line
huisarts en preventie-2

Preventie-experts VS: ‘Huisarts moet helpen kinderen van het roken af te houden’

maandag 11 mei 2020

Huisartsen in de VS moeten interventies aanbieden om schoolgaande kinderen en adolescenten ervan te weerhouden te beginnen met roken of e-sigaretten te gebruiken. Dat stelt de US Preventive Services Task Force in een advies gebaseerd op nieuw onderzoek.

Door de webredactie

In de VS steken naar schatting elke dag 1600 jongeren tussen de 12 en 17 jaar hun eerste sigaret op. Tabaksgebruik leidt elk jaar tot 480.000 doden en zo’n 5,6 miljoen adolescenten die nu in Amerika opgroeien zullen een premature dood sterven als gevolg van roken. En hoewel het gebruik van conventionele sigaretten onder jongeren sinds de jaren 90 gestaag afneemt, neemt het gebruik van e-sigaretten sterk toe. De meeste van die e-sigaretten bevatten nicotine, wat de zorgen doet toenemen over nicotineverslaving onder kinderen. Terwijl blootstelling aan nicotine schade kan toebrengen aan het zich ontwikkelende brein en invloed kan hebben op hersenfuncties, de cognitieve ontwikkeling, concentratie en stemmingen.

Dat schrijft de US Preventive Services Task Force (USPSTF) in een nieuw advies over de preventie en het stoppen van tabaksgebruik bij kinderen en adolescenten. De USPSTF is een onafhankelijk en vrijwillig panel van experts dat wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen doet over preventieve zorg. In het nieuwe advies kent de USPSTF de eerstelijns zorg een belangrijke rol toe bij de rookpreventie onder jongeren.

Advies gebaseerd op onderzoek

Behalve op de eigen website publiceerde de USPSTF het advies ook in het gezaghebbende wetenschappelijk tijdschrift JAMA. Dat tijdschrift publiceert ook het onderliggende onderzoek dat op verzoek van de USPSTF is uitgevoerd en dat een update is van eerder onderzoek uit 2013. Dit keer is ook het gebruik van e-sigaretten meegenomen, waarvoor 24 gerandomiseerde klinische trials met in totaal 44.521 deelnemers onder de loep zijn genomen. De onderzoekers concluderen dat gedrags-interventies een bescheiden positief effect hebben bij het voorkomen dat kinderen en adolescenten beginnen met roken. Of zulke interventies ook kunnen helpen om jongeren die al roken daarmee te laten stoppen vraagt om nader onderzoek.

Op basis van deze uitkomsten adviseert de USPSTF nu dat huisartsen kinderen voorlichting en korte adviesgesprekken bieden om te voorkomen dat ze gaan beginnen met roken. Tegelijk stelt de organisatie dat er nog onvoldoende bewijs is dat huisartsen een rol kunnen spelen bij het weer laten stoppen van jongeren die al begonnen zijn met roken.

Waarschuw kinderen voor nicotine

Huisartsen moeten “jongeren vertellen dat e-sigaretten nicotine bevatten, wat de verslavende component is in traditionele sigaretten” om ze van het roken af te houden, zegt Chien-Wen Tseng, verbonden aan de afdeling Familiegeneeskunde en Gezondheidszorg van de Universiteit van Hawaii tegen de website Healio Primary Care. Tseng is een van de opstellers van het USPSTF-rapport. Huisartsen moeten volgens haar jongeren ook informeren dat nicotine belemmeringen oplevert voor hun hersenontwikkeling, ademhaling en sportprestaties. De USPSTF laat ondertussen meer onderzoek doen naar de rol die huisartsen kunnen spelen bij stophulp aan kinderen. “Tot zulk onderzoek beschikbaar is, zouden huisartsen hun medische ervaring en oordeel moeten gebruiken om te bepalen hoe ze ieder kind en iedere tiener kunnen helpen te stoppen met tabaksgebruik”, aldus Tseng.

