Wat de tabakslobby onze ambtenaren influistert

zaterdag 16 februari 2013

Op welke manieren kun je het tabaksgebruik terugdringen en hoe moet je dat regelen? Met die vragen worstelen de ambtenaren op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De tabaksindustrie is niet te beroerd om ze op frisse ideeën te brengen, lezen wij in de 'Bouma-papers', waarmee bedoeld: de documenten die journalist Joop Bouma bij het ministerie van VWS heeft opgevraagd in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur. Bouma vroeg bij het ministerie van VWS alle documenten op over de contacten tussen de tabaksindustrie en het ministerie. Het ging om duizenden brieven, e-mails en Kamerstukken, in de periode van 2001 tot en met 2010. De webredactie heeft deze enorme hoeveelheid documenten doorzocht op belangrijke thema's in het tabaksontmoedigingsbeleid. Wat wilden ambtenaren van de lobbyisten weten? En wat kregen zij te horen?

Helpt accijnsverhoging om roken te ontmoedigen?

Wereldwijd zijn alle deskundigen het wel met elkaar eens: om het roken ontmoedigen, moet je de tabaksaccijnzen flink verhogen. Zodat een pakje sigaretten bijvoorbeeld dubbel zo duur wordt. Zie het naslagwerk 'Golden Holocaust' van Robert N. Proctor. Maar wat zeggen de tabakslobbyisten tegen de ambtenaren? Dom, dom!

Nederland zal overspoeld worden door illegale handel, smokkelbendes en namaaksigaretten. Dat is slecht voor ons land, want dan loopt de overheid accijnsinkomsten mis én het volksgezondheidsbelang wordt ondergraven door de beschikbaarheid van illegale, goedkopere en inferieure tabaksproducten. Mensen die vanwege de hoge prijs anders zouden zijn gestopt of minder zijn gaan roken, blijven nu roken omdat ze kunnen beschikken over gesmokkelde sigaretten, zegt bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Kerftabakfabrikanten. We kijken er wel van op dat de tabaksindustrie zich opeens druk maakt over de volksgezondheid. Hopelijk hebben de ambtenaren kennis van het feit dat de tabaksindustrie jarenlang zélf grootschalig gesmokkeld heeft, zie het zojuist genoemde naslagwerk van Robert N. Proctor.

Hebben minder verkooppunten zin?

Minder plekken waar je tabak kunt kopen, aldus deskundigen, is ook een effectieve maatregel om het roken te ontmoedigen. Trap er niet in, krijgen de ambtenaren te horen van de Stichting Sigaretten Industrie: daardoor zouden mensen van de weeromstuit wel eens meer kunnen gaan roken. Dat zit zó: als de roker zijn tabaksproducten niet meer op zijn vertrouwde verkooppunt kan kopen en er een stukje verder voor moet reizen, zal hij méér pakjes tegelijkertijd of zelfs een hele slof aanschaffen. En het kan zomaar gebeuren dat een beperking van verkooppunten een aanzuigende werking heeft op illegale handel in namaak of gesmokkelde tabaksproducten. Met andere woorden: óók het beperken van de verkooppunten werkt smokkel in de hand.

Helpen neutrale verpakkingen?

Nog een maatregel die tot minder tabaksgebruik kan leiden, is het verpakken van sigaretten in een neutrale omslag. 'Plain packaging' wordt dat genoemd. Ook plain packaging was een gespreksonderwerp tussen de tabakslobbyisten en de ambtenaren op VWS. Niet doen, slecht idee!

