line
lage ses covid-19-1

6: De laagopgeleide roker en het coronavirus

Dossier: Laagopgeleiden en roken

donderdag 18 juni 2020

Het coronavirus raakt niet iedereen even hard: rokers lopen veel risico. Wie zich dan ook nog aan de onderkant van de samenleving bevindt, is extra kwetsbaar. Dit is deel 6 in de serie over de impact van roken op de laagopgeleide roker. Wat doet de coronacrisis met deze groep?

Door Irene Schoenmacker*

Het coronavirus heeft sinds begin dit jaar grote delen van de wereld platgelegd. Langzaam komen landen nu weer op gang. Tot nu toe zijn er ruim 6.000 mensen in Nederland overleden aan het virus, en waarschijnlijk nog veel meer.

Uit Chinese onderzoeken blijkt dat rokers bijna tweeënhalf keer meer kans lopen om op de intensive care en de beademing terecht te komen of te sterven aan het virus dan niet-rokers. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie WHO stelde dat het aantal coronadoden hoger is onder mensen met onder meer hart- en vaatziekten, kanker en diabetes: allemaal ziektes die een link hebben met roken.

Nog groter risico

Het risico op overlijden is nóg groter bij de laagopgeleide roker, zegt hoogleraar Gera Nagelhout, gerenommeerd tabaksonderzoeker bij onderzoeksinstituut IVO en de Universiteit Maastricht. ‘Ze roken meer, zijn verslaafder en leven over het algemeen minder gezond.’ Dat klopt: in 2017 rookte bijna 23 procent van de laagopgeleide volwassenen dagelijks, tegenover zo’n 9 procent van de hoogopgeleiden. Het is een groep die heel lastig te bereiken is, bleek al uit de eerdere artikelen in dit dossier.

Door het virus kan de rookstophulp alleen digitaal plaatsvinden, of via de telefoon, en dat werkt niet altijd bij deze groep, zegt Nagelhout. ‘De lager opgeleide roker moet je face-to-face spreken: het is belangrijk ze persoonlijk aan te spreken en te motiveren om mee te doen. Ze hebben meer moeite om te stoppen en leven vaak in een omgeving waar roken meer normaal wordt gevonden. Je moet ze dus echt over een drempel trekken. Bellen of apps vereisen toch dat mensen zelf het initiatief nemen, elke dag die app openen. En dat is lastig.’

Meer roken door stress

Uit onderzoek van het RIVM bleek begin mei dat 28 procent van de 90.000 ondervraagden (veel) meer is gaan roken door de crisis (12 procent zei juist minder te zijn gaan roken). Enkele weken later deed ook het Trimbos-instituut een onderzoek onder duizend personen naar hun rookgedrag tijdens de coronacrisis. Daaruit bleek dat zo’n 19 procent meer was gaan roken, met stress als belangrijkste oorzaak, en 14 procent is gaan minderen. Bij het RIVM-onderzoek waren mensen met een hoog opleidingsniveau oververtegenwoordigd (61 procent). Dat roept de vraag op hoe groot het verschil is met lager opgeleide rokers. Het Trimbos-instituut zei in het onderzoek geen verschil te zien in opleidingsniveau: door beide groepen is tijdens de crisis evenveel gerookt.

Veel stress door crisis

Els Annegarn is maatschappelijk werkster in Amsterdam-Noord en richt zich voornamelijk op mensen met een lage sociaaleconomische status (SES). Ook zij zag veel mensen naar de sigaret grijpen, inderdaad vanwege de stress die de coronacrisis met zich meebrengt. Degenen die wel zijn gestopt, belt ze regelmatig. ‘Dan zeg ik, ik vind het zó goed dat je nog steeds volhoudt.’

Annegarn: ‘Deze groep heeft de laatste maanden als heel zwaar ervaren, ze durfden nauwelijks de deur uit. Ze zagen de gruwelijke verhalen uit andere landen en konden dat niet goed plaatsen. Ontredderd, zo voelden ze zich, en heel erg bang. Dus bleven ze thuis, spraken niemand meer en kwamen in een sociaal isolement terecht, waardoor ze nog meer gingen eten en roken.’

Ook financiële problemen spelen vaak een rol. ‘Je zou dan denken, gooi eerst die sigaret de deur uit, maar die zeggen ze dan nodig te hebben om hun angst te bedwingen’, aldus Annegarn. ‘Het enige wat ik kan doen is hen erop wijzen dat er ook andere manieren zijn om met stress om te gaan, zoals wandelen. Het verbaast mij soms dat mensen die helemaal geen geld hebben, blijven roken. Dat is toch die verslaving, in combinatie met stress. De verslaving zit echt diep in de hersenen. Om zoiets te veranderen, dat is een hele kluif.’

