Wetenschappers: "Weinig schot in toepassen anti-rookverdrag"

woensdag 03 december 2014

Het internationale anti-rookverdrag FCTC van de Wereldgezondheidsorganisatie is nog verre van ingevoerd door de 179 landen, waaronder Nederland en de Europese Unie, die het ondertekend hebben. Dat staat in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Tobacco Control. "Geen enkele regering heeft maatregelen die het regelgevende proces moeten beschermen tegen de streken van de tabaksindustrie, volledig geïmplementeerd en gepubliceerd."
Door de webredactie

Het tijdschrift Tobacco Control publiceert regelmatig over de stand van zaken in tabaksland. Het gaat dan om artikelen die wetenschappelijk onderbouwd zijn en peer-reviewed (een methode om de inhoud te controleren). Onlangs verscheen het stuk WHO FCTC article 5.3: promiss but little progress van Professor Ruth E Malone en Dr. Stella Aguinaga Bialous. Hun stuk gaat in op artikel 5.3 van het FCTC-verdrag: de overheid moet de tabaksindustrie buiten de deur houden als zij gezondheidsregelgeving maakt. Lees alles over het FCTC-verdrag hier.

Hoewel de Nederlandse overheid dat rechtsgeldige verdrag in 2003 ondertekende en het in 2005 in werking trad, laat zij de tabaksindustrie ook nog altijd meepraten op het ministerie. Dat is de reden dat Stichting Rookpreventie Jeugd onlangs de Staat voor het gerecht heeft gedaagd.

Geen enkele regering

Uit het artikel in Tobacco Control blijkt dat de Nederlandse overheid niet de enige is die achterloopt bij het implementeren van het verdrag: "Geen enkele regering heeft maatregelen die het regelgevende proces moet beschermen tegen de streken van de tabaksindustrie volledig geïmplementeerd en gepubliceerd."

Het is zelfs zo dat in sommige landen de overheid de tabaksindustrie consulteert over hoe smokkel van tabak tegen te gaan. In Azerbeidzjan organiseerde fabrikant Japan International Tobacco bijvoorbeeld een congres voor de overheid om over sigarettensmokkel te praten. In Mali werkt British American Tobacco samen met de overheid aan een campagne over illegale tabakshandel. En ook in Namibië en in het Caribische gebied vinden dat soort samenwerkingen plaats.

Robert Wassenaar

Hoewel niet in het artikel vermeld, heeft de tabaksindustrie ook in Nederland de ruimte om op dit onderwerp invloed uit te oefenen. Robert Wassenaar, voorman van Philip Morris, mocht bijvoorbeeld een rapport op het ministerie van Financiën komen presenteren, zo bleek uit documenten die middels de Wet 0penbaarheid van bestuur (Wob) waren vrijgegeven.

Dit wringt vooral omdat uit het artikel in Tobacco Control blijkt dat tabaksfabrikanten zelf bij smokkel betrokken zijn geweest. Het smokkel-argument wordt door de tabaksindustrie gebruikt om overheden die accijns innen, aan te praten dat accijnsverhoging tot meer smokkel leidt. Volgens het artikel in Tobacco Control gebruikt de tabaksindustrie ook internationale handelsovereenkomsten om overheden tegen te werken, zoals Philip Morris nu doet bij Uruguay.

Transparant

De schrijvers van het stuk wijzen er verder op dat "alle lagen van de overheid die het FCTC hebben ondertekend, inclusief degene die onderhandelen over handelsovereenkomsten, artikel 5.3 moeten respecteren. Zij kunnen met de industrie praten, zolang ze daarbij een set interactieregels volgen en, boven alles, daar volledig transparant over zijn zodat geheimzinnigheid over het bevoordelen van de industrie niet langer zal bestaan."

In Nederland is de overheid niet op eigen initiatief transparant over de contacten met de tabaksindustrie. Alleen als er een Wob-verzoek wordt ingediend, geeft ze documenten (brieven en e-mails waarin de namen van de betrokkenen zijn weggelakt) vrij. De Stichting Rookpreventie Jeugd heeft dat een aantal keer gedaan en kreeg daarbij na een paar maanden de documenten, maar miste meerdere keren de notulen van bijeenkomsten met de industrie.

Ook zijn er voorbeelden te vinden van situaties in Nederland waarbij lagere overheden niet van het FCTC-verdrag lijken af te weten. Zoals de gemeenten Den Helder, Vlissingen en Veere die samen met Japan International Tobacco een actie opzetten om stranden peukvrij te maken.

Geen vrijblijvende zaak

Het FCTC- verdrag is geen vrijblijvende zaak, de overheid heeft zich op landelijk en lokaal niveau gebonden om het verdrag integraal uit te voeren. En dus, zo stellen de auteurs van het stuk, is het verdrag niet een verplichting voor het ene ministerie (bijvoorbeeld Volksgezondheid) en een optie voor een ander (bijvoorbeeld Financiën of een gemeente als Groningen). "Iedere keer dat een (lagere) overheid iets onderneemt dat tegen artikel 5.3 ingaat, komen alle onderdelen van het verdrag op het spel te staan." Je bent immers zo sterk als de zwakste schakel.

tags:  antirookbeleid | fctc | tabaksontmoediging | WHO