Vonnis in VS steun in de rug voor Nederlandse strafzaak tegen tabaksindustrie

vrijdag 21 april 2017

Een rechtbank in Florida heeft tabaksfabrikanten Philip Morris en Liggett veroordeeld tot een schadevergoeding van 35 miljoen dollar. Zij werden aansprakelijk gesteld voor de gezondheidsschade die longpatiënt Richard Boatright heeft opgelopen. De jury achtte het onder meer bewezen dat de fabrikanten hebben samengezworen om fraude te plegen en zo consumenten te misleiden. Dit vonnis is bemoedigend voor Annemarie van Veen, die via een vergelijkbare zaak in Nederland aandacht vraagt voor de praktijken van de tabaksindustrie.
Door de webredactie

Ooit was Richard Boatright een professionele ballroom danser. Zijn beroep veronderstelt een goede conditie, maar toen hij 39 jaar oud was bleek hij de longen van iemand van 88 te hebben en kreeg hij de diagnose COPD. De oorzaak: hij had vanaf zijn twaalfde gerookt. Als klein jongetje trapte hij in de val van de tabaksindustrie die haar marketingpijlen ook toen al op jongeren had gericht. Hij trof de reclames van de Marlboro Man, de stoere cowboy, op zijn pad. Van 1966 tot 2004 rookte Boatright zo’n 25.000 pakjes sigaretten, bijna 2 pakjes per dag, vooral Marlboro (van fabrikant Philip Morris) en af en toe het merk Liggett.
Hoewel hij alles in het werk stelde om te stoppen met roken, lukte het hem niet. Therapie, hypnose, kauwgom: niets hielp. Telkens weer won de nicotineverslaving. Uiteindelijk moest Boatright op zijn 61e twee longtransplantaties ondergaan.

Aansprakelijkheid

Boatright bracht Philip Morris en Liggett voor de rechter om de aansprakelijkheid van de fabrikanten voor zijn verslaving bespreekbaar te maken. In Nederland probeert Annemarie van Veen via een vergelijkbare zaak aandacht te vragen voor de praktijken van de tabaksindustrie, die hun producten met opzet zo verslavend mogelijk maken. Via de website Sick of Smoking kreeg zij al meer dan 22.000 steunbetuigingen.

Opzet

Nadat Boatright de zaak in 2014 won ging de industrie in hoger beroep voor het District Court of Appeal in Florida. Deze maand bleek dat de rechter ook in hoger beroep opnieuw bewezen acht dat de tabaksindustrie met opzet verslavende en dodelijke sigaretten heeft ontwikkeld en vijftig jaar lang heeft samengezworen om de gevaren van het roken voor het publiek te verbergen. De fabrikanten investeerden miljarden dollars om verslaving aan nicotine te bevorderen zodat er meer sigaretten verkocht zouden worden. De zucht naar blijvende en groeiende winsten maakte dat men steeds op zoek ging naar nieuwe rokers. De producenten mikten daarbij doelbewust op jongeren. In interne documenten van de tabaksindustrie worden jongeren ‘vervangende rokers’ en ‘oogst’ genoemd, die binnengehaald moesten worden.

Twijfel als product

Het District Court of Appeal achtte in de zaak Boatright versus de tabaksfabrikanten ook bewezen dat de industrie lang informatie over de gevaren van nicotineverslaving en roken heeft verdraaid en/of weggelaten. De bedrijven spraken onderling af om twijfel te zaaien rond onderzoek van wetenschappers die rokers waarschuwden voor de gezondheidsgevaren. In interne documenten van Philip Morris wordt gesproken over ‘twijfel is ons product’. De gezaaide twijfel gaf rokers een op valse informatie gebaseerd excuus om niet te stoppen. Ook de poging van de industrie om filtersigaretten in de markt te zetten als veiliger alternatief voor de gewone sigaret, werd beoordeeld als ondeugdelijke informatie. Dat gebruikers van filtersigaretten juist meer teer en andere kankerverwekkende stoffen binnen krijgen dan rokers van ongefilterde sigaretten werd door de industrie nota bene verzwegen.

Criminele activiteiten

Annemarie van Veen, die de tabaksindustrie in Nederland voor de strafrechter wil dagen, gebruikt in haar zaak dezelfde argumenten. Anders dan Boatright, die een civiele procedure voerde tegen Big Tobacco, diende Annemarie van Veen een strafklacht in bij het Openbaar Ministerie. Zij is niet uit op een schadevergoeding maar wil wél dat de criminele activiteiten van de tabaksindustrie aan de kaak worden gesteld en dat de misleiding door de fabrikanten ophoudt.