Onderzoek: Meer dan helft investeerders heeft geen tabaksbeleid

maandag 06 maart 2017

UPDATE 12-05-2017

De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) heeft in samenwerking met de Hartstichting onderzocht hoe Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars, vermogensbeheerders en banken omgaan met investeringen in een schadelijke product als tabak. Meer dan helft blijkt geen beleid te hebben.
Door de webredactie

“We zijn ervan overtuigd dat verzekeringen een positieve rol kunnen spelen in de maatschappij en dat verzekeraars onderdeel van de oplossing kunnen zijn als het gaat om ziektepreventie en de bescherming van onze cliënten.” Dat stelde Thomas Buberl, bestuursvoorzitter van verzekeraar Axa-IM. Peter Bergdorff van Pensioenfonds PFZW vroeg zich af: “Hoe kunnen wij mensen ziek maken met onze investeringen als onze deelnemers zich inzetten om ze juist beter te maken?” PFZW stopte in 2013 met tabaksinvesteringen.

Twee voorbeelden van grote investeerders die zijn gestopt met het beleggen in tabak. De enige Nederlandse vereniging die opkomt voor de belangen van duurzame investeerders, de VBDO, onderzocht in samenwerking met de Hartstichting hoe Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars, vermogensbeheerders en banken omgaan met investeringen in een schadelijke product als tabak. Uit hun rapport Tobacco, business as usual? blijkt dat de twee genoemde organisaties voorlopen op hun collega’s. Meer dan de helft (53%) van alle de investeerders blijkt geen beleid te hebben voor tabaksinvesteringen.

Verschillen

Daar zitten wel grote verschillen in. Onder pensioenfondsen is dat 73% terwijl maar 9% van de verzekeringsmaatschappijen geen afwijzend of een vermijdend beleid voor tabaksinvesteringen hebben.
VBDO benaderde vijftig Nederlandse pensioenfondsen, dertig verzekeringsmaatschappijen, negen banken en zeventien vermogensbeheerders met een vragenlijst over hun tabaksbeleid. Van hen reageerden dertig pensioenfondsen, elf verzekeringsmaatschappijen, zes banken en acht vermogensbeheerders. Samen goed voor het beheer van 2781 miljard euro (2,7 triljard euro).
Of de non-responders wel of niet in tabak beleggen, daar geeft het rapport geen uitsluitsel over. Het is aannemelijk dat vooral de bedrijven wiens geweten schoon is gereageerd hebben, waardoor de gegevens in dit rapport hoogst waarschijnlijk een onderschatting zijn van het aantal tabaksbeleggingen.

Geen beleggingen in tabak

Onder verzekeraars voert 91% een beleid waarbij niet in tabak wordt belegt. Omdat zij gezondheidsverzekeringen verkopen, vinden zij dit niet ethisch, zo meldt het rapport. De pensioenfondsen die de oudedagsvoorziening van werknemers in de gezondheidszorg beheren hebben eenzelfde beleid.

Willens en wetens

Het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, dat de pensioenen van o.a. artsen beheert, is niet opgenomen in het rapport. Dat zij willens en wetens vast blijven houden aan investeringen in de tabaksindustrie, kwam wel eerder uitgebreid aan bod op TabakNee. (Lees meer hier, een interview met voorzitter Corien Wortmann hier en een profiel over haar hier.

Mythes

VBDO ontdekte dat zij die wel investeren in tabak vier redenen aandroegen om hun beleid te verantwoorden. VBDO noemt dit mythes, omdat de waarheid anders in elkaar zit. Hieronder leest u deze mythes en de reactie daarop in het rapport:

1) Tabak blijft een solide investering en zal ook in de toekomst winst opleveren.

Dat valt te betwijfelen: hoewel tabaksinvesteringen altijd veel hebben opgeleverd, komt tabak onder druk te staan. In westerse landen neemt het aantal rokers af. Meer dan 180 landen hebben het internationale FCTC-verdrag ondertekend met antirookmaatregelen. Zelfs in China, de grootste consument van tabak, is het aantal rokers voor het eerst in twintig jaar dalende. Daarbij komt de tabaksindustrie onder druk te staan omdat zij de ene na de andere rechtszaak voor haar kiezen krijgt omdat ze de gezondheidsschade van roken jarenlang verbloemd hebben.

