Nederlandse onderzoeken: maatschappelijke kosten van roken aanzienlijk hoger dan de baten

woensdag 26 oktober 2016

Recent zijn twee Nederlandse onderzoeken gepubliceerd naar de kosten en baten van roken. Ondanks verschillen in opzet blijkt uit beide studies dat de maatschappelijke kosten van roken aanzienlijk hoger zijn dan de baten.
Door Rob Giebels

In de strijd tegen het roken wijzen tegenstanders van anti-rook-maatregelen vaak op de negatieve gevolgen voor de schatkist. Rokers zorgen immers voor inkomsten uit tabaksaccijns. Een ander veelgenoemd en nogal cynisch argument is dat rokers jong sterven en dus, terwijl ze wel AOW-premie betalen, minder AOW ontvangen dan niet-rokers. Daarbij wordt echter voorbijgegaan aan de grote maatschappelijke kosten van roken.

Recent is een aantal onderzoeken gepubliceerd naar de (maatschappelijke) kosten en baten van roken:

* Social cost-benefit analysis of tobacco control policies in the Netherlands – Maatschappelijke kosten baten analyse van tabaksontmoediging, Universiteit van Maastricht, RIVM en Trimbos-instituut, 9 juni 2016 (kortweg MRT-studie)

* Kosten van roken, SEO Economisch Onderzoek, 2016 (kortweg SEO-studie)

* Smoking Behavior and Healthcare Expenditures in de USA, 1992-2009 (James Lightwood en Stanton Glantz, PLOS Medicine, mei 2016). Dit onderzoek maakt een vergelijking tussen de staten binnen de VS onderling, in de loop van de laatste decennia. De analyse wijst uit dat een daling van het aantal rokers met 1 procent leidt tot een daling van de gezondheidszorguitgaven per hoofd met 0,1 procent. Dit onderzoek heeft een beperkte betekenis voor Nederland en blijft hier dan ook verder buiten beschouwing.

SEO-studie

Het SEO onderzoek, in opdracht van de Stichting Eindspel Tabak (SEO), is een kosten- en batenanalyse van roken conform de methodologie van de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Hiertoe heeft het SEO Economisch Onderzoek de actuele jaarlijkse kosten en baten geschat, zowel van rokers als van de rest van de samenleving. Onvermijdelijk moest daarbij worden uitgegaan van onzekere veronderstellingen en verbanden. Ook zijn de meeste financiële effecten niet exact bekend zodat deze moesten worden geschat.

SEO komt in haar basisvariant tot een raming van ruim € 30 miljard totale netto kosten (= kosten minus baten) van roken in Nederland. De kosten bestaan (vooral) uit:

* verloren levensjaren en lagere kwaliteit van de levensjaren van (ex-)rokers;
* productieverlies (onder andere door meer ziekteverzuim)
* extra kosten gezondheidszorg.

Hiertegenover staan baten, zoals:

* Inkomsten uit accijnzen
* Bespaarde AOW en pensioenen.
* In geld uitgedrukt genot dat gebruikers aan roken toekennen (consumentensurplus).

Bij haar analyse laat de SEO de kosten van de handhaving van wetgeving buiten beschouwing, te denken valt aan de kosten van de bestrijding van smokkel en de controle van de leeftijdsgrens.

MRT-studie

Deze studie van de Universiteit Maastricht, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Trimbos-instituut, is ook een maatschappelijke kosten- en batenanalyse, waarin tot en met 2050 de maatschappelijke kosten en baten zijn geraamd van verschillende beleidsmaatregelen om het roken te verminderen, te weten:

1. Verhoging accijnzen met 5 en 10 procent
2. Massamedia campagne
3. Maatregelen conform het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO-FCTC)
4. Rookvrije samenleving (prevalentie < 5%)
5. Rookvrije generatie (niemand start meer met roken)

Ook voor deze studie geldt dat de uitkomsten onvermijdelijk onzeker zijn. Om de validiteit van verschillende aannames in het model te onderzoeken zijn zogenoemde gevoeligheidsanalyses uitgevoerd.

