line
benedicte ficq in berlijn-1

Tabak of gezondheid – Bénédicte Ficq over ‘The Dutch Case’

vrijdag 21 februari 2020

© ECToH in Berlijn, tweede van rechts: Bénédicte Ficq

Deze week vindt in Berlijn de 8th European Conference on Tobacco or Health plaats. Advocaat Bénédicte Ficq hield daar een voordracht over de Nederlandse aangifte tegen de tabaksindustrie.

Door Bénédicte Ficq

Ik kreeg drie jaar geleden een prikkelende vraag voorgelegd, waar ik niet direct een antwoord op had. Of ik wellicht mogelijkheid zag voor het strafrechtelijk laten vervolgen van tabaksfabrikanten die hun producten in Nederland afzetten. Longkankerpatiënte Anne Marie van Veen en longarts Wanda de Kanter, als bestuurslid van de Stichting Rookpreventie Jeugd, kwamen bij mij op kantoor met die vraag.

Ik weet alles van het strafrecht, maar weet ook dat sigaretten op basis van wet en regelgeving verkocht mogen worden en dat het dus niet evident is dat deze zaak onder het strafrecht zou vallen. Daarnaast: niemand verplicht de roker te roken, hij kiest er zelf voor. Belangrijk contra-argument om de zaak niet aan te spannen.

Ik heb de zaak met kantoorgenoten besproken, alle pro- en contra-argumenten op een rijtje gezet, het brein opengezet voor het toelaten van mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden, waarna we uiteindelijk tot de conclusie kwamen dat vervolging kansrijk zou kunnen zijn, op basis van twee argumenten. Ik zal proberen u duidelijk te maken waarom we uiteindelijk tot deze conclusie zijn gekomen.

Fake-meting

Het eerste argument was dat de tabaksproducenten de wet- en regelgeving omzeilen door niet meetbare producten op de markt te zetten, terwijl de wet voorschrijft dat er een maximumhoeveelheid gif in mag zitten. Deze fraude vindt al tientallen jaren plaats en wordt door overheden niet als fraude gezien, de fake-meting wordt gewoon geaccepteerd. Onvoorstelbaar en in onze visie ontoelaatbaar. Hoe wordt er dan gemeten? Er worden gaatjes geprikt in het filter van een sigaret, net op de plek waar een roker zijn vingers houdt als hij een sigaret vast heeft. Als de machines van het RIVM (het instituut dat waren op de Nederlandse markt controleert) de sigaretten op schadelijke stoffen testen, blijven die gaatjes open zodat er lucht mee opgezogen wordt. Deze meegezogen lucht verlaagt de gemeten hoeveelheden schadelijke stoffen. Als de roker rookt, omklemmen zijn vingers die gaatjes in het filter waardoor die verdunning niet optreedt. De roker inhaleert daardoor rook zonder luchtverdunning waardoor hij meer gif binnenkrijgt. Het officieel gemeten product op de markt is derhalve een product dat in de praktijk veel hogere waarden aan gevaarlijke stoffen bevat dan de wetgever bedoeld heeft toe te staan.

Verslavende toevoegingen

Het tweede argument was dat er verslavende middelen worden toegevoegd aan een sigaret, waarmee de vrije wil opzij wordt gezet. Er wordt vaak gezegd dat mensen uit vrije wil roken: je weet dat het verslavend is en toch steek je er een op. Dat zou een belemmering kunnen zijn voor vervolging, maar daar zijn tal van argumenten tegen in te brengen. Want, hoe kan er gesproken worden van vrije wil als de tabaksindustrie er alles aan doet om die vrije wil uit te schakelen?

Ik ben zelf een ex-roker, ben bijna dertig jaar verslaafd geweest en heb altijd gedacht dat er ‘alleen’ nicotine, teer en koolmonoxide in een sigaret zat. Dat stond immers op de pakjes. Er zit echter veel meer in. Er zitten smaakjes in een sigaret waardoor de roker de rook ‘lekker’ vindt. Er worden suikers aan toegevoegd die na verbranding en inhalatie werken als een soort antidepressivum. Er worden middelen aan toegevoegd die de hoestprikkel onderdrukken. Dit ter eliminatie van de beschermingsmechanismen van het lichaam tegen het inhaleren van de rook. Hoesten, misselijk worden of overgeven als natuurlijke reactie tegen inademen van rook treedt niet meer op vanwege de toevoeging van deze middelen.

