Big Tobacco zaait dood en verderf in Afrika, Azië en Latijns-Amerika

donderdag 20 juli 2017

Nu Big Tobacco langzaam maar zeker klandizie verliest in westerse landen, richt zij haar pijlen op nieuwe markten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Daarbij schuwen de tabaksgiganten geen enkel middel: reclame gericht op kinderen, omkoping en druk op politici en regeringen om af te zien van wet- en regelgeving ter ontmoediging van tabaksgebruik. Een overzicht.

Door de webredactie

‘De tabaksindustrie is verslaafd aan winst en verstoken van verantwoordelijkheid.’ Dat schreef Vera Luiza da Costa e Silva, hoofd van het secretariaat van de Framework Convention on Tobacco Control (FCTC) van de Wereldgezondheidsorganisatie eerder deze maand op Huffington Post. In het stuk somde zij de vuige praktijken van de tabaksindustrie op: ‘Haar tegenwerking tegen onderzoek naar de effecten van tabak, haar langjarige betrokkenheid bij tabakssmokkel, haar omkoping van regeringsambtenaren en andere pogingen om goede besluitvorming te verstoren en haar gebruik van kinderarbeid.’

Opkomende economieën

Terwijl de tabaksindustrie in westerse landen steeds meer aan banden wordt gelegd en er inderdaad langzaam maar zeker terrein verliest, verlegt zij haar onethische handel en amorele praktijken naar opkomende economieën.
Experts waarschuwen dat Afrika en het zuiden van Azië het nieuwe strijdtoneel vormen in de mondiale strijd tegen het roken gezien de demografische ontwikkelingen en de stijgende welvaart daar, stelde The Guardian recent vast. De tabaksindustrie is bezig dood en verderf te exporteren naar armere landen, schrijft de krant.

In Afrika zijn nu 77 miljoen rokers en de verwachting is dat dit aantal in 2030 met 40 procent zal zijn gestegen ten opzichte van 2010. Dat is de grootste groei waar ook ter wereld. Azië en Zuid-Amerika volgen met stip. Die nieuwe markten worden veroverd met de beproefde kwaadaardige methodes waar Da Costa e Silva ook aan refereerde: juridisch machtsvertoon, tegenwerken van beleid, omkoping en marketing gericht op kinderen.

Juridisch machtsvertoon

Via juridische weg trachten de tabaksproducenten met hun onuitputtelijke financiële reserves wetgeving die het tabaksgebruik moet tegengaan te vertragen en tegen te houden. Niet zelden is alleen het dreigen met kostbare rechtszaken genoeg om te zorgen dat regeringen van armere landen afzien van voorgenomen beleid.

Uruguay in Zuid-Amerika kon de druk met hulp van de stichting van voormalig burgemeester Bloomberg van New York weerstaan en won het uiteindelijk van Philip Morris International. Bloomberg Philantrophies heeft met de Bil land Melinda Gates Foundation een fonds gesticht om ook andere arme landen te ondersteunen in de strijd tegen de tabaksindustrie.
In Kenya lukt het British American Tobacco (BAT) echter al 15 jaar om wetgeving die de promotie en verkoop van sigaretten aan banden moet leggen tegen te houden.
In Oeganda begon BAT in november 2016 een proces tegen de regering met als argument dat de in 2015 in werking getreden Tobacco Control Act in strijd zou zijn met de grondwet. Grotere gezondheidswaarschuwingen op sigarettenverpakkingen die in het westen inmiddels gemeengoed zijn, zouden hier een oneerlijke inbreuk op de vrije handel zijn.

Vrijwillige maatregelen

Tabaksfabrikanten propageren ondertussen vrijwillige maatregelen of komen zelf met voorstellen voor wetgeving die vooral gunstig is voor de industrie. In Nederland stelde de tabaksindustrie bijvoorbeeld voor om de leeftijdsgrens voor tabak te verhogen naar 18 jaar. Daarmee wekte zij de schijn het jeugdroken tegen te willen gaan, wetende dat het verkoopverbod de sigaretten voor jongeren alleen maar spannender maakt.
Overheden worden verder op alle mogelijk manieren beïnvloed. De industrie besteedt miljoenen aan een geraffineerde lobby, waarbij politici en overheidsfunctionarissen worden ingepalmd, omgekocht en bewerkt. The Guardian haalt een klokkenluider aan die stelt dat hij zelf smeergeld betaalde en dat BAT ambtenaren in Burundi, Rwanda en de Comoren had omgekocht.

Economische druk

Regeringen worden ook onder druk gezet met economische argumenten. Tabaksproducenten laten zich voorstaan op hun bijdrage aan de economie om zo onwelgevallige wetgeving tegen te houden. In 2014 schreef de managing director van BAT in Oeganda in een brief aan het parlement, waar op dat moment de Tobacco Control Act werd besproken, dat BAT 18.000 boeren in 2013 in totaal 61 miljard Oegandese shilling had betaald voor 16,8 miljoen kilo tabak. ‘Dit heeft bijgedragen aan het verlichten van de armoede en het verbeteren van de welvaart in stedelijke en landelijke gebieden’, aldus de tabaksfirma.

