Hoe onze overheid het internationale anti-rookverdrag aan haar laars lapt. Deel 3: "Van Kesteren aan de lijn"

woensdag 03 september 2014

Wereldwijd vallen zes miljoen doden per jaar door roken, 20.000 doden alleen al in Nederland. Roken is een dodelijke verslaving die door alle landen samen bestreden moet worden, vindt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Nu al 179 landen, waaronder Nederland, onderschrijven dat en verenigden zich in een internationaal anti-rookverdrag, de Framework Convention on Tobacco Control (FCTC). Met haar handtekening heeft Nederland onder meer beloofd dat de tabaksbranche geen invloed krijgt op het rookontmoedigingsbeleid. Maar houdt de overheid zich daar wel aan? Deel 3 in de serie over het FCTC-verdrag.
Door de webredactie

"Ik kreeg Van Kesteren van het VNO aan de lijn," berichtte een ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid (VWS) op 5 maart 2010 aan een collega. Met hulp van de Wet openbaarheid van bestuur zijn de documenten in bezit van TabakNee. VNO-NCW-directeur Niek Jan van Kesteren belde over de zorgen van de tabaksfabrikanten die geen zicht hadden op internationale anti-rookmaatregelen die in de maak waren. Ook wisten ze niet wat de inzet en standpunten van het ministerie in de discussie daarover zouden zijn.

Van Kesteren werd gerustgesteld. "Ik heb hem verteld," mailde de ambtenaar aan zijn collega, "dat wij nu juist met die jongens de afspraak hebben gemaakt af en toe om tafel te gaan zitten om de internationale agenda transparant te maken, hun de kans te geven inbreng te leveren en helderheid te krijgen over onze inzet."

Lekkere smaakjes

Concreet gingen de zorgen van de tabaksindustrie over een mogelijk verbod op bepaalde ingrediënten (zoals lekkere smaakjes) van tabak, een thema dat toen actueel was in de Europese Unie. In een volgende interne mail van 5 maart 2010 ging de ambtenaar daarna in op de verdere procedure: "Na het gesprek op 15 januari hebben we een schriftelijke consultatieronde gehouden waarbij de tabaksindustrie een visie/inbreng kon geven op de regulering van tabak ingrediënten. Deze inbreng hebben we ontvangen en ze verwachten nu op korte termijn van ons het NL standpunt. Echter de definitieve teksten van de guidelines [richtlijnen, red.] komen pas in mei/juni beschikbaar. We zullen dan ook pas tegen die tijd ons bezig kunnen gaan houden met het schrijven van een NL-standpunt. Is natuurlijk prima om voor de zomer nog een keer met de tabaksindustrie hierover om tafel te zitten."

Twee dagen later stelt Paul Huijts, Directeur-Generaal Volksgezondheid van het ministerie van VWS, dat het goed is de tabaksindustrie over 'ons tijdpad' in te lichten. De volgende dag licht een medewerker van VWS de tabaksbranche in over de procedure bij de Europese standpunten ten aanzien van artikel 9 en 10 van het FCTC:

"In mei/juni worden als het goed is de documenten openbaar, daarna zal er gewerkt gaan worden aan een gecoördineerd EU-standpunt. Tegen die tijd kom ik dan ook terug met een meer inhoudelijke reactie op jullie consultatiedocumenten. Het lijkt me voor alle partijen goed om te weten dat jullie in die periode weer een reactie van mij over dit onderwerp kunnen verwachten." De correspondentie over dit thema tussen het ministerie en de tabaksfabrikanten (gesteund door VNO-NCW) gaat in het najaar van 2010 verder.

Gelegenheid tot inspraak

Deze documenten laten opnieuw zien dat de Nederlandse overheid een van de belangrijkste bepalingen van het FCTC-verdrag – de tabaksindustrie mag geen invloed uitoefenen op wetgeving en beleid over tabaksontmoediging – aan haar laars lapt. De tabaksindustrie bemoeit zich met regelgeving waarover de politieke discussie nog in volle gang is en het ministerie van Volksgezondheid geeft daar alle gelegenheid toe. Zelfs de hoogste ambtenaar op dit beleidsterrein keurt contacten met de tabaksindustrie goed. Zo krijgt de tabaksindustrie bij diverse gelegenheden feitelijk én vooraf én achter gesloten deuren inspraak bij het ontwikkelen van anti-rookbeleid.

Eerdere artikelen lezen? Klik hier voor deel één en hier voor deel twee.