Volgens de tabakslobbyisten zijn er sterke aanwijzingen dat neutrale verpakkingen de volksgezondheid juist ondermijnen. Want dankzij neutrale verpakkingen worden tabaksproducten goedkoper. 'Door het ontbreken van de handelsnaambescherming voor gevestigde merkproducenten worden producenten ertoe gedwongen uitsluitend op prijs te concurreren,' zeggen de lobbyisten in één van de openbaar gemaakte documenten. 'En omdat elke commerciële informatie op de verpakking ontbreekt, zal de illegale handel in gesmokkelde producten en nagemaakte tabaksproducten een stevige impuls krijgen.' Ambtenaren met kinderen, opgelet: de negatieve gevolgen van neutrale verpakkingen - goedkopere én gesmokkelde sigaretten - zullen jonge rokers het meest treffen. Ook hier zijn we weer ontroerd over de bekommernis van de tabaksindustrie om de jonge roker.

Moeten we toevoegingen aan tabak verbieden?

De overheid wil dat de tabaksindustrie bekendmaakt welke stoffen er aan de tabak worden toegevoegd. Iedereen die een consumptieartikel op de markt brengt, moet immers precies aangeven wat erin zit. Daarom moet de tabaksindustrie dat ook doen. En dus moeten ze ook vertellen welke ingrediënten zij toevoegen om de gebruiker nog sneller verslaafd te maken. Vooral díe ingrediënten, vindt de overheid, moeten uit sigaretten en sjekkies worden verwijderd.

De tabaksindustrie is, het zal niemand verbazen, mordicus tegen het verbod op toegevoegde stoffen. Per slot van rekening hebben ze die er niet voor niets in gedaan. Onze ambtenaren worden gewaarschuwd: de consumenten gaan van alles doen om aan hun vertrouwde rokertje te komen! En dus krijg je illegale handel of gaan ze hun sigaretje in het buitenland kopen. Daar zit je als overheid toch niet op te wachten? Oftewel: overheid in je eigen belang: handen af van de blended sigaret.

Hebben ontmoedigingsmaatregelen eigenlijk wel zin?

Bij alle voorstellen om het tabaksgebruik terug te dringen, is de mantra van de tabaksindustrie: 'Neen! Dat leidt tot smokkel. Daar hebben we nu nog weinig last van, maar dat gaat zeker veranderen.'

Een treffend voorbeeld is de toespraak van de directeur van de werkgeversorganisatie VNO-NCW Niek-Jan van Kesteren in 2008. In opdracht van de Vereniging Nederlandse Kerftabakindustrie is dan een rapport verschenen over hoe Nederland een walhalla voor sigarettensmokkel zal worden. Het rapport wordt door Van Kesteren aangeboden aan de staatssecretaris van Justitie Fred Teeven. Stop met het verfoeilijke antirookbeleid is de kern van de toespraak van de voorman van VNO-NCW. Er zullen gevolgen ontstaan die 'veel erger zijn dan we tot nu toe hebben gezien in ons land.' Allemaal dankzij 'een in onze ogen veel te rigide en ideologisch antirookbeleid [...]. Daarmee 'creëer je een zwarte markt en illegaliteit' die alleen maar leidt tot 'meer gezondheidsproblemen voor de zwakste groepen' en bovendien 'tot criminaliteit, en ook nog tot een vermindering van inkomsten van de overheid.' De tabaksfabrikanten en met hen de werkgeversorganisatie VNO-NCW vinden, kortom, dat een streng tabaksontmoedigingsbeleid tot maatschappelijke verloedering leidt. Een wel heel wonderlijke opvatting.

Warme band

Uit de 'Bouma- papers' blijkt tenslotte dat er een warme band bestaat tussen de tabakslobbyisten en de ambtenaren van Volksgezondheid. Ze spraken elkaar regelmatig. De ambtenaren leken het te waarderen dat de tabaksindustrie wilde meedenken. Gek genoeg waren de deskundigen van Stivoro niet welkom. Stivoro is het door de grote gezondheidsfondsen gesubsidieerde kenniscentrum voor tabaksontmoediging. Misschien omdat de tabaksindustrie minder lastig en ideologisch bevlogen is dan mensen die zich inzetten om van roken geschiedenis te maken? Of hadden de ambtenaren stiekem in gedachten dat de miljarden euro's aan tabaksaccijns mooi meegenomen zijn voor Vadertje Staat?

Door de webredactie