Stichting Philip Morris Impact is lang niet zo onafhankelijk als ze zich voordoet

Dossier: De geldpotten van Philip Morris

woensdag 20 december 2017

Philip Morris financiert met 100 miljoen dollar de naar eigen zeggen onafhankelijke stichting PMI Impact, die onderzoek subsidieert naar illegale handel. Maar de leden van het Expert Panel die de aanvragen beoordelen worden door Philip Morris betaald en bij de eerste ronde toekenningen bleek een derde van de begunstigde organisaties banden te hebben met de tabaksindustrie. Inmiddels wordt er internationaal gewaarschuwd voor het aannemen van geld van PMI Impact. Ook in Nederland is een hoogleraar voor het tabaksgeld door de knieën gegaan.

Door Ivo van Woerden

“PMI Impact is een wereldwijd initiatief om publieke, private en non-gouvernementele organisaties te ondersteunen om projecten rond illegale handel en aanverwante criminaliteit te ontwikkelen en te implementeren,” staat in een ronkende brochure.
Philip Morris International (PMI) kende in 2016 100 miljoen euro toe aan deze door haarzelf opgerichte en naar haar vernoemde stichting, die illegale (tabaks)handel moet gaan bestrijden. Organisaties die een onderzoek, idee of project hebben waarmee alle soorten illegale handel bestreden kan worden, kunnen een voorstel indienen bij deze stichting om subsidie toegewezen te krijgen.

Global Compact Panel

’s Werelds bekendste sigarettenfabrikant sloeg zichzelf met de oprichting van PMI Impact flink op de borst. Philip Morris was in 2016 nog lid van het Global Compact Panel van de Verenigde Naties (UNGC), dat door de VN is opgericht om bedrijven en multinationals te betrekken bij het bewerkstelligen van haar doelen voor een betere wereld. “Een ander aandachtsgebied is de strijd tegen illegale sigarettenhandel, die aanzet tot een breed scala aan criminaliteit en overheden haar essentiële inkomen ontneemt (over gesmokkelde sigaretten wordt doorgaans geen of een lagere accijns betaald, waardoor overheden inkomsten mislopen – red.),” schrijft Philip Morris in een tussenverslag over hoe zij de doelen van de Verenigde Naties probeert te bewerkstelligen. “In 2016 lanceerden we PMI Impact, een wereldwijd initiatief dat wordt bewaakt door onafhankelijke experts om initiatieven van derde partijen te sponsoren om illegale tabakssmokkel en aanverwante criminaliteit te bevrijden – een onderwerp dat blijvend een zorg is voor ons bedrijf en voor de maatschappij.”

Inmiddels is Philip Morris uit het Global Compact Panel gezet. De Verenigde Naties hebben besloten om tabak op de zwarte lijst (waar o.a. ook wapenhandelaren op staan) te zetten omdat er jaarlijks wereldwijd meer dan zes miljoen mensen sterven aan de gevolgen van het roken van tabak.

Vraagtekens

Het klinkt natuurlijk mooi: de tabaksindustrie wil onderdeel zijn van een oplossing om illegale handel tegen te gaan en tast daarvoor diep in de buidel. Maar wie de geschiedenis van de tabaksindustrie kent, moet vraagtekens plaatsen bij al die goede bedoelingen.
De tabaksindustrie financiert al decennia lang onderzoek om vervolgens de resultaten in hun eigen voordeel te gebruiken. Zo weten ze sinds de jaren ’50 met zelf gefinancierd onderzoek twijfel te zaaien over de gezondheidsgevaren van roken en meeroken, terwijl allang wetenschappelijk was vastgesteld dat roken kankerverwekkend is. Het boek Merchants of Doubt laat haarfijn zien hoe de tabaksindustrie met die strategie tijd kon kopen om anti-rookmaatregelen verder te ondermijnen en roken flink onder het grote publiek te promoten om zoveel mogelijk mensen verslaafd te krijgen.

Waarschuwing

De twijfel-zaai-strategie werd vooral toegepast om gezondheidsschade te bagatelliseren. PMI Impact werd opgericht om onderzoek te doen naar illegale handel. Dat lijken twee hele verschillende onderwerpen. Toch waarschuwt de Canadese denktank en overheidsadviseur The Canadian International Council (CIC) ook voor onderzoek naar illegale tabakshandel dat door de tabaksindustrie wordt gefinancierd. Het CIC gebruikt PMI Impact als voorbeeld: “Onderzoekers op het gebied van terrorisme en andere vormen van criminaliteit zouden afstand moeten bewaren van financiering door de tabaksindustrie. Tabaksmultinationals hebben een geschiedenis met het financieren en subsidiëren van onderzoek dat hun eigen belang dient en dat ingaat tegen handhaving, de volksgezondheid en sociale en economische vooruitgang.”

