Vergunningenstelsel voor tabaksverkoop moet in het Nationaal Preventieakkoord

dinsdag 03 juli 2018

OPINIE
De invoering van een vergunningenstelsel voor de verkoop van tabak lijkt een probaat middel te zijn om het aantal verkooppunten van tabak te beperken, zo leert de ervaring in Finland. Bij het opstellen van het Nationaal Preventieakkoord is het belangrijk te leren van dit voorbeeld.

Door Frits van Dam

Onlangs berichtte TabakNee na eigen onderzoek over de explosieve groei van het aantal tabaksverkooppunten in het centrum van Amsterdam. Vooral door de komst van toeristenwinkels die ook tabak verkopen is het aantal verkooppunten daar in acht jaar tijd met 70 procent toegenomen. Sinds 2000 is het aantal zelfs verdrievoudigd. In plaats van minder zijn er dus de afgelopen jaren alleen maar meer winkels bij gekomen die tabak verkopen. De schattingen van het aantal verkooppunten van tabak in Nederland lopen uiteen van 30.000 tot 60.000.
Het gaat daarbij om tabaksspeciaalzaken, kiosken, gemakswinkels, tankstations, supermarkten, avondwinkels en tabaksautomaten in de horeca. Vanaf 2022 worden de tabaksautomaten verboden. Deze maatregel zal horecaexploitanten er waarschijnlijk niet van weerhouden om zelf tabak te gaan verkopen vanachter de bar.

Accijns en leeftijdsgrens

Het Nederlandse overheidsbeleid inzake tabaksontmoediging heeft een drieledig doel: voorkomen dat jongeren beginnen met roken, rokers die willen stoppen daarbij helpen en via rookverboden niet-rokers beschermen tegen tabaksrook van anderen. De belangrijkste instrumenten die daar nu voor worden ingezet zijn accijnsheffingen en controle op de naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van tabak.
Helaas moeten we constateren dat dit beleid tot nu toe nog niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. In Nederland rookt 24 procent van alle mensen van 18 jaar en ouder. Van al deze mensen rookt ongeveer 77 procent dagelijks. De meeste rokers zijn tussen de 18 en 40 jaar (29 procent). Er zijn bovendien aanwijzingen dat het aantal rokers onder jongvolwassenen juist toeneemt in plaats van afneemt.

Toezicht faalt

Ondertussen is duidelijk dat het toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van tabak veel te wensen overlaat. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) voerde in 2017 ruim 3.800 leeftijdsgrenscontroles uit. Zelfs bij het laagste geschatte aantal van 30.000 verkooppunten van tabak is de kans op één controle per jaar minder dan 14 procent.

Samenhangend beleid

Dat het toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens faalt is geen wonder met zoveel verkooppunten. Een effectief tabaksontmoedigingsbeleid is gebaseerd op een combinatie van maatregelen: én accijns, én minder verkooppunten, én toezicht, én rookverboden, én hulp bij stoppen, én informatiecampagnes. Bij het overleg over het Nationaal Preventieakkoord is het essentieel dat er effectieve maatregelen worden voorgesteld om het aantal verkooppunten terug te dringen. Het effect hiervan – in samenhang met alle andere maatregelen – mag niet worden onderschat. Hoe effectief dit is blijkt uit ervaringen in Finland en Hongarije.

Finland

In Finland is in 2009 een vergunningenstelsel voor de verkoop van tabak ingevoerd. Als gevolg daarvan is het aantal verkooppunten van tabak sterk gedaald. Voor invoering van het vergunningenstelsel waren er in Finland tussen de 30.000 en 40.000 verkooppunten. Na invoering van het vergunningenstelsel zijn het er nog ongeveer 10.000.
Het vergunningenstelsel is een van de maatregelen in een samenhangend rookontmoedigingsbeleid die in Finland inmiddels heeft geleid tot een percentage dagelijkse rokers van 11,6 procent  (tegen 17,2 procent in Nederland).

De vervuiler betaalt

De belangrijkste reden voor de invoering van het vergunningenstelsel in Finland was niet het verminderen van het aantal verkooppunten, maar het verbeteren van de naleving van het verbod op de verkoop van tabaksproducten aan kinderen en het voorkomen van de verkoop van illegale tabaksproducten.
Niet alleen maakt het lagere aantal verkooppunten en de registratie daarvan de controle op de naleving van de leeftijdsgrens een stuk makkelijker, de kosten voor de vergunning en de jaarlijkse handhavingstarieven die worden geheven zorgen er ook voor dat de kosten van de handhaving niet op de samenleving als geheel worden afgewenteld, maar dat ‘de vervuiler betaalt’. Met minder verkooppunten is beter toezicht mogelijk, waardoor minderjarigen minder makkelijk aan sigaretten kunnen komen en minder kinderen beginnen met roken. Op die manier draagt de invoering van een vergunningstelsel bij aan het realiseren van een rookvrije generatie.

De tijd is rijp

In het rapport ‘Verkooppunten van tabaksproducten’ uit 2016 concludeert het Trimbos-instituut dan ook dat ‘het invoeren van een vergunningen- of registratiesysteem een belangrijke eerste stap voor tabaksontmoediging’ lijkt. De ervaring in Finland lijkt dit te bevestigen.
Daarbij komt dat het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) inmiddels officieel in werking is getreden nu veertig landen en de EU het Protocol hebben geratificeerd.

In artikel 6.2 van het protocol is opgenomen dat alle partijen er naar streven een vergunningenstelsel voor de verkoop van tabak in te voeren. Daardoor zal tabak niet meer overal verkrijgbaar zijn en komt er betere controle op de verkoop en op de naleving van de leeftijdsgrens. Nederland heeft het protocol ondertekend, maar nog niet geratificeerd. Het zou een gemiste kans zijn als de invoering van een vergunningenstelsel voor de verkoop van tabak niet prominent op de agenda komt te staan bij de besprekingen over het Nationaal Preventieakkoord.

Stichting Rookpreventie Jeugd is ondertussen samen met het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde aan het sonderen of er belangstelling bestaat bij de politiek voor een vergunningenstelsel. In reactie op een voorstel daarvoor hebben GroenLinks, SP en PvdA inmiddels laten weten daar positief tegenover te staan.

 

tags:  inperking verkooppunten | preventie | rookpreventie | vergunning | verkooppunten