Tabaksverslaving treft vooral armere mensen

zondag 25 juni 2017

De kloof tussen armere en rijke rokers in Amerika is nog nooit zo groot geweest. Dit wordt vooral gestimuleerd door tabaksfabrikanten, die hun marketing richten op de have nots en proberen antirookwetgeving te frustreren. Ook in Nederland neemt de kloof toe.

Door de webredactie

Het aantal Amerikanen dat rookt is nog nooit zo laag geweest. Doordat veel Amerikanen nooit zijn begonnen met roken of er inmiddels mee zijn gestopt zijn er miljoenen mensenlevens gered. Gemiddeld steekt nog 15 procent van de bevolking regelmatig een sigaret op, terwijl dat in 2005 volgens het Centers for Disease Control and Prevention (CDC) nog 21 procent was. De daling is een hoopvol gevolg van antirookmaatregelen die door de jaren heen zijn ingevoerd. Maar deze cijfers verhullen de enorme verschillen in rookprevalentie tussen arm en rijk en tussen laag en hoger opgeleide mensen.

Sociaaleconomische verschillen

Nog nooit zijn de sociaaleconomische verschillen in rookgedrag zo groot geweest, schrijft The Washington Post. Van de Amerikanen die alleen een Highschool-diploma hebben rookt bijvoorbeeld 40 procent. In rurale gebieden, waar het merendeel van de arme bevolking woont, worden als gevolg hiervan 18 tot 20 procent meer diagnoses van longkanker gesteld dan in stedelijke gebieden.

Gerichte marketing

Gezondheidsexperts verklaren de grotere rookprevalentie onder laagopgeleiden door te wijzen op het feit dat tabaksfabrikanten hun marketingpijlen vooral op hen richten. Dat maakt het moeilijker deze groep te bereiken en te behoeden voor een nicotineverslaving. Bovendien is het politiek gezien moeilijker geworden om aandacht te vragen voor de problematiek rond roken. Mensen die in rijkere gebieden wonen, hebben volgens The Washington Post het idee dat roken allang geen probleem meer is, omdat ze om zich heen maar weinig mensen een sigaret zien opsteken. Waarom zou er dus nog geld naar antirookcampagnes moeten gaan?

Eigen schuld

Robin Koval, president van antirookgroep The Truth Initiative zei tegen The Washington Post: “De neiging bestaat ook om de mensen die nog roken daar zelf de schuld van te geven: je doet het zelf, je bent gewoon niet sterk genoeg om te stoppen.” Daarbij wordt volgens hem te weinig rekening gehouden met de hoeveelheid geld die tabaksfabrikanten uitgeven om antirookmaatregelen in armere gebieden tegen te houden of af te zwakken.
Sigaretten zijn door tabaksfabrikanten willens en wetens extra verslavend gemaakt, waardoor het veel moeilijker is om te stoppen. Koval voegt toe: “Armere mensen roken niet omdat er iets met hen is, maar omdat hun gemeenschappen niet beschermd zijn zoals de rijkere. Ze hebben geen goede toegang tot gezondheidszorg of stoppen-met-roken-programma’s.”

Nederland

Ook in Nederland is er een verschil tussen aantallen rokers met verschillende sociaaleconomische achtergronden. Uit een onlangs gepresenteerde fact-sheet van het Trimbos-instituut blijkt dat het tabaksontmoedigingsbeleid van de overheid ook bij ons vooral effect heeft gehad op het aantal rokers onder hoger opgeleiden. De maatregelen hebben minder kans van slagen bij lager opgeleide rokers, waardoor de kloof tussen het aantal armere en rijkere rokers verder is toegenomen.

De overheid kan daar verandering in brengen door te focussen op een aantal ontmoedigingsmaatregelen die specifiek effect hebben op het tabaksgebruik van lager opgeleiden. De genoemde factsheet maakt duidelijk dat overheidsmaatregelen als accijns- en prijsverhogingen én rookverboden het grootste effect op lager opgeleide rokers hebben.