De studie beoogt niet zozeer een beeld te geven van de actuele kosten en baten van roken in Nederland, maar de effecten van de onderzochte beleidsmaatregelen op de maatschappelijke kosten en baten.

De belangrijkste conclusie is dat alle maatregelen leiden tot een positief saldo (in termen van baten en lasten) voor de Nederlandse samenleving als geheel, zowel op korte als op lange termijn. Verhoging van accijnzen scoort hoog, zeker in combinatie met massamedia-acties, vooral vanwege de gewonnen levensjaren doordat minder mensen roken. Scenario’s waarbij het roken grotendeels wordt uitgebannen laten nog grotere netto maatschappelijke baten zien. De interventiekosten zijn daarbij gering.

Specifieke aspecten

De berekeningen in beide onderzoeken hebben betrekking op voor de hand liggende grootheden, zoals de kosten van de gezondheidszorg voor rokers waarover veel bekend is. De financiële effecten van verhoging van accijnzen en indirecte fiscale effecten laten zich ook relatief gemakkelijk ramen. Het is duidelijk dat effecten als ziekteverzuim en lagere productiviteit van rokers van belang zijn, maar aanzienlijk lastiger zijn te schatten.

Daarnaast spelen grootheden als QALY (Quality of Life Year) en Consumentensurplus een centrale rol in beide onderzoeken, waarover het volgende valt te zeggen:

QALY

In beide onderzoeken speelt de QALY een cruciale rol. Hiermee wordt de waarde van een (gederfd) levensjaar in geld uitgedrukt. Een QALY is het nut dat een mens ontleend aan een levensjaar in volle gezondheid. De geraamde grootte van een QALY loopt in verschillende studies sterk uiteen, al naar gelang de gebruikte meetmethode. In Nederland is langzamerhand een zekere consensus bereikt over een waarde in de orde van 60 tot 80 duizend euro voor een QALY. Hier wordt bijvoorbeeld ook mee gewerkt bij MKBA’s ten behoeve van de besluitvorming over het al dan niet vergoeden van nieuwe geneesmiddelen, maar ook bij besluitvorming over investeringen in kustbescherming en andere infrastructuur.

Consumentensurplus

Beide onderzoeken veronderstellen (in hun midden-scenario) een consumentensurplus, dat is de meerwaarde die gebruikers toekennen aan roken, de prijs die zij er voor over hebben, boven de prijs die zij daadwerkelijk moeten betalen. Beide onderzoeken schatten, bij de huidige prijs van gemiddeld € 6 per pakje, het consumentensurplus op ruim € 3 miljard. Dit zijn maatschappelijke baten van roken. Een punt van kritiek in dit verband is dat er geen sprake van consumentensurplus is indien of voor zover roken verslavend is. En het is algemeen aanvaard dat nicotine extreem verslavend is.

Conclusie

Beide onderzoeken wijzen uit dat de maatschappelijke kosten van roken aanzienlijk hoger zijn dan de baten. Daarbij is van belang dat de kosten ten gevolge van roken de komende jaren verder zullen stijgen als gevolg van de medisch-technologische ontwikkelingen, waardoor meer rokers langer in leven blijven. Maar dat dan wel tegen steeds hogere gezondheidszorgkosten.

Maatregelen die het roken terugdringen hebben een positief effect op de maatschappelijke kosten en baten. Bij een afweging tussen verschillende maatregelen is het goed voor ogen te houden dat verhoging van accijns op zich een inkomensoverdracht is (van rokers naar staat) en als zodanig geen maatschappelijke meerwaarde heeft. De meerwaarde zit vooral in effecten zoals lagere gezondheidskosten, minder ziekteverzuim en vooral de winst aan levensjaren.

Hoewel de methodologische uitgangspunten in beide studies verschillend zijn komen zij in hun conclusie overeen: de maatschappelijke kosten van roken zijn aanzienlijk hoger dan de baten. Roken uit de samenleving bannen is dus uiteindelijk van groot economisch voordeel voor de samenleving.

Rob Giebels is penningmeester van de Stichting Rookpreventie Jeugd

 

tags:  antirookbeleid | maatschappelijk | onderzoek | rookverslaving