2) Roken is een vrije keuze. Daarom is het niet onethisch om in tabak te investeren.

Wat tabak onderscheidt van andere ‘verslavende’ middelen als bijvoorbeeld alcohol, is dat het meteen schadelijk is en extreem verslavend. In Nederland willen 80 procent van de rokers stoppen. De helft van de rokers probeert dat jaarlijks. Negentig procent van de stoppers steken binnen een jaar weer een sigaret op. Roken is zo verslavend dat zelfs als men volledig bekend is met de schadelijke gevolgen (de helft van de rokers overlijdt voortijdig), het stoppen nog niet lukt. Roken is dus niet zomaar een ‘vrije keuze’.

3) De enige zorgen over de duurzaamheid van de tabakssector gaan over gezondheid.

De tabakssector neemt niet alleen problemen voor de volksgezondheid met zich mee. In de productieketen van tabak komt regelmatig kinderarbeid voor. Ook heeft het kweken van tabak grote gevolgen voor het milieu. Het kweken van tabak put de grond uit, waardoor er meer nieuwe grond nodig is. Dit leidt tot ontbossing. Ook worden er heftige pesticiden gebruikt op tabaksplantages, wat bijdraagt aan milieuvervuiling.

4) Investeerders denken dat ze zonder tabak niet in het beste belang van hun klanten handelen.

Investeerders denken dat hun verplichting zit in handelen in het beste financiële belang van hun klanten. Maar uit het rapport ‘Fiduciary duty in the 21st century’ van Principles of Responsible Investment (PRI) blijkt dat dit handelen geen obstakel hoeft te zijn om sociale, milieu en gouvernementele zaken mee te wegen. Volgens artikel 20 uit een nieuwe Europese Richtlijn, die IORP2 heet, mogen pensioenfondsen de langetermijneffecten van hun investeringen op sociaal, milieu en gouvernementeel gebied meewegen in hun beleid. Daardoor is er wel degelijk ruimte om ethische afwegingen te maken die uiteindelijk ook in het belang van een klant zijn.

Verbazingwekkend

VBDO geeft in het rapport handvatten aan investeerders om zelf beleid te gaan ontwikkelen én raadt aan dat ook te doen. Tabak doodt jaarlijks in Nederland 20.000 mensen en wereldwijd 6 miljoen. VBDO-directeur Angélique Laskewitz in het rapport: “Het is verbazingwekkend dat nog een flink aantal investeerders investeringen in tabak zien als ‘business as usual’, terwijl de samenleving en politiek de verkoop en het gebruik van dit product proberen te bemoeilijken.”

Kanttekening

De onderzoekers meldden in een kanttekening bij het rapport dat er sprake is van een waarschijnlijk licht positieve bias in de richting van beleggers: dat wil zeggen dat mogelijk vooral beleggers aan het onderzoek hebben meegedaan die al wél beleid hebben voor beleggen in de tabaksindustrie.

Waarop baseert VBDO deze bias precies? “De bias bestaat omdat we in eerste instantie een grotere groep hebben gevraagd mee te werken en het mogelijk kan zijn dat de deelnemende beleggers reeds een beleid hebben”, antwoordt VBDO-woordvoerder Sigi Simons. “De beleggers die niet reageerden kunnen daarvoor hebben gekozen omdat zij helemaal geen beleid hebben tot nu toe.” En op basis daarvan concluderen de onderzoekers dat het een kleine positieve bias is, en geen grote? Simons: “Het antwoord op de vraag waar precies de grens tussen een grote en kleine bias ligt bij de onderzoekers en moet ik u op dit moment even schuldig blijven.”

Hierdoor is het beeld dat het onderzoek schetst van de aandacht die beleggingsfondsen aan investeringen in de tabaksindustrie besteden helaas niet compleet.