Gemanipuleerd

Eerder heeft de industrie inderdaad onderzoek-data over illegale handel naar haar hand gezet en gemanipuleerd, zo blijkt uit in het wetenschappelijke tijdschrift Tobacco Control gepubliceerde research. 

Volgens het CIC financiert de tabaksindustrie extern onderzoek naar illegale handel om drie redenen:
“In de eerste plaats om af te leiden van belangrijkere zaken, zoals de rol die de tabaksindustrie zelf in illegale tabakssmokkel heeft gespeeld.” In 2004 schikte de industrie bijvoorbeeld een rechtszaak met de Europese Unie, waarin zij beticht werd van medeplichtigheid aan tabaksmokkel. De industrie werd ervan verdacht de belasting te ontduiken en de consumptie van sigaretten te bevorderen. Ook de Universiteit van York stelde dat vast. De gedachte achter de handelswijze van de tabaksindustrie: hoe meer goedkope waar er op de markt is, hoe lager de drempel voor mensen om te roken.

Het CIC voert als tweede reden aan dat de industrie met het financieren van onderzoek controle houdt op de discussie rond illegale handel. Zo kunnen zij beleidsmakers blijven beïnvloeden. Ook daar zijn wetenschappelijke bewijzen voor.

Ten derde kan de industrie zichzelf volgens het CIC een nieuw én beter imago aanmeten door dit soort onderzoek te financieren: zij tonen daarmee het beste voor te hebben met de wereld en worden een belangrijke gesprekspartner in het debat. Met andere woorden: de industrie probeert de regeringen te verleiden met haar samen te werken.

Contact beperken

Overheden moeten, houdens internationale afspraken, het contact met de tabaksindustrie tot het uiterste beperken. Richtlijn hierbij is het anti-rookverdrag FCTC, dat door meer dan 180 landen (waaronder Nederland en de EU) is ondertekend.
In artikel 5.3 van deze richtlijn staat dat overheden de tabaksindustrie op afstand moet houden als ze anti-rookbeleid maakt, omdat de industrie een ander belang heeft dan de volksgezondheid. In hetzelfde verdrag staat onder artikel 15 overigens dat ‘het bestrijden van illegale tabakshandel’ tot anti-rookbeleid wordt gerekend. Daarom mogen overheden ook als het over smokkel gaat niet met de tabaksindustrie om tafel zitten, hoe hard die ook haar best doet om zich voor te doen als belangrijke gesprekspartner.

Extern is onafhankelijk?

Met onafhankelijk, evidence based en peer reviewed onderzoek hoopt PMI Impact toegang tot het debat te kunnen krijgen. Om die reden neemt PMI geen wetenschappers in dienst die onderzoek doen onder de vlag van de tabaksfabrikant zelf. Ze stelt ‘slechts’ geld ter beschikking, zodat andere organisaties ermee aan de slag kunnen gaan. Extern onderzoek is onafhankelijk onderzoek, suggereert PMI daarmee.

Dat is echter niet zonneklaar. “Extern gefinancierd onderzoek kan juist belangenverstrengeling in de hand werken,” staat in de ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling’ van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Omdat op veel terreinen niet of nauwelijks publiek geld beschikbaar is, komt het vaker voor dat een bedrijf onderzoek financiert. “Toch bestaat de mogelijkheid dat een dergelijke relatie een wetenschapper meer ontvankelijk maakt voor de belangen van de financier van het onderzoek,” schrijft de KNAW. “Daarom moet altijd het risico in het oog gehouden worden dat deze vorm van afhankelijkheid een wetenschapper kwetsbaar kan maken voor belangenverstrengeling.” De KNAW heeft dan ook een gedragscode voor wetenschappers opgesteld.