Losse sigaretten

De tabaksbedrijven maken gebruik van de grote verscheidenheid aan regelgeving in Afrikaanse landen en de beperkte middelen om de marketingpraktijken van de tabaksindustrie te bestrijden, constateerden onderzoekers van de University of Washington in Seattle in april. Het grote aantal kinderen in Afrika – en in Azië en Latijns-Amerika – is een makkelijke prooi voor de industrie. Regelgeving verbiedt in de meeste landen weliswaar de verkoop van losse sigaretten, maar recent onderzoek van Amerikaanse en Kenyaanse onderzoekers wees uit dat overal langs de routes die kinderen lopen naar hun basisscholen verkopers losse sigaretten aanbieden.
Stalletjes langs de weg verkopen losse sigaretten van BAT’s merken Dunhill, Embassy en Safari voor een paar cent, samen met snoep en frisdrank. ‘De verkopers richten zich op kinderen’, zegt Samuel Ochieng, chief executive van het Consumer Information Network in Kenya dat aan het onderzoek deelnam. ‘Ze mixen sigaretten met snoep en verkopen langs de routes naar scholen.’

Vermoorde onschuld

BAT, dat in Kenya een marktaandeel van 70 procent heeft, speelt tegenover de krant de vermoorde onschuld en stelt dat het liever had dat de verkopers hele pakjes verkochten. “Wereldwijd hanteren wij strikte regels voor het niet verkopen van onze producten aan retailers in de buurt van scholen. BAT Kenya ondersteunt veel van deze onafhankelijke verkopers, inclusief het hen voorzien van stalletjes in non-corporate kleuren, en het aanleveren van informatie over rookpreventie onder jongeren en gezondheidswaarschuwingen. We leiden de verkopers ook op om geen tabaksproducten te verkopen in de buurt van scholen.’

Kindermarketing

Ondertussen gaat de verkoop van losse sigaretten onverminderd door. Het Africa Centre for Tobacco Research and Policy Research bericht over een rapport van de Africa Tobacco Control Alliance waarin agressieve marketing wordt vastgesteld van tabaksfirma’s gericht op kinderen in vijf onderzochte Afrikaanse landen: Benin, Burkina Faso, Kameroen, Nigeria en Oeganda. In alle vijf de landen vonden de onderzoekers verkooppunten van tabak binnen 100 meter van scholen. Ook werden tabaksreclame en –promotie, verkoop van losse sigaretten, verkoop van kindvriendelijke sigaretten met smaakjes, en andere inbreuken op vigerende wetten geconstateerd.
In de winkels en stalletjes rondom scholen wordt volop reclame gemaakt voor tabak. In de winkels gebeurt dat op en rond de toonbanken, op de winkeldeuren en –ramen, op gebouwen, en parasols en via verkoopmeisjes. Kinderen worden ook misleid doordat de sigaretten naast snoep en koekjes worden uitgestald.

Sigaretten met smaakjes

In alle vijf de landen werden de sigaretten ook per stuk verkocht. Dat maakt de sigaretten niet alleen bereikbaar voor jonge kinderen, het geeft ze ook de gelegenheid om te roken zonder het risico door ouders betrapt te worden op het bezit van sigaretten.
In drie van de vijf landen (Benin, Kameroen, Oeganda) kunnen kinderen bovendien sigaretten met toegevoegde smaakjes kopen. Zulke sigaretten met bijvoorbeeld aardbeien- of chocoladesmaak maskeren de scherpe smaak van nicotine en tabaksrook. In Benin waren smaaksigaretten te koop in alle winkels rondom scholen. In Oeganda was dat in ‘slechts’ een kwart van de winkels het geval.

Deze praktijken gaan in veel gevallen in tegen de lokale wetgeving. In Nigeria en Oeganda is tabaksreclame helemaal verboden, in Kameroen is buitenreclame voor tabaksproducten niet toegestaan. Benin en Nigeria hebben de verkoop van losse sigaretten verboden en in beide landen moeten winkels vermelden dat ze geen tabak aan minderjarigen mogen verkopen. Zulke informatie werd in niet een winkel aangetroffen. Verkoop van tabak aan minderjarigen is in Benin, Nigeria, Burkina Faso en Oeganda verboden. En in Oeganda zijn smaaksigaretten verboden.

De grote tabaksbedrijven, met name BAT en Philip Morris International, en de retailers die zij bevoorraden en aansturen hebben daar echter lak aan. Precies wat hoofd van het FCTC-secretariaat Da Costa e Silva zegt: verslaafd aan winst en verstoken van verantwoordelijkheid.