De logica van tabaksproducenten die hulpmiddelen gaan verkopen om te stoppen met roken

donderdag 31 augustus 2017

Bizar maar waar: nadat de FDA in de VS het roken aan banden legde, stapte de tabaksindustrie in de markt voor nicotinekauwgum en andere rookstopmiddelen. Veel gebruikers daarvan blijven namelijk stug doorroken.

Door de webredactie

‘Als iemand onze business afpikt, dan moeten we het zelf zijn.’ Onder dat motto is Big Tobacco in 2016 zelf in de business van nicotinevervangers gestapt. Toen die nicotinekauwgum en –pleisters in de jaren 80 van de vorige eeuw voor het eerst op de markt kwamen, was de tabaksindustrie er nog huiverig voor. Maar toen ze erachter kwam dat rokers de nicotinevervangers vaak combineren met sigaretten, in plaats van ze als vervanging te gebruiken, besloot de industrie zelf in deze markt te stappen.
Dat concluderen Dorie Apollonio en Stanton A. Glantz van het Center for Tobacco Control Research van de University of California in een vorige week in het American Journal of Public Health gepubliceerde studie. Voor het onderzoek bekeken de wetenschappers interne documenten van de tabaksindustrie uit de periode 1960 tot 2010. Daaruit bleek dat tabaksfabrikanten al in de jaren 50 nicotinevervangers ontwikkelden. Maar die brachten ze niet op de markt uit angst dat de Food and Drug Administation (FDA) dan wellicht op het idee zou komen om nieuwe regels te ontwikkelen voor de schadelijke sigaretten.

Niet effectief

Die angst dook weer op toen de farmaceutische industrie met nicotinekauwgum en –pleisters op de markt kwam. Maar in de jaren 90 ontdekten de sigarettenmakers dat de vervangende middelen helemaal niet zo effectief waren als ze niet onder goede begeleiding werden gebruikt. In plaats van te stoppen met roken, bleken veel mensen de kauwgum te gebruiken terwijl ze ook nog rookten. De sigarettenverkoop zakte niet plotseling in elkaar.
Nadat in 2009 de FDA inderdaad met nieuwe regelgeving voor sigaretten kwam, begonnen tabaksproducenten weer na te denken over het zelf op de markt brengen van nicotinevervangers. Een voorbeeld is Verve-nicotinekauwgum die door Nu Mark op de markt wordt gebracht met de bedoeling om rokers een alternatief te bieden op plaatsen waar niet mag worden gerookt. Nu Mark is een dochter van Altria, het moederbedrijf van Philip Morris. Altria sloot in 2012 ook een overeenkomst met het Deense Okono, producent van nicotinekauwgum en vloeistoffen voor e-sigaretten. Een ander voorbeeld is de overname van het Zweedse Niconovum door R.J. Reynolds.

Bizarre logica

In een stuk voor Knack schrijft expert tabakspreventie Luc Joosens naar aanleiding van het onderzoek: “Het verhaal van de bizarre logica is opgelost. Investeren in rookstop kan, als de sigarettenverkoopcijfers niet in gedrang komen. Een opening naar het beleid is mooi meegenomen. In mijn boek 'De tabakslobby in België’ leg ik uit waarom de tabaksgiganten twintig jaar geleden ook het plan hadden opgevat om preventiecampagnes op te zetten. Waarom zou de tabaksindustrie de jeugd willen weerhouden om te beginnen met roken? Dat is minder vreemd dan het klinkt: pak dat soort programma's onhandig aan en je weet zeker dat ze geen effect hebben.”

Op hun hoede

Overheden moeten op hun hoede zijn wanneer tabaksfabrikanten willen ‘helpen’, stelt Joossens. “Het is nooit vrijblijvend wanneer de tabaksindustrie een beleidspartner wil worden en voorstelt om preventie- of rookstopprogramma’s te financieren. Op het einde van de rit wensen ze steeds programma's die hun winsten niet aantasten en die zij kunnen meesturen. Het verhaal van de bizarre logica van de nicotinevervangers is hiervan een zoveelste illustratie.”