Zeer bedenkelijk

Een van de projectvoorstellen die geld van PMI Impact heeft gekregen, komt van prof. Vervaele van de Universiteit van Utrecht. Hij kreeg 360.000 euro toegekend voor onderzoek naar verbetering van de handhaving op illegale tabakshandel.
Dat Vervaele dat onderzoek met tabaksgeld gaat doen, heeft binnen de Universiteit Utrecht tot flinke discussies geleid. Aanvankelijk werd zijn idee om subsidie bij PMI Impact aan te vragen afgewezen, maar daarna wist Vervaele het College van Bestuur alsnog te overtuigen

Prof. Hans Clevers, voormalig president van de KNAW en hoogleraar Moleculaire genetica aan de Universiteit Utrecht, verklaart aan TabakNee dat het zeer bedenkelijk is dat de Raad van Bestuur van de Universiteit heeft ingestemd met de tabakssponsoring van dit onderzoek. De richtlijn van de KNAW doet vermoeden dat ‘wie betaalt, bepaalt’ hier op de loer ligt en dat er mogelijk druk kan worden uitgeoefend om onderzoeksresultaten anders op te schrijven. Zo kan dit onderzoek naar hun hand worden gezet, bijvoorbeeld om in hun lobby te gebruiken.

Vervaele liet in gesprek met de Groene Amsterdammer weten zelf ook de bezwaren van een subsidie van de tabaksindustrie in te zien. Hij zegt echter bedongen te hebben dat hij zijn onderzoek in alle openheid kan uitvoeren en de resultaten, of die de industrie nou uitkomen of niet, gewoon kan publiceren. Vervaele tegen De Groene: ‘Zij zeggen dat de accijnzen te hoog zijn. Of ze dit onderzoek gaan gebruiken om te betogen dat die accijnzen illegale handel in de hand werken weet ik niet. Als ze in het openbaar oneigenlijk omgaan met de resultaten, dan kan ik daar in elk geval op reageren.’
Vervaele denkt dus genoeg bestand te zijn tegen de mogelijke druk van de sigarettenfabrikant om de resultaten aan te passen. 

Onafhankelijkheid

Om de onafhankelijkheid van haar stichting te bewaken heeft PMI Impact een aantal stappen gezet. “Het hart van PMI Impact bestaat uit een panel van externe onafhankelijke experts op het gebied van rechten, anti-corruptie en de strijd tegen de georganiseerde misdaad en illegale handel. Deze raad evalueert de projecten en selecteert de inzendingen die een schenking krijgen van Philip Morris,” schrijft PMI Impact op haar website.
Ook is er een clausule opgesteld die er zorg voor moet dragen dat er geen belangenverstrengeling bij de experts plaatsvindt als zij de ingezonden projecten beoordelen, schrijft PMI Impact op de eigen website.

Volgens de clausule moeten experts zelf nagaan of ze toevallig een relatie tot de partij hebben die een projectvoorstel hebben ingediend. Zo ja, dn moeten zij dat zelf melden bij de secretaris van het panel. Die gaat daarna de discussie aan om te zien of er daadwerkelijk sprake is van belangenverstrengeling. De secretaris overlegt ook met personeel van de afdeling PMI Compliance, die de eventuele belangenverstrengeling moet beoordelen. In het uiterste geval zal de expert zich terugtrekken.

Transparantie

“Het is opmerkelijk te noemen dat de partij met de grootste belangen (Philip Morris – red.) moet beslissen over belangenverstrengeling,” zegt filosoof en ethicus Dr. Marcel Becker van de Radboud Universiteit. Het is bovendien volstrekt onduidelijk welke procedure de medewerkers van Philip Morris Compliance volgen als er een melding van mogelijke belangenverstrengeling wordt gemaakt. Waarom wordt dat niet door een onafhankelijk iemand gedaan?
Er wordt in de clausule ook geen melding gemaakt van transparantie mocht een eventuele belangenverstrengeling de kop opsteken, wat doorgaans wél het advies is.“Transparantie houdt in dat ten eerste inzichtelijke registratie van relaties en belangen van beoogde commissieleden plaatsvindt en dat ten tweede inzichtelijke procedures bestaan met betrekking tot de wijze waarop met de geregistreerde gegevens wordt omgegaan,” schrijft de KNAW in haar code.
Deze organisatiestructuur lijkt afwezig bij PMI Impact. Desgevraagd verwijst Philip Morris alleen maar terug naar haar eigen clausules. ‘Transparantie’ komt daar niet in voor.

Expert Panel

Het Expert Panel bestaat uit mensen van naam en faam: Susan Hayden, voormalig aanklager bij het Amerikaanse Hof en expert op het gebied van het witwassen van geld; Alain Juillet, voormalig hoofd van de Franse variant van de FIOD; Paul Makin, voormalig vertegenwoordiger van de UN Industrial Development Organisation; Luis Moreno O’Campo, voormalig hoofdaanklager van het International Criminal Court; Navi Pillay, Voormalig UN High Commissioner for Human Rights en Jürgen Storbeck, voormalig directeur van Europol. Tot 25 september 2017 (die dag overleed hij) maakte Mahmoud Cherif Bassiouni ook deel uit van het panel. Hij was emeritus professor in de rechten aan de Amerikaanse DePaul University.

