line
twijfel als product-1

‘Geïnspireerd door de tabaksindustrie zaaien grote bedrijven twijfel over de schadelijkheid van hun product’

woensdag 27 mei 2020

De Amerikaanse hoogleraar David Michaels laat in zijn nieuwe boek The Triumph of Doubt zien hoe grote bedrijven de wetenschap inzetten om twijfel te zaaien door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in diskrediet te brengen, een techniek die is bedacht door de tabaksindustrie.

Door de webredactie

In een interview met Follow the Money gaat David Michaels, professor aan de George Washington University School of Public Health, in op zijn nieuwe boek The Triumph of Doubt, de opvolger van Doubt is their product uit 2008 (beide uitgegeven door Oxford University Press). Michaels legt uit hoe grote bedrijven wetenschap inzetten om onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in diskrediet te brengen en daarmee twijfel te zaaien. Bepaalde wetenschappers en onderzoeksbureaus laten zich door de grote bedrijven inhuren om met onderzoeksresultaten te komen die ingaan tegen eerder onafhankelijk vastgestelde resultaten. Deze techniek is ooit bedacht en groot gemaakt door de tabaksindustrie.

Twijfel is ons product

Al in de jaren 50 wisten de tabaksfabrikanten van het risico op longkanker door het roken van sigaretten. ‘Twijfel is ons product,’ citeert Michaels in het interview met Follow the Money (FTM) een intern memo van sigarettenfabrikant Brown & Williamson uit 1969. ‘Het is de beste manier om de strijd met de feiten aan te binden en een controverse te creëren.’ Michaels laat zien, vaak op basis van documenten die dankzij letselschadezaken openbaar zijn geworden, dat soortgelijk bedrog veel vaker voorkomt dan we denken: chemiebedrijf DuPont dat de schadelijkheid van PFAS-chemicaliën kende maar achterhield, alcoholfabrikanten die de mythe van het ‘gezonde’ gematigd drinken creëerden, en, volgens Michaels de meest ‘existentiële dreiging’: de uitgekiende twijfelzaaicampagne omtrent klimaatverandering en CO2.

Michaels borduurt daarmee ook voort op het boek Merchants of Doubt, dat ook liet zien hoe de twijfelzaaistrategie van de tabaksindustrie andere grote bedrijfstakken inspireerde.

Product defense industry

Inmiddels is volgens Michaels een hele bedrijfstak opgestaan om zich specifiek met het zaaien van twijfel bezig te houden. Hij noemt ze de product defense industry. “Het is een relatief nieuwe sector, die voortkomt uit de public relations-industrie,” zegt Michaels tegen FTM. “Het betreft gespecialiseerde firma’s die bedrijven helpen het te doen voorkomen alsof hun producten of activiteiten veilig zijn, zelfs wanneer ze dodelijk blijken. Het is pr vermomd als wetenschap. Ze volgen wat wel het ‘draaiboek van de tabaksindustrie’ wordt genoemd.”

Michaels legt uit hoe de tabaksindustrie te werk ging: “Toen in de jaren 50 de eerste studies het verband tussen roken en longkanker aantoonden, beseften de tabaksfabrikanten dat als ze dit zouden erkennen, ze hun producten niet goed aan de man konden blijven brengen. Samen met pr-bedrijf Hill+Knowlton, en later ook andere pr-bedrijven, bedachten ze een strategie: ze toonden zich bezorgd over de volksgezondheid en kondigden onderzoek aan naar de gezondheidseffecten van roken. Dit was natuurlijk allemaal één grote fictie. In werkelijkheid diende het onderzoek slechts om het idee te creëren dat het verband tussen roken en kanker nog onduidelijk was. Nadat studies in de jaren 70 en 80 aantoonden dat ook meeroken kankerverwekkend is, huurde de tabaksindustrie nog meer experts in. Wat je ziet, is dat dezelfde wetenschappers hun diensten vervolgens aanboden aan producenten van andere gevaarlijke producten.”

Exponent

Hij geeft het bedrijf Exponent als voorbeeld. Ook Exponent is door de tabaksindustrie ingezet. “Het is van oorsprong een ingenieursbureau, en heette toen Failure Analysis. Exponent was een van de eerste consultancyfirma’s die voor de tabaksindustrie ging werken toen sigarettenfabrikanten twijfel wilden zaaien over de schadelijke effecten van meeroken. Tegenwoordig werkt het bedrijf voor de meeste grote chemiebedrijven. De studies die Exponent produceert, concludeerden altijd dat de blootstellingen in kwestie geen ziekte kan veroorzaken, en áls de blootstelling al een ziekte kan veroorzaken, dan alleen bij zulke hoge doseringen dat ze op aarde zeker niet voorkomen.’

Michaels legt uit hoe bedrijven als Exponent te werk gaan: “Zulke product defense-bedrijven voeren vaak zogeheten weight of evidence-studies uit; daarin weeg je al het bewijs. Maar ze wegen niet eerlijk: positieve verbanden worden bijvoorbeeld weggestreept tegen studies van de industrie zelf, die negatieve associaties laten zien. Hun conclusies zijn zeer voorspelbaar: het bewijs is niet duidelijk, het bewijs is niet sterk genoeg, of, als een blootstelling een ziekte kan veroorzaken, dan alleen bij hoge doseringen die realistisch gezien niet voorkomen.”

Sterk bewijs

Michaels vervolgt: “Wanneer er sterk bewijs is, bijvoorbeeld uit humane data, en ze specifieke studies moeten aanvechten, vragen ze de ruwe data op om daar zelf een analyse van te maken. Dat is meer werk en kost ook meer geld. Ze veranderen dan wat aannames en eindpunten, en poetsen zo een positief resultaat weg, iets dat niet moeilijk is wanneer je de uitkomsten op voorhand kent. De fossiele industrie heeft op deze manier heranalyses laten doen van studies die een relatie vonden tussen benzeen en leukemie. Deze strategie werkt maar voor beperkte tijd: als er weer een nieuwe studie verschijnt, die wederom een verband vindt, begint het hele circus opnieuw.”

tags:  onderzoek | public relations | tabaksindustrie | twijfel | wetenschap