De tabaksindustrie moet betalen voor de schade die ze aanricht

donderdag 16 augustus 2018

OPINIE
In de Amerikaanse staat Montana wil men de accijns op tabaksproducten verdubbelen om hiermee rookstopprogramma’s en ziektekosten te betalen. Een mooi initiatief dat in Nederland navolging kan vinden met het tabaksverslavingsfonds.

Door Frits van Dam

De Amerikaanse staat Montana wil de accijns op tabaksproducten flink verhogen. Nu bevat de accijns nog 2 dollar op een pakje sigaretten en dat moet bijna verdubbeld worden naar 3,70 dollar. In 2023 moet dat jaarlijks extra overheidsinkomsten van 74 miljoen dollar opleveren, schrijft persbureau AP.
De staat Montana wil dat extra geld gebruiken om Medicaid uit te breiden, een overheidsprogramma dat ziektekosten moet dekken voor mensen die zich geen ziektekostenverzekering kunnen veroorloven. Ook zal er extra geld naar rookstop-programma’s gaan, zodat meer rokers geholpen kunnen worden bij het stoppen met hun verslaving.

Dekmantel

De groep Montanas Against Tax Hikes, een dekmantel organisatie van de tabaksindustrie, heeft de staat nu voor de rechter gedaagd. Deze groep wordt gefinancierd door tabakslobbyisten van Altria Client Services en RAI Services Company (de fabrikanten achter respectievelijk Marlboro en Camel). De fabrikanten hebben inmiddels al een miljoen dollar aan de frontgroep uitgegeven. Als er iets duidelijk uit wordt is het dat de vervuiler, de tabaksindustrie, wil voorkomen dat ze klanten kwijtraakt. De industrie probeert met de zaak uit alle macht een accijnsverhoging tegen te houden of in ieder geval te vertragen, bang als ze is voor omzetverlies.

Tabaksverslavingsfonds

In Nederland wordt nagedacht over hoe de tabaksindustrie mee kan betalen voor de schade die ze aanricht. Via accijnzen zoals in Montana kan dat niet, want dat verbiedt de Nederlandse belastingwetgeving. Je kan belastinginkomsten nu eenmaal niet oormerken voor tabakspreventie of rookstopprogramma’s, althans dat beweerde de regering bij monde van de vorige staatssecretaris van Rijn bij herhaling. De gang van zaken rondom het kwartje van Kok bewijst echter dat dit wel degelijk kan. In 1991 kwam Wim Kok op het idee om tekorten op de begroting te dekken met een accijnsverhoging op benzine, het kwartje van Kok. Deze accijnsverhoging zou specifiek ten goede moeten komen aan tekorten op het openbaar vervoer. Dat kwartje wordt tot de dag van vandaag nog steeds opgehoest door de automobilisten. Omdat specifieke toewending van accijnzen voor preventieve anti-tabkasmaatregelen geen haalbare kaart lijkt, pleitten Stichting Rookpreventie Jeugd en het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) in juli van dit jaar voor de oprichting van een Tabaksverslavingsfonds. Uit dat fonds, dat volgestort moet worden door de tabaksindustrie want die is immers de vervuiler en ziekmaker, kunnen dan preventieve maatregelen gefinancierd worden, waaronder ook rookstopoli’s en voorlichtingcampagnes.

Financiële basis

Dat fonds zou de financiële basis kunnen leggen onder het Preventieakkoord dat staatssecretaris Blokhuis op dit moment aan het maken is. Want het bedrag dat voor tabakspreventie uitgetrokken wordt, is volstrekt ontoereikend voor serieus tabaksbeleid.
Het idee van een ‘schadefonds’ is niet nieuw. Er is al een fonds voor mensen met een gokverslaving in de maak waar alleen de Eerste Kamer zich nog over moet uitspreken. Het is de bedoeling dat de aanbieders van kansspelen 0,25% van hun bruto spelresultaat afdragen aan dat fonds. Daarvan wordt
onderzoek naar de preventie van kansspelverslaving betaald, maar ook anonieme hulp en een landelijk preventieloket waar spelers terecht kunnen voor informatie en doorverwijzingen.

Zelfde constructie

Het ligt zeer voor de hand om een zelfde constructie op te tuigen voor tabak. De tabaksindustrie draagt op dit moment op geen enkele manier bij aan preventie van roken, hulp bij stoppen met roken en de behandeling van ziektes die veroorzaakt worden door roken. Vrijwel alle kosten worden gedragen door de rokers zelf (zij betalen de accijns) en de samenleving als geheel (via de ziektekostenverzekering).
 Het is de hoogste tijd dat deze kosten niet meer op de samenleving worden afgewenteld, maar dat de tabaksindustrie gaat meebetalen aan het voorkomen én oplossen van de schade die ze veroorzaken, vanuit de gedachte ‘de vervuiler betaalt’. Het Tabaksverslavingsfonds gaat daarin wel een stap verder dan wat er in Montana wordt voorgesteld. Daar betaalt de roker de accijns op de sigaretten. In Nederland zou de industrie in eigen buidel moeten tasten om de schade die ze veroorzaken (gedeeltelijk) te compenseren.

Tabakswet aanpassen

De Tabakswet zou zodanig aangepast moeten worden dat tabaksfabrikanten verplicht worden gesteld dat 1 procent van de omzet die ze in Nederland heeft behaald (zo’n 35 miljoen euro) wordt afgedragen aan dit fonds, zodat daaruit hulp bij stoppen met roken, campagnes en ziektekosten betaald kunnen worden.

Preventieplan

Door een aantal maatschappelijke organisaties wordt nu een tabakspreventieplan opgetuigd, waar in grote geheimzinnigheid aan wordt gewerkt. Het is niet goed voorstelbaar dat er, behalve de tabaksindustrie die in het AD al haar ongenoegen over het idee uitsprak, iemand tegen het verslavingsfonds zou zijn. Bang dat de tabaksindustrie daar te veel in te zeggen krijgt hoeft men niet te zijn; net als bij het gokverslavingsfonds zijn daar voldoende waarborgen voor ingebouwd. Een andere wijze van financiering van het tabakspreventieplan zie ik eerlijk gezegd niet gebeuren.

tags:  antirookbeleid | preventie | rookpreventie | tabaksindustrie | tabaksontmoediging