“Ik dacht eerst: ‘tabak’?!” zegt Navi Pillay, oud Hoog-Commissaris bij de VN voor mensenrechten, over het moment dat het verzoek binnenkwam om zitting te nemen in het Expert Panel van PMI Impact. Ze staat met een glaasje witte wijn in de hal tijdens de Conferentie over Illegale Handel die eind september door The Financial Times en PMI Impact samen werd georganiseerd in London.  De tabaksindustrie, waaronder ook Philip Morris, is er regelmatig van beticht dat er kinderarbeid in haar productieketens voorkomt. In 2010 gaf Philip Morris volgens een artikel in The Independent nog toe dat er inderdaad gebruik was gemaakt van kinderarbeid op plantages in Kazachstan. “Maar ik besloot om het toch te doen,” zegt Pillay. “Omdat de stem van de mensenrechten nog ontbrak in het panel. En ik ben er erg voor om onderzoek te stimuleren.”

Pillay (76) is van oorsprong Zuid-Afrikaans en heeft een uitzonderlijke cv. Ze werd door Nelson Mandela aangesteld als eerste niet-blanke rechter in Zuid-Afrika, werd president van het hof tijdens het Rwanda Tribunaal, werd later rechter bij het Internationale Strafhof en werd door Ban Ki-Moon aangesteld als Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties.
Ze is net toegetreden tot het expert panel van PMI Impact en de conferentie is het eerste evenement dat ze in die hoedanigheid bijwoont. “Het kost ongeveer drie volle weken om alle aanvragen te lezen,” zegt ze.

Betaald

“Wordt u betaald voor uw tijd?” vraagt TabakNee aan haar op de conferentie. Pillay: “Nee, alles wat ik doe is service. Het is extra, ik doe het omdat ik de noodzaak ervan inzie.”
Maar welhaast tegelijkertijd staat even verderop Christian Swan, Philip Morris Director External Engagement, te praten met journalisten van het televisieprogramma Radar Extra. Ze namen het gesprek op en hebben de opname met TabakNee gedeeld. Op de vraag of het Expert Panel betaald wordt voor hun werk, antwoordt hij: “Absoluut”. En: “Het zijn professionals, ze brengen het werk dat ze doen bij ons in rekening, maar dat betekent niet dat ze, weet je wel…? Radar-journalist: “…onafhankelijk zouden zijn?”
Swan: “Daar kun je over discussiëren. In de eerste fase vroegen wij: willen jullie betaald worden? En ze zeiden: “Maar natuurlijk, we zijn professionals en dit een bedrijf dus het zou oneerlijk zijn als…”Radar Journalist: “Dus PMI betaalt het Expert Panel?”
Swan: “Absoluut. Voor het werk en de uren.” En daarna: “We hebben goed nagedacht over deze benadering. Wat is in die zin een goede compensatie? Zeg je dat je 200 dollar per dag zult betalen. Als je erover nadenkt is dat als je dat in ontwikkelingslanden ontvangt een groot bedrag. Maar tegelijkertijd als je om de ondersteuning van een consultant of advocaat in de Verenigde Staten vraagt, dan kost dat 10.000 dollar per dag. Dus wat is een goede balans?”

Wat de leden van het Expert Panel precies betaald krijgen, wil Swan niet vertellen. Maar dát ze betaald krijgen voor hun tijd en werk, bevestigt hij dus wel.
Als we Pillay nogmaals per mail vragen of ze een vergoeding krijgt voor haar deelname aan het Expert Panel, verwijst ze door naar Philip Morris voor een antwoord. Een woordvoerder zegt dat het panel: “Een dagelijkse vergoeding krijgen voor de dagen die ze bezig zijn met zaken rond het Expert Panel, naast een redelijke vergoeding voor reis- en verblijfskosten.” Ook zegt hij dat de leden van het panel allemaal even veel betaald krijgen.

Doet betaling af aan onafhankelijkheid?

