Tabaksbranche blijft vasthouden aan ondeugdelijke meetmethode voor schadelijke stoffen in sigaretten

dinsdag 07 augustus 2018

OPINIE

De tabaksindustrie heeft met een persbericht verbolgen gereageerd op het handhavingsverzoek waarmee de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is opgeroepen de Tabakswet te handhaven, waardoor alle sigaretten uit de winkelschappen zouden moeten verdwijnen omdat ze volgens een ‘nieuwe’ meetmethode veel giftiger blijken dan wettelijk is toegestaan. 

Door Frits van Dam

De Vereniging Nederlandse Sigaretten- en Kerftabakfabrikanten (VSK) die alle grote in Nederland opererende tabaksfabrikanten (behalve Philip Morris) vertegenwoordigt, heeft verbolgen gereageerd op het handhavingsverzoek dat op initiatief van de Stichting Rookpreventie Jeugd door advocaten Bénédicte Ficq en Phon van den Biezen namens een persoon (Annemarie van der Veen) en een hele trits organisaties is ingediend. Met het verzoek roepen de advocaten de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op om haar wettelijke rol van handhaver van de Tabakswet waar te maken. Sigaretten mogen namelijk volgens de wet maar een bepaalde maximale hoeveelheid aan giftige stoffen als teer, nicotine en koolmonoxide bevatten, maar uit een nieuw onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt ondubbelzinnig dat die hoeveelheden fors worden overschreden en dat sigaretten dus veel giftiger zijn dan wettelijk is toegestaan.

Canadian Intense

Het RIVM kwam tot deze conclusie door een meetmethode te gebruiken, de Canadian Intense-methode, die de wijze van roken beter nabootst dan de methode die nu wettelijk (vanuit Europa) is voorgeschreven, de ISO-methode. De tabaksindustrie heeft bij invoering en opstelling van de ISO-methode een dikke vinger in de pap gehad en manipuleert de uitslag van de metingen zodat de waardes precies onder de wettelijke normen vallen. Doordat de industrie met de uitkomsten van de meetmethode sjoemelt, wordt er van ‘sjoemelsigaretten’ gesproken.

Femke Halsema

Deze week werd bekend dat ook burgemeester Femke Halsema zich namens de gemeente Amsterdam bij het handhavingsverzoek heeft gevoegd. De gemeente Amsterdam vindt dat de NVWA de Tabakswet moet handhaven en alle sigaretten die niet aan de wettelijke eisen voldoen, uit de schappen moet halen.
De VSK reageerde als door een wesp gestoken en liet in een persbericht blijken dat Halsema volgens hen voorbij gaat aan het feit dat alle sigaretten die in Nederland op de markt worden gebracht voldoen aan de wettelijke eisen. De VSK wijst het onderzoek van het RIVM af omdat die nu een meetmethode gebruikte die niet wettelijk voorgeschreven is. Ook zegt de VSK dat de door het RIVM gebruikte Canadese methode niet beter is dan de huidige meetmethode.

Werkelijke blootstelling

Topman Peter van Driest van Philip Morris formuleerde het in Trouw als volgt: de EU-meetmethode “(is) nooit opgezet om ‘de werkelijke blootstelling’ van rokers aan teer, nicotine en koolmonoxide te meten. “De methode is bedoeld om vergelijkingen te kunnen maken tussen sigarettenmerken die op een identieke manier gerookt worden.”
Tabakslobbyist Jan Hein Sträter, directeur bij VSK, zegt in het persbericht dat de gemeente Amsterdam zich publicitair voor een karretje laat spannen. “Sigaretten voldoen aan alle wettelijke eisen, daarom is dit handhavingsverzoek volstrekt zinloos.” Ook claimt de VSK dat de ‘sjoemelsigaret’ niet bestaat.

Rookgordijn

Joop Bouma, onderzoeksjournalist bij Trouw, doet al jaren onderzoek naar het reilen en zeilen van de tabaksindustrie in Nederland en schreef er het boek Het Rookgordijn (2003) over waarin hij het sjoemelen van de industrie al uit de doeken deed. In een analyse in Trouw schrijft hij op 4 augustus 2018: “In de Tabakswet staat dat sigaretten maximaal 10 milligram teer, 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide mogen bevatten. De maximale waarden uit de Europese tabaksrichtlijn zijn in de Tabakswet opgenomen als onderdeel van het Nederlandse tabaksontmoedigingsbeleid.”

