Helft Zwitserse universiteiten werkt met tabaksindustrie
maandag 09 maart 2026
Meer dan de helft van alle Zwitserse universiteiten heeft in de afgelopen periode samengewerkt met de tabaksindustrie. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Transparency & Truth Zwitserland. Verontrustend is niet alleen de omvang, maar ook hoe moeilijk het was om de samenwerking boven tafel te krijgen.
Door de webredactie
Zestien van de 31 onderzochte Zwitserse universiteiten en hogescholen hebben tussen 2019 en 2024 samengewerkt met de tabaksindustrie. Dat blijkt uit een rapport dat OxySuisse, een Zwitserse antitabakorganisatie die onderdeel is van Transparency & Truth, in februari publiceerde. De onderzoekers moesten voor een groot deel van de bevindingen juridische procedures aanspannen om de informatie boven tafel te krijgen.
Zwitserland heeft al lange tijd een alarmerende status op het vlak van tabakscontrole. Het land staat op de 36e plaats van de 37 in de European Tobacco Control Scale, en op de 99e van de 100 in de Global Tobacco Industry Interference Index, een maatstaf voor de mate waarin de tabaksindustrie invloed uitoefent op overheidsbeleid en publieke instellingen.
Philip Morris domineert
Van de 29 geïdentificeerde samenwerkingen is Philip Morris International (PMI) er bij 23 betrokken. PMI heeft een van zijn grootste fabrieken in Neuchâtel en zijn mondiale operationele centrum en R&D-afdeling in Lausanne. Bij elkaar heeft het bedrijf er zo’n 3.000 medewerkers.
Instellingen van het ETH-domein (ETH staat voor Eidgenössische Technische Hochschule, de Zwitserse federale technische hogeschool) zijn in dit onderzoek het sterkst vertegenwoordigd, met elf samenwerkingen. Onder die koepel van zes instellingen vallen onder meer de wereldvermaarde ETH Zürich en EPFL in Lausanne. Vijf van de zes instellingen werken al langer samen met de tabaksindustrie, waarover TabakNee eerder berichtte. De samenwerkingen variëren sterk en zijn op verschillende niveaus problematisch: van gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek tot tabaksmedewerkers die gastcolleges geven, van scriptiebegeleiding tot bezoeken aan productiesites. Maar liefst vijftien samenwerkingen resulteerden in gezamenlijke publicaties van universiteitsonderzoekers en medewerkers van tabaksbedrijven.
Moeilijk boven tafel te krijgen
Wat het rapport bijzonder maakt, is niet alleen wat het onthult, maar ook hoe moeizaam het was om deze samenwerkingen te onthullen. OxySuisse diende op basis van federale en kantonale transparantiewetgeving informatieaanvragen in bij alle 31 instellingen. Eén instelling weigerde überhaupt te antwoorden, vier instellingen weigerden contracten openbaar te maken. In vier gevallen waren juridische procedures noodzakelijk; deze werden tot nu toe allemaal in het voordeel van OxySuisse beslist.
ETH Zürich leverde wel een document aan, maar had zeer veel passages weggelakt waardoor de inhoud onleesbaar was. Pas na een nieuwe aanvraag, waarbij OxySuisse expliciet aankondigde de redacties aan te vechten in een rechtszaak indien geen volledige informatie werd verschaft, werd het document alsnog integraal vrijgegeven. Dit gebrek aan transparantie is geen onbeduidend detail, het is precies de kern van het probleem.
De zaak-Rylander
De Zwitserse universiteiten hebben een opmerkelijke en alarmerende geschiedenis als het gaat om de tabaksindustrie. Het bekendste voorbeeld is de Rylander-affaire aan de Universiteit van Genève. Vanaf de jaren 70 werkte professor Ragnar Rylander ruim dertig jaar in het geheim voor Philip Morris. Hij werd betaald om onderzoek te doen dat de gevaren van meeroken moest bagatelliseren.
De Universiteit van Genève, die aanvankelijk probeerde de affaire toe te dekken, trok uiteindelijk de conclusie dat de tabaksindustrie decennialang had geprobeerd de publieke opinie te manipuleren en dat “de gerichte werving van wetenschappers een belangrijk instrument was in deze desinformatiecampagne.” Na de affaire verbood de universiteit alle samenwerking met de tabaksindustrie. Die maatregel staat echter nog steeds nergens in een officieel beleidsdocument.