De vraag is of het feit dat de panelleden betaald krijgen iets afdoet aan de onafhankelijkheid van het panel. “Je kunt zeggen dat als je iemand geld geeft, je hen tijd geeft om hun werk goed te doen,” zegt ethicus dr Marcel Becker hierop. “Tegelijkertijd creëer je een afhankelijkheid waarvan in de praktijk blijkt dat het misgaat.”
Ook de KNAW wijst ‘persoonlijke financiële belangen’ aan als boosdoener als het gaat om belangenverstrengeling. Zoals eerder gezegd bestaat het gevaar dat degene die betaalt, bepaalt. Dat Philip Morris bijvoorbeeld tegen de experts zegt: “onze voorkeur gaat uit naar deze en deze onderzoeksprojecten” of “als je die projecten niet uitkiest, dan zoeken we wel iemand anders.”

Ondersteunde projecten

Hoe zit het met de projecten die gefinancierd zijn door PMI Impact? Bij de eerste ronde werden 32 projecten ondersteund uit achttien landen (zeventien Europese landen en de Verenigde Staten), waarmee 28 miljoen dollar was gemoeid.
Uit onderzoek van Tobacco Tactics (een Britse website die is gelieerd aan de University of Bath, waar voortdurend onderzoek wordt gedaan naar de tabaksindustrie) blijkt dat dertien van de tweeendertig instanties die subsidie hebben gekregen, eerder banden met de tabaksindustrie hadden. Transcrime is één van de organisaties die geld kreeg. Het bedrijf kon al vaker op onderzoek subsidie van de tabaksindustrie rekenen. Oprichter Ernesto Savona was bij de door PMI Impact en The Financial Times georganiseerde conferentie over illegale handel om een door hem geschreven boek te presenteren. Hij vertelde tijdens de presentatie dat het boek mede was gefinancierd door Philip Morris.

Ook onderzoeksgroep Globsec kon op geld van PMI Impact rekenen. In September 2017 hadden zij Philip Morris Slowakije nog op hun lijst van geldschieters staan, schrijft Tobacco Tactics. Globsec wil een database maken om illegale handel in kaart te brengen en wil daarvoor ook met een team in Nederland samenwerken, laat een van de medewerkers aan TabakNee per mail weten. Welk team dat is wil men nog niet onthullen.

KPMG, het consultancy kantoor dat een innige band heeft met de tabaksindustrie, kon ook op subsidie van PMI Impact rekenen. Het bedrijf voert jaarlijks een pseudowetenschappelijk onderzoek uit naar tabaksmokkel. Dit onderzoek is lang gefinancierd door de tabaksindustrie en sinds vorig jaar door het Royal United Services Institute for Defence and Security Studies (RUSI), dat ook weer giften ontvangt van de tabaksindustrie. Datzelfde RUSI mocht zich nu ook gelukkig prijzen met een bijdrage van PMI Impact voor een onderzoek naar illegale handel.

Belangenverstrengeling?

Het Siracusa International Institute kon ook PMI Impact geld op haar rekening bijschrijven voor een onderzoek. Tijdens het toekennen van het projectgeld was Mahmoud Cherif Bassiouni zowel lid van het Expert Panel van PMI Impact als Honorary President van het Siracusa International Institute. Of hij dat volgens de vastgestelde procedure bij de secretaris van het Expert Panel heeft gemeld als belangenverstrengeling is onduidelijk, omdat er geen transparantie over dat soort zaken op de website van PMI Impact is. Desgevraagd zegt Philip Morris alleen dat de procedure rond belangenverstrengeling in alle gevallen goed is doorlopen. Die verklaring bevestigt noch ontkent dat Bassiouni aan de bel heeft getrokken.

Rookgordijn

Al met al ontstaat een beeld van een stichting die over zichzelf blijft zeggen onafhankelijk te zijn, maar die de schijn van belangenverstrengeling over zich heeft hangen: leden van het Expert Panel worden betaald door Philip Morris en een keur aan organisaties die het eerder al goed met de tabaksindustrie kon vinden hebben geld ontvangen om nieuw onderzoek te kunnen gaan doen.

Florence Berteletti, Europees lobbydeskundige en voorzitter van The Smoke Free Partnership in Brussel, noemde in de tweede aflevering van de Radar Extra-uitzending Waar Rook is...de macht van de tabaksindustrie PMI Impact een “rookgordijn” van Philip Morris. Berteletti: “Het is opgericht om ons te doen geloven dat ze tegen misdaad en corruptie zijn, terwijl zij zelf juist betrokken zijn geweest bij die misdaad en corruptie. Het is een manier om wat ze in het verleden hebben gedaan, goed te praten.”

 

tags:  antirookbeleid | illegale smokkel | onderzoek | philip morris | smokkel