Gat in de wet: loods kan op zeeschip geen rookvrije werkplek afdwingen

maandag 21 augustus 2017

In Nederland staan niet-rokende registerloodsen niet zelden een hele dag op de brug van een schip omringd door drie of vier stevig rokende bemanningsleden. Omdat de loodsen zelfstandig ondernemers zijn die een overheidstaak uitvoeren, kunnen zij hier niets tegen doen. Alleen een aanpassing in de wet kan die situatie veranderen.

Door de webredactie

In Nederland heeft iedereen sinds 2004 recht op een rookvrije werkplek. Nou, iedereen? De wet geldt voor werknemers en bepaalt dat werkgevers voor een rookvrije werkomgeving moeten zorgen. Zelfstandig ondernemers vallen daar niet onder, maar zij kunnen zo nodig in de contractonderhandelingen bedingen dat op de plek waar zij werken niet wordt gerookt.

Tenzij je in die onderhandelingen niet vrij bent, zoals het geval is bij loodsen van het Loodswezen. Deze in 1988 geprivatiseerde dienst is een corporatie waarin ruim vierhonderd zelfstandige registerloodsen zijn verenigd. Per jaar verzorgen zij ruim 80.000 scheepsbewegingen van en naar Nederlandse havens en nog eens 10.000 naar Vlaamse havens. Omdat het in en uit de havens begeleiden van zeeschepen een essentiële staatstaak is, schrijft de wet de loodsen voor tegen welke tarieven en onder welke voorwaarden zij hun werk mogen doen.

Met andere woorden, de loodsen zijn niet vrij om de condities te bepalen in de contracten die zij met rederijen sluiten. Een gevolg daarvan is dat de loodsen niet, zoals collega’s in andere landen die in overheidsdienst werken, kunnen eisen dat zij in een rookvrije ruimte kunnen werken. En op de brug van zeeschepen wordt regelmatig stevig gerookt.

De hele dag in de rook

‘Ik sta niet zelden de hele dag in een kleine ruimte met drie of vier rokers om me heen die de ene na de andere sigaret opsteken’, vertelt een loods wiens gegevens bij TabakNee bekend zijn. ‘Ik maak me ernstig zorgen om mijn gezondheid, omdat ik hier niets tegen kan doen en volgens de Loodsenwet mijn werk niet mag onderbreken. Ik moet te allen tijde de kapitein blijven adviseren. Daardoor ben ik in feite gedwongen mij gedurende zes tot acht uur achtereen aan secundaire tabaksrook bloot te stellen. Het enige wat ik nu kan doen is de kapitein verzoeken om de brug rookvrij te houden. Soms geven ze daar gehoor aan, maar vaak ook niet. Zo’n Russische kapitein steekt er dan als antwoord pontificaal nog een op.’

Geen poot om op te staan

De loods kaartte de zaak bij verschillende instanties aan, waaronder de beroepsvereniging en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die toeziet op de naleving van de Tabakswet in Nederland. Ook vroeg hij advies bij zijn rechtsbijstandsverzekeraar.
‘Volgens mijn rechtsbijstand heb ik feitelijk geen poot om op te staan’, zegt de loods. ‘Een zeeschip is nu eenmaal grondgebied van haar vlaggenstaat. Hoewel de Nederlandse wetgeving wel geldig is aan boord van schepen onder een buitenlandse vlag die zich in Nederlandse territoriale wateren bevinden, zijn wij als Nederland altijd het braafste jongetje van de klas. De overheid durft hierin geen hard standpunt in te nemen, waardoor de kapitein van het zeeschip het laatste woord heeft. Hierdoor moet ik mij dus blootstellen aan ernstige gezondheidsrisico's, iets wat ik gelijkstel aan systematische mishandeling.’

Machteloze aanbeveling

De kwestie is in het verleden al wel onderwerp van discussie geweest binnen de beroepsgroep, wat in 2007 resulteerde in de publicatie van een zo te zien vrij machteloze aanbeveling van de Europese loodsenassociatie EMPA, waarin wordt opgeroepen de geldende nationale wetgeving inzake roken in publieke of gesloten ruimten en op werkplekken na te leven. En ten tweede om de regels voor roken aan boord na te leven zoals die door de reder of de kapitein van het schip zijn vastgesteld. In de praktijk heeft de kapitein het laatste woord.

In Denemarken kan het wel

Dat het anders kan bewijst de praktijk in Denemarken, waar het loodswezen in 2013 werd geprivatiseerd. De situatie is vergelijkbaar met de Nederlandse, omdat ook hier de condities waaronder de loodsen werken in de wet vastliggen. Het verschil is dat de Deense loodsen in hun contracten met reders wel een rookvrije werkplek kunnen eisen.

‘In Nederland is wel vastgelegd dat ik recht heb op een maaltijd en koffie en thee, maar een gezonde werkomgeving ging klaarblijkelijk te ver’, stelt de loods. ‘Als een rookvrije werkplek wel in de overeenkomst zou staan, dan zou ik die kunnen afdwingen door mijn werk te onderbreken en bijvoorbeeld te weigeren te vertrekken vanaf de beloodsingsplaats.’ Volgens de loods prevaleren echter de commerciële belangen. ‘Het welzijn van de persoon achter de loods is in de Nederlandse regelgeving achtergesteld aan de economische belangen van de Nederlandse havens.’

tags:  bescherming | gezondheidsschade | rookvrij | Tabakswet