Proctor over politiek en tabak

vrijdag 27 september 2013

Door tabak te laten associëren met vrijheid, zijn vooral liberale partijen in de val van de industrie getrapt. Dat zegt professor Robert N. Proctor, historicus aan de Stanford University en wereldwijd de grootste autoriteit op het gebied van de geschiedenis van de tabaksindustrie. In deze driedelige serie laat Proctor zijn licht schijnen over een thema. Aflevering 2: Hoe de politiek vatbaar wordt gemaakt voor de lobby van de tabaksindustrie.

"De tabaksindustrie vindt wereldwijd het beste aansluiting bij politieke partijen die zich liberaal noemen," zegt Proctor. "Dat komt doordat het de industrie is gelukt om van een vrij leeg voorwerp als een gerold staafje dat je aansteekt, een product te maken dat wordt geassocieerd met seks, chocola, plezier en het vrije woord. Ze hebben de vrijheid van meningsuiting weten te koppelen aan roken. In de jaren '90 was het de industrie die de Amerikaanse vlaggen, kopieën van de grondwet en pamfletten over de vrijheid van meningsuiting uitdeelde," vervolgt hij. "Daarmee zijn politieke partijen die zich inzetten voor de vrijheid van meningsuiting gevoelig voor hun benadering geworden. Het is een ontzettend slimme zet. Als je er goed over nadenkt is roken juist een beperking van vrijheid, omdat het verslavend is en een verslaafde er dus alles aan moet doen om die verslaving in stand te houden. Het maakt je ziek en je kunt er uiteindelijk aan overlijden. Een grotere beperking van je vrijheid bestaat niet."

Weggezet als betuttelaars

De koppeling aan vrijheid is daarnaast zo slim, omdat ze het daarmee altijd winnen van de antitabakslobby, zegt Proctor. "Organisaties die tegen tabak zijn gebruiken 'een langer leven' als argument om mensen te motiveren niet te roken. Maar vrijheid wint het altijd van een langer leven. Wie wil er immers oud worden in slavernij? Daarnaast blijkt uit interne documenten dat ze hun best doen om de antitabakslobby belachelijk te maken als het gaat om dingen te verbieden Een verbod gaat immers tegen 'vrijheid' in. Ze worden weggezet als betuttelaars: 'Eerst komen ze aan je sigaretten, dan aan je alcohol en daarna gaan ze je vertellen wat je wel en niet de in slaapkamer mag doen'. Het leidt af van wat tabak aan ellende veroorzaakt. Terwijl, als er nu een product op de markt zou komen waaraan alleen al in de Verenigde Staten 450.000 mensen per jaar overlijden, zou het per direct verboden worden en uit de handel worden gehaald."

Tabak ontzien van regelgeving

De tabaksindustrie houdt erg van, wat Proctor noemt, het "vrije markt fundamentalisme", een heilig geloof in de vrije markt. "De industrie omarmt partijen die tegen regelgeving zijn. Het is voor haar belangrijk om de politiek actief te blijven beïnvloeden," zegt hij. "Ik ken de Amerikaanse situatie het beste. Wij hadden hier het door de industrie opgerichte Tobacco Institute. Als je op het dak van dit instituut stond, kon je een steen gooien en het Witte Huis raken. Er was een comité van zes advocaten die de gezondheids- en rookstrategie bepaalden en zij hadden directe toegang tot het Witte Huis. Ze werkten heel nauw samen met senatoren en Congresleden. Zo konden ze wetsvoorstellen en wetten manipuleren. In de Verenigde Staten is het ze zelfs gelukt om zelf wetten te schrijven."

Door hun invloed, vervolgt Proctor, heeft tabak lang de dans kunnen ontspringen als er nieuwe regelgeving werd gemaakt op het gebied van gezondheid en veiligheid. Proctor geeft een voorbeeld: "In 1973 werd de Consumer Product Safety Commission opgericht, die zich zou richten op regelgeving over hoe ontvlambaar producten als kinderpyjama's, sofa's enzovoort mochten zijn. Maar die commissie liet sigaretten volledig buiten beschouwing, terwijl ze nota bene een stof bevatten die ze brandend houden. Als je een brandende sigaret weggooit, blijft hij smeulen en kan een brand veroorzaken. Ieder jaar gaan er in Amerika 600 mensen dood aan brand veroorzaakt door sigaretten. Het is de grootste oorzaak van brand."

Organisaties van kunstgras

Beïnvloeding van de politiek gebeurt meestal 'top down', besluit Proctor. Hij legt uit: "Dus door machtige invloedrijke mensen in te lijven bij hun bedrijf. De industrie is er minder goed in om grass roots organisaties op te bouwen. Dat zijn organisaties die vanuit de bevolking ontstaan, zoals gras dat spontaan uit de bodem groeit, in plaats van iemand die het in de bodem plant. Die organisaties hebben vaak het doel om actie te voeren. Dat de tabaksindustrie daar weinig mee kan, komt doordat de meerderheid van de rokers helemaal niet blij is met hun verslaving. Zij willen zich dus niet inzetten voor de industrie. Wel probeert de industrie, door op plaatselijk niveau hun mensen politiek actief te laten zijn, vanuit die regionen een positief geluid voor de industrie te laten klinken. Ook worden er, wat we astro turf (kunstgras-)organisaties noemen, opgericht, nepgroeperingen die zogenaamd spontaan zijn ontstaan. Zij worden door de industrie gefinancierd en komen over alsof ze vanuit de gewone man zijn opgezet.

Het belangrijkste voor de industrie blijft echter het binnenhalen van mensen op machtige posities. In Amerika storten zij bijvoorbeeld geld in campagnekassen. Zodat de industrie haar machtige positie zo lang mogelijk in stand kan houden."

Over professor Robert N. Proctor

Professor Robert N. Proctor, historicus aan de Stanford University, besteedde dertig jaar van zijn leven aan het bestuderen van de tabaksindustrie en van de technieken die zij heeft toegepast om roken tot een maatschappelijk geaccepteerde gewoonte te laten uitgroeien. Hij schreef er het boek Golden Holocaust over, een vuistdikke, goed gedocumenteerde analyse die onder meer gebaseerd is op bestudering van honderdduizenden interne documenten van de tabaksindustrie.

Voorbeelden in Nederland

Voorbeelden van politici in Nederland die geloven dat roken met vrijheid heeft te maken, zijn Edith Schippers, Arno Rutte en Anne Mulder.

Machtige mensen die door Philip Morris zijn ingelijfd door ze commissaris te maken zijn Elco Brinkman en Irene Asscher-Vonk. Hans Hillen tenslotte liet zich inhuren als adviseur voor British American Tobacco.

Om de eerste aflevering te lezen, Proctor over de oud-nieuwsstrategie, klik hier.