Volgens Bouma houdt de tabaksindustrie de gemeten waarden van schadeveroorzakende stoffen in tabak al decennia keurig binnen de wettelijke EU-norm, “domweg omdat de industrie de architect is van de Europese meetmethode en iedere denkbare uitkomst kan voorspellen. Door gaatjes in het filterpapier wordt er bij de rooktest 'schone' lucht aangezogen. Door die kunstmatige verdunning van tabaksrook worden uitsluitend de gehalten gemeten die de fabrikant wenst. Maar rokers dekken de gaatjes af met hun vingers en lippen.”

Ondeugdelijk

Bouma verwijst naar het RIVM-onderzoek waarbij die filtergaatjes via de Canadese meetmethode werden afgeplakt en waaruit bleek “dat er tot 20 keer meer teer in tabaksrook zit, dan wat de fabrikanten beweren op grond van de EU-testmethode. Voor nicotine en koolmonoxide is het beeld niet anders.” 
Inderdaad, stelt Bouma, je kunt het gedrag van een roker nooit exact machinaal nabootsen. “Maar de huidige methode is ondeugdelijk, de uitkomst staat ver af van wat de roker binnenkrijgt. Ook dat werd in 1987 al geconstateerd door de voorloper van het huidige voedsel- en warenautoriteit NVWA.”

Gewetensvraag

Nu vragen één zieke roker en een hele trits organisaties van artsen en zorgprofessionals aan de NVWA om de Tabakswet te handhaven. Bouma: “Dat stelt de toezichthouder voor een gewetensvraag. De misleidende meetmethode ligt vast in een Europese richtlijn, die Nederland heeft te eerbiedigen. Eurocommissaris Vytenis Andriukaitis (volksgezondheid) heeft Nederland laten weten dat er pas in 2021 naar de EU-tabaksrichtlijn wordt gekeken. Maar, moet je een loze regel maar eindeloos blijven volgen?”

Gezondheid van de roker

De tabaksindustrie doet alsof er alleen gemeten wordt om sigaretten onderling te kunnen vergelijken, maar uit de analyse van Bouma in Trouw blijkt juist dat de wetgever altijd de gezondheid van de roker voor ogen had bij het begrenzen van de emissiewaarden. Bouma: “Tabaksfabrikanten wísten heel goed dat de vermeldingen niets betekenden. De overheid trouwens ook. Staatssecretaris Simons constateerde al in 1991 dat er sigaretten op de markt waren die 'feitelijk méér teer en nicotine bevatten' dan op de verpakking stond. ‘De methode om teer- en nicotinegehalte vast te stellen, geeft hier een onjuiste uitslag’, schreef hij de Kamer, 27 jaar geleden inmiddels. Tien jaar later, in januari 2002, stelde minister van VWS Els Borst (D66) in een toelichting op het Aanduidingenbesluit tabaksproducten dat 'uit oogpunt van schadebeperking het teergehalte van tabaksproducten zo laag mogelijk moet worden gehouden'. Dát is de ratio van de metingen van teer, nicotine en koolmonoxide in tabak: schadebeperking.”

Op haar wenken bediend

Nadat hij de resultaten van het RIVM-onderzoek had gelezen vatte Staatssecretaris Blokhuis dit jaar nog maar eens op niet misverstane wijze het standpunt van de overheid samen: “Eerlijk gezegd ben ik alsnog van deze harde feiten geschrokken. Dat rokers eigenlijk bij alle sigaretten veel meer gif binnen krijgen dan ze wordt voorgehouden - van 2 tot 26 keer meer - is zeer zorgelijk. Ik ben al in gesprek met Europese collega’s en de Eurocommissaris om sigaretten zonder gesjoemel te meten. Da’s een proces van lange adem maar ik ga er vol mee door.”

De VSK stelt in haar persbericht dat het aan de overheid is om te bepalen welke methode het beste is en dat ze zich daarnaar zal voegen. Het RIVM heeft daar uitsluitsel over gegeven: de beste methode is niet de ISO-methode van de tabaksindustrie, die een ernstige onderschatting geeft van wat een roker naar binnen krijgt, maar de veel eerlijkere Canadian Intens methode.  

tags:  nvwa | onderzoek | rivm | sjoemelsigaret | sjoemelsigaretten | tabaksindustrie