De tabaksindustrie heeft aantoonbaar allerlei additieven toegevoegd aan de sigaret om de rook inhaleerbaar te maken. Zonder toevoeging hiervan had de rookepidemie nooit hebben kunnen uitbreken, zouden er überhaupt geen rokers zijn geweest. Die rook zou immers niet te inhaleren zijn geweest, te scherp, te heet, te vies.

Nicotinekick

De tabaksproducent heeft er dus alles, maar dan ook echt alles, aan gedaan om het vehikel ‘rook’ aantrekkelijk en inhaleerbaar te maken. Dit met als enig doel de nicotine, dé verslavende stof, zo snel mogelijk in de hersenen te krijgen. Want zodra dat gebeurt, treedt er een verandering van het brein op, waardoor verslaving ontstaat. Dat weet en wil de producent. De producent beoogt juist die snelle nicotinekick, inhalatie is immers de snelste weg voor het bereiken van dat doel. Die snelle kick veroorzaakt tevens de pavlovreactie van het brein als er gerookt wordt tijdens onschuldige gedragingen zoals koffiedrinken, eten, seks, ongemak et cetera. Het drinken van een kopje koffie is pas echt lekker als de kick van het roken eraan wordt toegevoegd.

Die doortraptheid van de tabaksindustrie in het bewust en weloverwogen verslavend maken van hun product is een van de belangrijkste argumenten om hen strafrechtelijk te hebben willen laten aanpakken. En in alle oprechtheid: waarom zou de alternatieve genezer die zijn kankerpatiënt bij de reguliere arts wegpraat wel strafrechtelijk aangepakt kunnen worden en deze gewetenloze industrie niet? Waarom zou een cocaïnedealer die vervuilde cocaïne op de markt brengt waardoor tientallen doden vallen wel opgepakt worden en de gewetenloze tabaksproducent niet? Alleen maar omdat cocaïne op de verboden lijst staat?

Kunnen zij inderdaad wegkomen met argumenten als: je kiest er toch zelf voor en wij houden ons toch aan de regels? Nee, stelden wij in onze aangifte, u houdt zich niet aan de regels, u omzeilt ze, en nee, de roker kiest er niet zelf voor, u maakt hen namelijk bewust verslaafd waardoor er weinig meer te kiezen valt.

Aangifte

Dit hele samenspel van manipulaties, van de toevoeging van ingrediënten in/aan de sigaret, van de marketing van het product, van het normaliseren van de sigaret, hebben wij ten grondslag gelegd aan onze aangifte van het plegen van strafbare feiten door de tabaksindustrie. Wij hebben de tabaksindustrie verweten dat zij willens en wetens, tezamen en in vereniging, mensen verslaafd maken aan hun product dat onvermijdelijk dood en zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft.

Wij deden aangifte bij de officier van justitie van moord, doodslag, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, het opzettelijk benadelen van de gezondheid, het plegen van valsheid in geschrifte en het overtreden van een aantal economische delicten.

Anne Marie van Veen en de Stichting waren onze eerste twee cliënten. We besloten om de aangifte van deze strafbare feiten gedetailleerd te onderbouwen met wetenschappelijk onderzoek gekoppeld aan een strafrechtelijk juridische redenering. Dit alles met het oog op het faciliteren van het Openbaar Ministerie, zodat de vervolgingsbeslissing van de tabaksproducenten wellicht gemakkelijker zou worden overgenomen door het Nederlands Openbaar Ministerie. Het was voor cliënten een belangrijk en uniek proefproces. Er was wereldwijd niet eerder aangifte gedaan van strafbare feiten tegen de tabaksindustrie. De tabaksindustrie is natuurlijk regelmatig voor de civiele rechter gedaagd maar dit keer werd de tabaksindustrie geconfronteerd met een mogelijke strafrechtelijke vervolging voor het op de markt brengen van hun gemanipuleerde en bewust verslavend gemaakte product.

Als advocaten gingen wij ervan uit dat de kans op vervolging door het Openbaar Ministerie groter zou zijn als er veel en openlijke steun zou zijn voor de strafzaak. Ook beseften wij dat publiciteit een belangrijk instrument zou zijn voor het verkrijgen van deze steun. Wij hebben daarom vanaf het begin geprobeerd om de kring van aangevers zo groot mogelijk te krijgen. Hierover later meer.