Aanvullende maatregelen nodig

In een redactioneel voorwoord bij de publicaties in JAMA, schrijft James D. Sargent, directeur van de C. Everett Koop Institute Geisel School of Medicine in Dartmouth, volgens Healio dat huisartsen ouders ook moeten laten zien hoe ze moderne e-sigaretten kunnen herkennen, die soms erg sterk lijken op USB-sticks voor een computer. Om de hausse in e-sigaretgebruik onder jongeren tegen te gaan, suggereert Sargent ook het beperken van smaaktoevoegingen en alleen verpakkingen toe te staan die in design aansluiten op traditionele sigaretten. Ook moet het nicotinegehalte in e-sigaretten worden gelimiteerd en moet er een verbod komen op e-sigaretten die schadelijke nicotinezouten bevatten.

Nederlandse situatie

In de Nederlandse praktijk is de rol van huisartsen bij rookpreventie vooral gericht op het begeleiden van mensen die willen stoppen met roken. In veel mindere mate zijn huisartsen betrokken bij het voorkomen dat jongeren beginnen met roken. Zij waarschuwen jonge meiden die willen beginnen met de anticonceptiepil wel voor de gevaren van roken in combinatie met de pil, stelt Miriam de Kleijn, interim-voorzitter van het Partnership Stop met Roken. En kinderen met astma en andere klachten die door roken worden veroorzaakt of kunnen verergeren waarschuwen zij natuurlijk ook.

Toch zien huisartsen preventie zonder verdere aanleiding niet als hun kerntaak. Daarover is binnen de huisartsenprofessie wel discussie. “Vanuit ethisch en wetenschappelijk oogpunt is de vraag dus niet óf leefstijlpreventie een taak voor huisartsen is, maar hóé we die optimaal kunnen vormgeven”, schreven drie onderzoekers Huisartsgeneeskunde vorig jaar in Het Parool.

Jeugdgezondheidszorg

Een verschil met de Amerikaanse situatie is dat Nederland een aparte jeugdgezondheidszorg (JGZ) kent. Het is daarom vooral aan de JGZ om kinderen en hun ouders voor te lichten over de gevaren van het roken. En dat gebeurt, samen met breder leefstijladvies, ook steeds nadrukkelijker, zegt Tinneke Beirens, beleidsmedewerker van AJN Jeugdartsen Nederland, de wetenschappelijke vereniging van jeugdartsen in Nederland. De rol van jeugdartsen op dit vlak is in 2017 nader omschreven in een Standpunt Jeugdgezondheidszorg inzake tabaksontmoediging van AJN en de vakgroep jeugd van V&VN Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland.

Kern van dat standpunt is dat kinderen van conceptie tot volwassenheid beschermd moeten worden tegen de schadelijke gevolgen van roken en meeroken. De verenigingen bevelen aan dat elke JGZ-organisatie één of twee ambassadeurs rookvrije jeugd aanstelt en dat JGZ-professionals hun kennis op dit vlak vergroten via deelname aan het besloten platform Rokeninfo.nl en e-learning van het Trimbos-instituut. Het document stelt verder dat jeugdartsen het onderwerp roken zowel tijdens individuele JGZ-contactmomenten als in groepen adequaat dienen te bespreken, “d.w.z. op een weloverwogen, passende, niet veroordelende wijze, waarbij goede voorlichting, ondersteund door geschikte middelen (Trimbos), en het weghalen van misverstanden essentiële onderdelen vormen.”

JGZ-professionals moeten volgens de verenigingen ook actief stopadvies geven aan rokers (ouders én jeugd) en daarbij verwijzen naar een geschikte hulpverlener of passende interventie. Volgens Beirens wordt dit ook in praktijk gebracht. “Bij de verschillende contactmoment die jeugdartsen en -verpleegkundigen met ouders en kinderen hebben is roken zeker onderwerp van gesprek.”

tags:  huisartsen | jeugdrokers | nicotine | rookpreventie | stoppen met roken