WHO: ‘Stel tabaksfabrikanten aansprakelijk voor gezondheidsschade’

dinsdag 22 november 2016

Vertegenwoordigers van meer dan 180 landen zijn eerder deze maand in New Delhi samengekomen voor een vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over de verdere implementatie van het internationale antirookverdrag FCTC. Aan het einde van de conferentie werd een verklaring aangenomen waarin onder meer staat dat tabaksfabrikanten aansprakelijk moeten worden gesteld voor de gevolgen van roken.

Door de webredactie

Zes dagen lang zaten vertegenwoordigers van 180 verschillende landen, waaronder Nederland, bij elkaar in de Indiase hoofdstad New Delhi om te vergaderen over het FCTC-verdrag. Al deze landen hebben het FCTC-verdrag ondertekend, een internationaal antirookverdrag dat onder de vlag van de Wereldgezondheidsorganisatie is opgesteld. Het verdrag is een protocol dat allerlei punten bevat die landen in eigen wetgeving moeten omzetten zodat de wereldwijde tabaksepidemie, die jaarlijks 6 miljoen mensen het leven kost, kan worden beteugeld. Het moet de tabaksindustrie zo moeilijk mogelijk gemaakt worden om kinderen aan het roken te krijgen. (Lees hier meer over het verdrag)
De WHO heeft erop gewezen dat het aantal doden ten gevolge van het roken van tabak nog altijd stijgende is. In 2030 zal tachtig procent van de tabaksdoden bovendien in de Derde Wereld vallen, waar relatief gezien nog weinig antirookmaatregelen zijn ingevoerd. De WHO zegt dat als er niets gebeurt, er in de 21ste eeuw in totaal 1 miljard mensen zullen overlijden aan de gevolgen van tabaksgebruik.

Nieuwe maatregelen

Eens in de twee jaar komen partijen bij elkaar om elkaar scherp te houden en nieuwe maatregelen voor te stellen om het FCTC-verdrag verder te implementeren. De Indiase conferentie was de zevende bijeenkomst. De vertegenwoordigers realiseerden zich dat de tabaksindustrie haar uiterste best deed om de conferentie bij te wonen om te proberen de uitkomst ervan te beïnvloeden. Aan het einde van de conferentie is er een verklaring aangenomen waarin staat dat de landen inzien dat de tabaksindustrie er alles aan doet om maatregelen die de verkoop van tabak bemoeilijken ongedaan te maken.
Desondanks blijken veel landen in de praktijk nog moeite te hebben om de tabakslobby op afstand te houden. Het FCTC-verdrag biedt hen handvatten daarvoor. Zo staat in artikel 5.3 van het verdrag dat overheden de industrie buiten de deur moet houden als ze antirookwetgeving maken, omdat de belangen van de industrie haaks staan op die van de volksgezondheid. In Nederland heeft Stichting Rookpreventie Jeugd om die reden al eens een zaak aangespannen tegen de overheid. Uit documenten die waren vrijgegeven na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, bleek dat de overheid veel te veel open stond voor de tabakslobby.

Aansprakelijk

In New Delhi hebben de partijen besloten te bestuderen of bijvoorbeeld ziektekosten ten gevolge van roken terug te vorderen zijn bij de industrie. Ook in breder verband zijn de partijen het eens geworden dat onderzocht gaat worden hoe de tabaksindustrie aansprakelijk kan worden gesteld voor de zeer schadelijke gevolgen van het gebruik van hun producten. De slotverklaring van de FCTC conferentie is een belangrijke steun in de rug voor de aanklacht tegen de tabaksindustrie die advocaat Bénédicte Ficq bij het Openbaar Ministerie heeft neergelegd. Als het Openbaar Ministerie inderdaad tot vervolging overgaat, kan Ficq mogelijk in 2018 bij de volgende FCTC-conferentie verslag doen over de uitkomst.

tags:  fctc | verdrag | WHO