Verdienmodel

Terug naar onze eerste aangeefster. Anne Marie van Veen was rond de 40 toen er longkanker bij haar gediagnosticeerd werd. Zij was moeder van drie nog kleine kinderen. Zij rookte nog steeds toen ze gediagnosticeerd werd. Ze was zelfs zo verslaafd dat ze tijdens haar eerste chemo nog steeds doorrookte. Het verdriet en het besef dat zij haar kinderen waarschijnlijk niet zou zien opgroeien veroorzaakte tevens grote woede. Ze werd woedend van onmacht toen ze besefte dat haar ziekte vermeden had kunnen worden als zij niet op 14-jarige leeftijd was gaan roken. Zij realiseerde zich dat zij een van de vele slachtoffers was van de machinaties van een gewetenloze tabaksindustrie, die niet alleen haar maar veel jonge mensen verslaafd had gemaakt aan de sigaret met maar één doel: het verdienen van geld, heel veel geld. In totale onverschilligheid voor al het leed dat hun verdienmodel veroorzaakt.

Dit besef was voor haar dé reden om deze unieke aangiftezaak te starten en er alles aan te doen om de bewustwording rondom roken te resetten. De roker is niet slap als hij rookt, een roker is verslaafd. De roker is slachtoffer van deze gemanipuleerde onschuldig lijkende drugs die sigaret heet en die legaal verspreid wordt door gewetenloze criminelen in maatpak.

Onze boodschap was: roker, aanvaard het geklets van de tabaksproducent – ‘wij houden ons aan de wet en wij verplichten u niet tot roken over te gaan’ – niet meer, laat u zich dat niet meer aanpraten als rechtvaardigingsgrond voor het kunnen doorproduceren van dit ultra-verslavende product. Het is crimineel wat u doet.

385 doden per week

Alleen al in Nederland overlijden er per jaar 20.000 mensen aan de gevolgen van roken, dat zijn er 385 per week. Over de zieken heb ik het dan nog niet eens gehad. Stelt u zich eens voor: een creatieve producent van een nieuw product probeert een vergunning te krijgen voor zijn nieuwe speeltje waaraan 385 mensen per week overlijden. De producent weet dit en probeert desalniettemin dit product op de markt te krijgen. Is het voorstelbaar dat deze creatieve producent hiervoor toestemming krijgt? Is het voorstelbaar dat deze creatieve producent strafrechtelijk geen problemen krijgt als hij een dergelijk dodelijk product op de markt brengt? En wat als hij ook nog eens met name focust op de puber die hij verleidt met marketingtrucs om dit product te gaan gebruiken?

80 tot 90 procent van alle verslaafde volwassen rokers is begonnen op het moment dat ze rond de 14 jaar oud zijn. Je moet weliswaar 18 jaar of ouder zijn om sigaretten te kopen, maar niets is zo gemakkelijk te verkrijgen als een sigaret. Op elke hoek van de straat, in elke supermarkt en in bijna elke winkel zijn ze te koop. Het product ligt in de supermarkt op ooghoogte, dat weet de tabaksproducent, daar rekent de tabaksproducent op. Daar betaalt de tabaksproducent zelfs voor: hoe zichtbaarder het product in de winkel aan de potentiële klant wordt getoond hoe groter de beloning van de producent.

De producent weet ook dat het product uiteindelijk ook/juist bij die doelgroep terechtkomt, vooral bij die doelgroep terechtkomt die het product eigenlijk nog niet mag kopen. Vooral die doelgroep, de replacement smoker, is een belangrijk target voor de tabaksproducent.

Het puberbrein

De tabaksproducent weet alles over het jonge brein, over het brein van een 14-jarige, over het onvolgroeide en experimenterende puberbrein dat zorgeloos is en daardoor helemaal niet bezig met gezondheidseffecten die optreden als je 30 of 40 bent. Dan ben je bejaard. Die puber is uitsluitend bezig met het hier en nu. Met het uitproberen van dingen die niet mogen.

De tabaksproducent weet dat de waarschuwingsplaatjes die op de pakjes staan door pubers niet gezien worden, genegeerd.

De tabaksproducent weet dat bijna alle langdurig verslaafden begonnen zijn op die jonge puberleeftijd, op de leeftijd waarop je de consequenties niet kunt wegen, de tabaksproducent weet dat de puber binnen een week verslaafd is. De tabaksproducent focust met al deze wetenschap juist op het bereiken van deze beïnvloedbare doelgroep.

