse aidsconferentie in Zambia (..) ITGA zal daar uit de doeken doen wat zij in Afrika hebben gedaan in de strijd tegen aids en de hulp die zij daarbij hebben gegeven aan de overheid en aan Ngo's. Ondertussen zal men het belang van tabak voor de economie benadrukken en dat afzetten tegen het belang van de gezondheidsprioriteiten. Het doel is om het forum zó uit te dagen dat men de WHO belachelijk zal maken.' Niet alleen aids, maar ook malaria werd gebruikt in de strijd tegen roken, zoals die destijds door de WHO werd gevoerd.

'Met tabaksgeld lopen we over lijken'

Eind jaren negentig werd duidelijk dat onder de LGBT-groep (Lesbian, Gay, Bi, Transgender) in de VS het gebruik van tabak en alcohol veel groter was dan gemiddeld en dat roken en drank een slechte uitwerking hebben op de behandeling van hiv- en aidspatiënten. Veel lokale aidsorganisaties eisen dat hun bestuurders geen geld meer aannemen van de tabaksindustrie. 'Met het aannemen van hun geld lopen wij over de lijken van de tabaksdoden', schreef de (Amerikaanse) Gay-krant. 'We moeten geen pact sluiten met de duivel'.

Hoewel niet elke organisatie hetzelfde beleid voert, weigeren steeds meer aidsorganisaties geld van de tabaksindustrie. In 2002 worden er door Amerikaanse aids-organisaties de afspraak gemaakt dat vertegenwoordigers van de tabaksindustrie niet langer bestuurslid kunnen zijn van hun aidsorganisaties. Ze zijn daarmee de eerste goededoelen-organisaties die inzien dat zij door de tabaksindustrie worden gebruikt. Dat zij het geld van de tabaksindustrie ook niet (meer) nodig hebben, vanwege de giften van andere sponsoren, speelt een niet onaanzienlijke rol.

In 2009 neemt het Global Fund to Fight Aids, Tuberculosis and Malaria het standpunt over: geen geld meer van de tabaksindustrie. En de Global Business Coalition on AIDS, TB and Malaria, besluit in 2011 dat leden van de tabaksindustrie, die sinds jaar en dag lid zijn van de organisatie, niet langer welkom zijn. De naam wordt veranderd in Global Business Coalition on Health, om de onderlinge concurrentie van ziektes die de tabaksindustrie heeft proberen aan te wakkeren, weg te nemen.

Ook particuliere organisaties zoals de Bill en Melinda Gates Foundation weigeren nog langer samen te werken met organisaties die tegelijkertijd geld aannemen van de tabaksindustrie. Tegen het einde van de jaren negentig, schrijven de onderzoekers, keren Amerikaanse aidsorganisaties zich massaal af van de tabaksindustrie. Niet alleen vanwege het toegenomen besef over de schadelijke gevolgen van roken maar ook omdat ze begrijpen hoe ze door de tabaksindustrie worden gebruikt.

In Afrika gaat sponsoring door

In Afrika daarentegen is de tabaksindustrie nog lang niet uit het 'aids-veld' verdreven. Imperial Tobacco vindt in 2007 de Franse aidsorganisatie Cinomade bereid om mee samen te werken. Zodoende kan BAT tot op de dag van vandaag aidsprogramma's in Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika sponseren. Japan Tobacco International heeft ook aids-hulpprogramma's in Zuid-Afrika en Tanzania en Philip Morris heeft eveneens grote aidsprogramma's in Zuid-Afrika.

In 2007 mag de tabaksindustrie zelfs de Africa-Middle-East conference on AIDS sponseren. Op de conferentie wordt BAT uitvoerig geprezen en als voorbeeld gesteld voor andere bedrijven. Japan Tobacco wint de prijs van 'beste werkgever' in Tanzania, vanwege de strijd tegen aids. De invloed van de tabaksindustrie in Afrika heeft alles te maken met het gebrek aan geld. Hoewel regeringen verdragen hebben ondertekend om roken tegen te gaan, is het geld van de tabaksindustrie te verleidelijk. Met als gevolg dat het roken in Afrika nog steeds toeneemt en onder kinderen zelfs groter is dan in Oost-Azië, waar het roken – door de opkomende economie – ook een groot probleem is.

Blijft voor wat betreft Nederland tenminste de vraag hoe het kan dat de aids-organisatie hier nog altijd geen afstand heeft genomen van de tabaksindustrie.

tags:  recht | strategie | tabaksindustrie | tabakslobby