Minder werk

Bovendien blijkt dat lager opgeleiden ook op een andere manier harder geraakt worden door de crisis: door de maatregelen van de crisis zelf. Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat voor deze groep met name het aantal gewerkte uren flink afgenomen is: met 21 procent. Voor middelbaar opgeleiden is dit 14 procent en voor hoger opgeleiden 11 procent.

Opvallend is volgens het CPB ook dat lager opgeleiden na de lockdown grotendeels buitenshuis zijn blijven werken, terwijl hoger opgeleiden grotendeels thuis zijn gaan werken. Dat betekent dat deze groep lager opgeleiden ook op die manier meer gevaar loopt om het virus op te lopen.

Flink in de knel

Heeft de overheid voldoende gedaan om rokers met een lage SES te bereiken tijdens de coronacrisis? ‘Nee, dat vind ik niet zo’, zegt Annegarn. ‘Deze groep wordt onvoldoende bereikt. Als je geen smartphone hebt of internet, hoe benader je ze dan? Ik snap heus dat iedereen ontwricht was en dat de overheid haar handen al vol had, maar dan nog zat deze doelgroep de afgelopen maanden wel flink in de knel.’

Longarts Wanda de Kanter is nog duidelijker. ‘De overheid heeft mensen wel drie maanden kunnen dwingen binnen te blijven uit gezondheidsoverwegingen, voor een virus dat een paar duizend doden tot gevolg had. Maar ze vergeten dat er elk jaar ook 20.000 doden vallen door de tabaksindustrie en ze doen veel te weinig om de burger te beschermen. Roken is een langzame epidemie, die vooral mensen met een lage sociaaleconomische status treft. Nu is de tijd om door te pakken: om te besluiten dat de prijs van rookwaren structureel omhoog moet en om de terrassen rookvrij te maken. Dat zijn namelijk grote reclame-uithangborden, vol met gezonde jonge mensen die roken. Het is jammer dat veel antirookmaatregelen zijn uitgesteld, waaronder invoering van neutrale verpakkingen en de handhaving op de rookvrije schoolterreinen. Juist nu is het de tijd voor campagnes.’

Dat laatste onderschrijft ook het Trimbos-instituut: ‘Wanneer massamediacampagnes specifiek worden gericht op rokers met een lage sociaaleconomische status kunnen ze bijdragen aan het verkleinen van ongelijkheden in roken.’

De toekomst met een lage SES

Hoe ziet de toekomst eruit voor mensen met een lage sociaaleconomische status, nu we zo langzamerhand uit de lockdown beginnen te kruipen? ‘Dat is natuurlijk een beetje koffiedik kijken’, zegt hoogleraar Nagelhout van het IVO, ‘maar ik en anderen met mij denken dat de verschillen tussen laag- en hoogopgeleid alleen maar groter worden. In een grafiek heb ik de trend van het roken van verschillende opleidingsniveaus een aantal jaren doorgetrokken in de toekomst. Nu zijn de verschillen nog klein, maar je ziet dat in 2040 de gewenste 5 procent rokers van het kabinet alleen onder hoogopgeleiden wordt gehaald. Onder lager opgeleiden is er nauwelijks winst. Dat is schokkend.’

Hoe kan dat? ‘Dat heeft te maken met het feit dat zaken als armoede en roken vaak van generatie op generatie worden doorgegeven. Je moet er zoveel moeite in stoppen om deze groep te laten stoppen, en dat gebeurt nu gewoon nog niet voldoende. Lokaal en regionaal wel, maar landelijk heeft het kabinet algemene maatregelen in het leven geroepen, die gelden voor iedereen. In het Preventieakkoord wordt weliswaar genoemd dat roken onder lager opgeleide mensen een probleem vormt, maar vervolgens moet dat blijkbaar toch opgelost worden met generieke maatregelen. Nee, het is niet een heel rooskleurig beeld dat ik voor me zie.’

grafiek bij lage SES deel 6

Cijfers in de grafiek van 2019 tot 2040 zijn een lineaire projectie van de trend.
Bron: Gera Nagelhout/IVO

*Irene Schoenmacker is freelance journalist.

tags:  rookstophulp | coronacrisis | laagopgeleiden | stoppen met roken | SES