De geheime bijlage
Een tweede Zwitsers voorbeeld illustreert hoe een samenwerking pas jaren later problematisch blijkt. In 2013 gaf Philip Morris de Universiteit van Zürich opdracht een studie te doen naar de effecten van de Australische wetgeving voor neutrale sigarettenpakjes. De resultaten, die nooit aan peer review werden onderworpen, werden als ‘working papers’ op de universitaire website gepubliceerd. De tabaksindustrie gebruikte ze vervolgens uitgebreid in lobbycampagnes en rechtszaken om neutrale verpakking wereldwijd tegen te houden.
In 2024 verkreeg OxySuisse een bijlage bij het contract die de universiteit jarenlang geheim had gehouden. Uit die bijlage bleek dat Philip Morris zich het recht had voorbehouden om iedere fase van het onderzoek te beïnvloeden: de opzet, de analyse en of en hoe de resultaten gepubliceerd zouden worden. De Universiteit van Zürich heeft tot op heden geen verantwoording afgelegd over de ernstige schendingen van wetenschappelijke integriteit die bij dit onderzoek hebben plaatsgevonden.
‘Roken loont, voor de staat’
In 2020 schreef Christoph Schaltegger, hoogleraar economie aan de Universiteit van Luzern, een studie in opdracht van Swiss Cigarette, de koepelorganisatie van BAT, JTI en Philip Morris in Zwitserland. De conclusie: roken levert de Zwitserse samenleving een netto economisch voordeel op. Rokers sterven immers vroeger, waardoor ze minder lang een beroep doen op de ouderdomsverzekering.
De studie werd nooit gepubliceerd en onderging geen peer review. Ze werd wél door SRF, de Duitstalige Zwitserse publieke omroep, opgepikt, juist op het moment dat een politieke campagne over een tabaksverbod voor minderjarigen op zijn hoogtepunt was. De resultaten werden in de media gepresenteerd als vaststaand bewijs. Wie de contracten van de studie zelf wilde inzien, had pech: de provincie Luzern had op dat moment nog geen transparantiewetgeving.
Strenger beleid nodig op universiteiten
OxySuisse roept Zwitserse universiteiten op tot een open, gestructureerd debat over de ethische implicaties van samenwerking met de tabaksindustrie. Dat debat zou moeten uitmonden in concrete gedragscodes en toezichtsmechanismen. Vooralsnog heeft alleen de Geneva School of Economics and Management alle samenwerking met de tabaksindustrie expliciet verboden, als onderdeel van hun breder beleid om niet samen te werken met bedrijven die zijn uitgesloten van het UN Global Compact. Dit handvest stelt de tabaksindustrie op één lijn met fabrikanten van antipersoneelsmijnen en clusterbommen.
Hoe ontdek je betrokkenheid industrie?
Dit nieuwe rapport is een zoveelste waarschuwing: de tabaksindustrie heeft de kunst van praktisch onzichtbare beïnvloeding van wetenschappelijk onderzoek geperfectioneerd. Er is echter een aantal praktische checks mogelijk om beïnvloed onderzoek te spotten: staat er een ‘conflict of interest’-verklaring in het artikel? Zo nee, dan is dat al een rode vlag. Staan er medewerkers van een tabaksbedrijf als co-auteur? Is de studie gepubliceerd in een onafhankelijk tijdschrift met peer review, of als ‘working paper’ op een universitaire website (een format dat academische legitimiteit suggereert zonder de bijbehorende toetsing)? En: weigert de instelling contracten openbaar te maken? Zoals dit rapport laat zien, is weerstand tegen transparantie zelf een veelzeggende aanwijzing.
Het volledige rapport is te downloaden bij transparencyandtruth.ch
tags: Tobacco Industry Interference Index | PMI | Transparency & Truth | Zwitserland | wetenschap | onderzoek | transparantie





Stichting Rookpreventie Jeugd is geregistreerd als Algemeen Nut Beogende Instelling (RSIN: 820635315 | KvK: 34333760).