Langetermijngevaren

De tabaksindustrie weet ook dat het menselijk brein niet in staat is om gevaren op lange termijn als zodanig te onderkennen. Er zijn proeven gedaan met mensen in een MRI-scanner. Vraag je ze of ze in een leeuwenkooi in een dierentuin gezet willen worden, dan stemt niemand daarmee in. En geen hond wil een product uitproberen waarvan je zeker weet dat je er drie weken later aan overlijdt, maar het brein reageert direct anders als het gevaar pas op langere termijn naar je toe komt. Als je hoort dat twee op de drie mensen aan roken overlijdt, dat je er tal van ernstige, invaliderende ziektes aan over kunt houden, maar dat dat pas over tien, vijftien of twintig jaar het geval is, dan reageert het brein, zo blijkt uit de MRI-onderzoeken, alsof het gaat om iemand anders. De beslissing is navenant: je maakt je nooit echt bezorgd over anderen, hetgeen betekent dat er geen of een mindere rem staat op gedrag dat schade zou kunnen berokkenen. Dat gedrag zie je bijvoorbeeld ook met de ‘zorgen’ rondom klimaatverandering: het feit dat onze planeet binnen afzienbare tijd naar de filistijnen gaat, zal ons een zorg zijn.

De tabaksindustrie heeft dus ook nog eens ‘de mazzel’ dat ons brein zo werkt. Ook dit weten zij. Is het dan gek om het Openbaar Ministerie ervan proberen te overtuigen dat roken allesbehalve een vrije keuze is?

Vrij om te stoppen

De tabaksproducenten proberen de argumentatie dat verslaving wilsonvrijheid creëert te pareren met het argument dat er genoeg mensen zijn die kunnen stoppen met roken. Dat door er niet mee te stoppen de roker er iedere dag zelf weer voor kiest om door te gaan met roken.

Ik heb dertig jaar gerookt en al die tijd ontkend dat ik verslaafd was. Ik ben pas van de sigaretten afgekomen toen ik kinderen kreeg. Het afkicken was verschrikkelijk, ik heb een jaar lang in een gevecht tegen mezelf geleefd. En dat had niets met wilskracht te maken. Sommige mensen zijn ontzettend krachtig en energiek en hebben een sterk ontwikkelde wil, maar hun brein is zodanig aangetast door de verslaving dat ze er niet meer vanaf kunnen komen.

Uit wetenschappelijke rapporten blijkt wat een verslaving met hersenen doet. Je bent niet slap, je bent verslaafd. Je brein is verslaafd. Het verslaafde brein verzint excuses, geeft toe aan het kopen van een pakje sigaretten, aan het opsteken ervan. Vanaf de eerste week is er al geen sprake meer van vrije wil. Die is verdrongen, weg.

De tabaksindustrie heeft altijd geschermd met het begrip ‘vrijheid’. De Marlboro-man op zijn paard, hoog op een berg, straalde die vrijheid uit. Dat er inmiddels al drie Marlboro-mannen aan longkanker zijn overleden is voor de tabaksindustrie slechts een detail. En kijk eens naar films, naar Netflix-series: waarom roken er zoveel hoofdpersonen? Ja, natuurlijk, het is allemaal stiekeme, slimme ‘product placement’ door de tabaksindustrie. Al decennia wil de tabaksindustrie ons laten geloven dat we vrij zijn als we roken. Maar vrijheid is een heel relatief begrip. Natuurlijk, je moet vrij kunnen zijn in wat je denkt, in wat je zegt, in wat je wilt, in wie je bent. Maar hoe vrij ben je als je rookt en wilt stoppen met roken en dat keer op keer niet lukt? Ik ben nog nooit een roker tegengekomen die verslaafd wil zijn. Het kost je een hoop geld, het kost je je gezondheid, je moet naar buiten om een sigaretje te roken: iedereen wil ervanaf, maar het lukt maar heel weinigen. Hoe vrij ben je dan?

Geniaal verslavend

Mensen weten vaak niet dat tabaksverslaving veel moeilijker te overwinnen is dan bijvoorbeeld een alcoholverslaving. Daarnaast is die alcoholverslaving sociaal veel minder geaccepteerd, maar toch kan dat juist je redding zijn. Je omgeving zal je veel sneller aanspreken op overmatig alcoholgebruik. En ook hier mazzelt de tabaksindustrie: van sigaretten wordt je niet dronken. En dat is pech. Want mensen die dronken op hun werk komen, zullen door hun werkgever aangesproken en geholpen worden met hun verslaving. De roker niet. Als zijn directe omgeving er maar geen last van heeft. Tabak is in die zin het geniaal verslavende middel. Omdat je er niet anders van wordt. Omdat je er niet dronken van wordt. Omdat je gewoon goed kunt blijven functioneren.

Het is een verslaving die qua ernst niet goed wordt ingeschat door een gebrek aan kennis over hoe verslavend het product is en hoe gevaarlijk het is. Mensen weten dat je er longkanker van kunt krijgen, maar vergeten dat je er blind van kunt worden, impotent, dat je er eerder dement van wordt, dat je er diabetes van krijgt. Al je organen raken beschadigd, je DNA wordt aangetast, dit alles door het vergif dat in een sigaret zit.

