line

Nederlandse rokers minst bewust van de gevaren van roken

maandag 14 september 2015

Nederlandse rokers zijn zich het minst bewust van de gevaren van roken en van tweedehands rook. In vergelijking met 15 andere landen heeft Nederland het laagste percentage rokers dat aangeeft vaak aan de schadelijkheid van roken voor henzelf (22%) of anderen (9%) te denken. Dat blijkt uit een internationale vergelijkende studie die dit weekend in Maastricht werd gepresenteerd.

Professor Geoffrey T. Fong (University of Waterloo, Canada), leider van het International Tobacco Control Policy Evaluation Project (ITC Project), presenteerde de nieuwe gegevens tijdens een Europese conferentie van de Society for Research on Nicotine and Tobacco in Maastricht.

Uit het onderzoek blijkt dat Nederlandse rokers niet alleen weinig stilstaan bij de schadelijke gevolgen van roken. In Nederland zijn ook minder rokers dan in andere landen zich bewust dat roken kan leiden tot hartkwalen (79% gelooft dit), beroertes (63%) en longkanker (89%) of dat tweedehands rook bij niet-rokers hartkwalen (42%) kan veroorzaken. De opstellers concluderen daarom dat Nederland moet zorgen voor "goed gefinancierde en langlopende educatieve mediacampagnes om het bewustzijn over de schadelijkheid van (mee)roken onder de bevolking te vergroten, om stoppen met roken aan te moedigen en om roken te denormaliseren."

Internationale vergelijking

Het ITC Project is een internationaal vergelijkend cohortonderzoek dat wordt uitgevoerd in 22 landen en dat bedoeld is om de effecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen op rokers, in de loop der tijd, in kaart te brengen. Voor de situatie in Nederland zijn tussen 2008 en 2014 zijn zeven metingen verricht van de volledige cohort (ongeveer 2.000 jonge en volwassen rokers, die ouder dan 15 jaar waren tijdens de eerste meting). De gegevens zijn gebruikt om de implementatie van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC-verdrag) in Nederland te evalueren.

De algemene conclusie luidt dat Nederland in de tien jaar dat het WHO-Kaderverdrag in werking is op sommige terreinen vooruitgang heeft geboekt, maar ook "dat de Nederlandse overheid meer zou moeten doen om het tabaksontmoedigingsbeleid te versterken en te voldoen aan haar verplichtingen als FCTC-verdragspartij."

'Maak shag duurder'

Op het vlak van accijnsheffing concludeert het rapport dat relatief weinig Nederlandse rokers de prijs van tabaksproducten noemen als reden om te stoppen met roken. Ook is Nederland een buitenbeentje als het gaat om het prijsverschil tussen sigaretten en shag. Nederland heeft daardoor het op een na hoogste gebruik van shag onder 12 ITC-landen met een (middel)hoog inkomen. Van de shagrokers geeft 82% aan dat de lagere prijs de reden is voor het gebruik. Het rapport beveelt daarom aan de accijns op tabaksproducten te verhogen tot ten minste 70% van de verkoopprijs en het prijsverschil tussen sigaretten en shag op te heffen.

Het rapport doet verder aanbevelingen op het vlak van rookvrije openbare ruimtes (horeca 100% rookvrij, betere handhaving), gezondheidswaarschuwingen op verpakkingen (overweeg plain packaging), tabaksreclame- en promotie (verbod op tabaksautomaten, uitstalverbod en vermindering verkooppunten) en stoppen met roken (voorlichtingscampagnes en betrekken artsen en zorgverleners).

Het volledige rapport is hier te downloaden

tags:  accijns, tabak | displayban | gezondheidsschade | onderzoek