Wanneer komt er een boycot voor tabaksfabrikanten die met kinderarbeid werken?

Wetgeving in Nederland komt niet van de grond

woensdag 18 juli 2018

OPINIE

Tabaksfabrikanten maken gebruik van kinderarbeid. Niet alleen in de derde wereld maar ook in de Verenigde Staten, waar kinderen (soms zelfs al vanaf zeven jaar oud) op tabaksplantages meewerken. Dat gaat in tegen de universele rechten van het kind. Waarom boycotten we de fabrikanten niet die van kinderarbeid gebruik maken?

Door Frits van Dam

In de Verenigde Staten kunnen jongeren onder de achttien jaar (op sommige plekken zelfs onder de 21 jaar) geen tabak kopen. Deze maatregel moet hen beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen van tabaksgebruik. Maar ironisch genoeg worden jongeren wel te werk gesteld op tabaksplantages. Uit een reportage van de NPR blijkt dat kinderen van soms pas zeven jaar oud op tabaksplantages werken en in contact komen met de giftige tabaksplanten.

Waardevol product

Tabak blijkt voor de staat North-Carolina een van de meest waardevolle producten te zijn. Jaarlijks wordt er voor zo’n 725 miljoen Amerikaanse dollar (omgerekend meer dan 619 miljoen euro) omgezet. De Amerikaanse wetgeving staat toe dat kinderen van twaalf jaar en ouder mogen worden ingehuurd voor werk op tabaksplantages, ongeacht de grootte van die plantages. Er zit geen leeftijdslimiet op het inzetten van kinderen in familie- of kleinere bedrijven. Uit de NPR-reportage blijkt dat kleine familiebedrijven hun eigen kinderen, sommige pas zeven jaar oud, of de kinderen van de buren laten meewerken. Deze ‘traditie’ bestaat al decennialang, zo gaat dat in die gemeenschappen.

Bijwerkingen

Uit onderzoek van Human Rights Watch uit 2015 blijkt dat kinderen die in North Carolina op tabaksplantages werkten, last hadden van allerlei bijwerkingen van het omgaan met tabaksplanten. Ze waren misselijk, duizelig, moesten overgeven, hadden hoofdpijn, ademhalingsproblemen en last van huiduitslag. Het is bekend dat mensen die met tabaksplanten werken de ‘groene tabaksziekte’ kunnen ontwikkelen, een gevolg van het onbeschermd omgaan met tabaksplanten waardoor nicotinevergiftiging ontstaat. Kinderen dragen bijvoorbeel geen handschoenen als ze de tabaksbladeren afscheuren, waardoor hun huid in contact komt met de stof met alle rampzalige gevolgen van dien.

Beleid aangepast

Tabaksfabrikanten zeggen dat ze hun beleid hebben aangepast waardoor er geen kinderarbeid meer plaatsvindt. Maar omdat er weinig tot geen handhaving plaatsvindt, blijven kinderen toch ingezet worden. Lokale gezondheidsprofessionals in North-Carolina eisen daarom striktere regels én handhaving zodat kinderen beschermd worden tegen de gevaren van het omgaan met tabak. Het is vreemd dat die regels er nog niet zijn. In de Universele verklaring van de rechten van het kind staat immers duidelijk (artikel 4) dat een kind “het recht heeft op te groeien en zich te ontwikkelen in een gezonde omgeving.” Dat geldt niet alleen voor kinderen in het rijke westen. Uit een inventarisatie van het US Department of Labour blijkt dat er zeventien landen zijn waar kinderarbeid wordt ingezet op tabaksplantages: van Kazachstan tot Malawi.

Stichting

Tabaksfabrikanten richtten in 2000 een stichting op om kinderarbeid tegen te gaan. De Eliminating Child Labour in Tobacco Growing Foundation (ECLT) moest zich volledig richten op het samenbrengen van belanghebbenden om kinderarbeid uit te roeien. In 2014 schaarden dertien tabaksbedrijven zich achter een pleidooi om kinderarbeid te stoppen. Onder de geldschieters van de stichting zitten Philip Morris, British American Tobacco, Imperial en Japan Tobacco International.

Niet genoeg

Maar uit de reportage van NPR blijkt dus dat kinderarbeid nog altijd wordt ingezet en dat de goede voornemens van de tabaksfabrikanten dus nog niet genoeg zoden aan de dijk hebben gezet. Ze doen er blijkbaar niet genoeg aan om ervoor te zorgen dat kinderen niet meer met tabaksplanten mogen werken. En zo lang dat het geval is, zouden we de producten van fabrikanten die hun tabak met kinderarbeid oogsten en verwerken, niet meer in de winkels moeten hebben liggen.

In Nederland is er op initiatief van Tweede Kamerlid Attje Kuiken al een wetsvoorstel gekomen om ervoor te zorgen dat producten die met kinderarbeid zijn vervaardigd niet meer ingevoerd kunnen worden. December 2017 zou er in de Eerste Kamer over deze Wet zorgplicht Kinderarbeid gedebatteerd worden. Dat is echter op instigatie van Kuiken uitgesteld. Op 3 juli heeft de Eerste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking de initiatiefneemster opgeroepen om niet langer te wachten met dit wetsvoorstel en voort te maken. In deze wet staat dat bedrijven, ook buitenlandse, die in Nederland goederen en diensten verkopen vanaf 2020 moeten verklaren dat zij al het nodige doen om kinderarbeid op elke plek in hun productieketen te voorkomen. Als na een klacht uit de daaropvolgende toetsing blijkt dat het bedrijf zijn verplichtingen onvoldoende is nagekomen, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Bestuurders van bedrijven die meerdere keren beboet zijn, kunnen strafrechtelijk worden vervolgd.

Zo snel mogelijk

Het is zaak dat deze wet er zo snel mogelijk komt, zodat Nederland de kans heeft om kinderarbeid op tabaksplantages tegen te gaan en de gezondheid van kinderen mede helpt beschermen. Bij het uitblijven van een beslissing over deze wet zouden we de producten van deze tabaksfabrikanten zelf moeten boycotten: de consument heeft immers de macht om met de portemonnee te kiezen. Kinderen hebben er wereldwijd recht op in goede gezondheid op te groeien. Dat zou niemand koud moeten laten.

tags:  kinderarbeid | politiek | recht | volksgezondheid