Dat weet de tabaksindustrie dondersgoed en toch, toch, maken ze hun sigaret heel en heel doordacht bewust verslavend. In de wetenschap dat van de drie gebruikers er twee dood zullen gaan, ontelbaren ziek, laten ze zich zelfs voorlichten door allerlei deskundigen om de sigaretten zo lekker, verslavend en rookbaar mogelijk te maken.

Zwaan-kleef-aan

De beginpubliciteit naar aanleiding van de aangifte door de zieke jonge moeder veroorzaakte in Nederland enorm veel beroering. Dat was ook de bedoeling. Het was de bedoeling om de kracht van de aangifte en de slagingskansen van deze zaak te vergroten door het zwaan-kleef-aan-effect. Tal van maatschappelijke organisaties sloten zich geleidelijk aan: de aangifte door het beroemde kankerziekenhuis het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis veroorzaakte een enorme reactie. Academische ziekenhuizen, scholen, de gemeente Amsterdam, rokers, ex-rokers, tandartsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen, het KWF, longspecialisten, kinderziekenhuizen, verpleegkundigen, psychiatrische ziekenhuizen et cetera sloten zich aan bij de zaak en deden ook aangifte bij het Openbaar Ministerie. Zij betoogden dat de doelen die zij nastreven vanuit hun professie onverenigbaar waren met het ongemoeid laten van de tabaksproducenten. Ook zij meenden dat strafrechtelijk ingrijpen geboden was, ook zij meenden dat andersoortige procedures te stroperig, te langdurig en met geld afkoopbaar waren. Dat het tijd was om de gedragingen van de tabaksproducenten het predicaat te geven van crimineel handelen.

De producent die een verslavend product maakt waaraan per week 325 Nederlanders overlijden en een veelvoud van Nederlanders ziek van wordt moest in de visie van al die aangevers leiden tot straf vervolging. En laat de rechter dan maar oordelen of het handelen van de tabaksproducent strafbaar handelen is of niet.

Simpel en frustrerend

We hebben gevochten, zijn geconfronteerd met de weigering van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan, zijn daartegen in beroep gegaan bij het Gerechtshof in Den Haag en hebben ons moeten neerleggen bij de beslissing van het Hof dat het Openbaar Ministerie niet tot vervolging hoefde over te gaan, helaas.

De rechter volgde een heel simpele als frustrerende redenering in het besluit tot afwijzing. Namelijk dat de overheid regelgeving heeft, gebaseerd op Europese regelgeving, en dat, mits de tabaksproducenten zich aan die Europese regels houden, het niet aan een rechter is om het Openbaar Ministerie te bevelen om tot vervolging over te gaan. De omzeiling van de regels qua meetmethode in relatie tot de manipulatie van het filter van de sigaret (qua gaatjes) werd door de rechter gepareerd met de redenering dat bij invoering van de meetmethode de gaatjes in het filter al bekend waren.

Deze meetmethode wordt thans in een andere procedure aangevochten in Europa door een van de aangevers die ook de strafzaak is gestart: de Stichting Rookpreventie Jeugd. Zeer recent heeft de Rechtbank Rotterdam de zaak doorgestuurd naar het Europese Hof om deze kwestie via het Hof aan de orde te stellen.

Persoonlijk verlies

Het verlies van de aangiftezaak in Nederland was vooral een persoonlijke verlies voor de zieke pioniers die deze zaak aangespannen hebben. Zij hebben gevochten gedurende de jaren die we met de zaak bezig waren. Zij zijn nu dood. Een dood die vermijdbaar was en die niet vergeten mag worden.

We hebben een bijdrage geleverd aan het ontmaskeren van de tabaksindustrie en ik hoop dat deze ontmaskering doorgaat, dat aanwezigen hier wellicht geïnspireerd worden onze aangiftezaak te kopiëren. Ik hoop dat er een domino-effect ontstaat en dat mensen en organisaties in andere landen eveneens aangifte zullen gaan doen tegen de tabaksindustrie. Ooit zal de tabaksindustrie ontmaskerd zijn als een criminele organisatie, een organisatie die willens en wetens jonge mensen verslaafd maakte aan hun dodelijke en ziekmakende waar.

Deze voordracht werd in het Engels gehouden. Op de website van Stichting Rookpreventie Jeugd staat de Engelse versie.

tags:  aangifte | ECToH | politiek | rookverslaving | tabaksdoden | tabaksindustrie