Tabaksindustrie heeft grote invloed op vaststellen schadelijkheid sigaretten

maandag 18 december 2017

De tabaksindustrie heeft grote invloed op de officiële meetmethodes waarmee overheden het gehalte schadelijke stoffen in sigaretten controleren. Zeven van de negen leden van de werkgroep die adviseert over de keurmethode van sigaretten, worden geleverd door tabaksfabrikanten, zo ontdekte TabakNee. Het tv-programma Radar Extra gaat vanavond dieper op de zaak in.

Door de webredactie

Het Nederlandse instituut voor normontwikkeling NEN stelt in opdracht van bedrijfsleven en overheid normen vast voor alle mogelijk zaken. Het instituut bewaakt ook in Nederland aanvaarde internationale (ISO, IEC) en Europese (EN) normen, naast de nationale NEN-normen. De normen worden in normcommissies vastgesteld, waarin normaal gesproken vertegenwoordigers van alle belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd. 

De laatste tijd is, onder invloed van de aangifte tegen de tabaksindustrie, veel aandacht voor de manier waarop de gehaltes aan teer, nicotine en koolmonoxide (TNCO) worden gemeten en hoe de tabaksindustrie door manipulatie van de sigarettenfilters die metingen weet te beïnvloeden.

De ophef was voor het RIVM, dat deze metingen uitvoert, aanleiding om in augustus op haar website hier extra uitleg over te geven. Het onderzoeksinstituut van de overheid concludeert daarin dat rokers bij normaal rookgedrag veel meer van de gevaarlijke stoffen binnenkrijgen dan bij de officiële metingen wordt gemeten. Dit is een gevolg van de gaatjes in de filters van sigaretten. Bij de metingen wordt daardoor extra lucht aangezogen. Rokers dekken de gaatjes af met hun mond en vingers, waardoor ze meer van de gevaarlijke stoffen binnenkrijgen en meestal meer dan de wettelijk toegestane norm. Dat maakt alle sigaretten die nu op de markt zijn tot illegale producten.

Zes van de tien

TabakNee ontdekte dat sigarettenfabrikanten niet alleen de sigaretten manipuleren, maar ook een dikke vinger in pap hebben bij het vaststellen van de officiële normen voor het meten van de TNCO-waarden in sigaretten. Het AVROTROS tv-programma Radar Extra doet vanavond in het tweede deel van ‘Waar rook is: de macht van de tabaksindustrie’ uit de doeken hoe dit zit. Dagblad Trouw berichtte er vandaag ook al over.

Kort en goed komt het erop neer dat in de NEN-ISO-commissie die de Europese Commissie adviseert over de te gebruiken meetmethodes voor de inname van schadelijke stoffen door roken zeven van de negen leden vertegenwoordigers zijn van de tabaksindustrie. Het RIVM, dat de metingen uitvoert, en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, die toeziet op de naleving van de tabakswet, hebben elk een zetel in de commissie.

Canadese methode

In Canada wordt al langer een meer valide meetmethode gebruikt, waarbij de gaatjes in de sigarettenfilters worden afgeplakt. De metingen van TNCO-waarden met deze Canadese methode benaderen de werkelijke waarden die rokers binnenkrijgen veel beter. Het verschil tussen beide methodes is al langer bekend (zie ook de publicatie daarover op de website van het RIVM). Maar bij de herziening van de Europese Tabaksproductenrichtlijn in 2014 bleef de bestaande meetmethode gehandhaafd. Met andere woorden: de tabaksindustrie kon via haar dominante positie in de normen-commissie bewerkstelligen dat de meetmethode gehandhaafd bleef die ze al zo lang zo listig wist te manipuleren.

FCTC-verdrag

Een dergelijke invloed van de tabaksindustrie op het tabaksbeleid van de overheid is in strijd met het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (de Framework Convention on Tobacco Control, FCTC) van de Wereldgezongheidsorganisatie. Dit verdrag, medeondertekend door Nederland, schrijft voor dat overheden moeten voorkomen dat hun beleid inzake tabaksontmoediging op enigerlei wijze beïnvloed kan worden door de tabaksindustrie of haar handlangers.

Tegenover Trouw reageert het RIVM met de vaststelling dat het NEN losstaat van de overheid en vrij is te bepalen hoe de normencommissies worden samengesteld. Overheidsdienaren is het echter niet toegestaan om contact te hebben met vertegenwoordigers van de tabaksindustrie, met name wanneer zij beleid opstellen inzake tabaksontmoediging (zoals nog eens verduidelijkt in een brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid van september 2015).

Daarom stelt Reinskje Talhout, rookexpert bij het RIVM in Trouw: “Beleidsmakers, zoals de Europese Commissie, zouden meer dan nu kunnen aangeven aan welke voorwaarden dit soort meetmethodes, die in wetgeving worden opgenomen, moeten voldoen”. Inmiddels heeft de vorige staatssecretaris van VWS, Martin van Rijn, vlak voor zijn aftreden bij de Europese Commissie aangedrongen op een snelle invoering van de Canadese meetmethode in Europa.   

De uitzending van Radar Extra (NPO1, 20:30u) belicht ook nog andere manieren waarop de tabaksindustrie lobbyt en invloed uitoefent in Den Haag en Brussel.

 

tags:  fctc | gezondheidsschade | media | rivm | sjoemelsigaretten | tabaksindustrie