Kleine winkeliers botsen met supermarkten over afdekken sigaretten

dinsdag 27 december 2016

De branchevereniging voor tabakswinkeliers NSO is boos op de vereniging voor de supermarkten CBL over de invoering van een displayban. Samen moesten ze een convenant opstellen over een manier om tabaksproducten uit het zicht te verkopen. Omdat ze er niet uit kwamen, dwingt staatssecretaris Van Rijn het nu af met wetgeving. De kleine winkeliers vinden dat zij daardoor onevenredig de klos zijn.
Door de webredactie

Tot 15 december hadden de verkopers van tabak de tijd om tot een convenant te komen over een displayban, het verwijderen van tabaksproducten uit de winkelschappen. Met deze maatregel moet roken verder worden ontmoedigd. Als de pakjes niet te zien zijn, zo is het idee, kan er geen aantrekkende werking van uitgaan. De Tweede Kamer had in juli 2015 een motie van de Kamerleden Volp (PvdA) en Dik-Faber (CU) over het convenant aangenomen. Staatssecretaris Van Rijn gaf de betrokken partijen telkens weer extra tijd om het convenant uit te onderhandelen. Tevergeefs, want de december-deadline passeerde en de partijen konden niet tot een overeenkomst komen. Uiteindelijk werd er middels een motie bepaald dat er in dat geval wetgeving moest komen om een displayban af te dwingen. Onlangs kondigde staatssecretaris Van Rijn aan deze wetgeving voor te gaan bereiden.

Welwillend

Supermarkten hadden zich bij monde van hun branchevereniging CBL (Centraal Bureau Levensmiddelen) welwillend opgesteld, zo waren de berichtgevingen in de media. Ze wilden tabak uit het zicht gaan verkopen, zodat een klant voortaan om sigaretten zou moeten vragen, waarna een medewerker het bijbehorende pakje uit een kast zou moeten opsnorren. Maar de supermarkten stelden wel een voorwaarde: ze wilden deze maatregel alleen gaan uitvoeren als àlle verkopers van tabak hetzelfde zouden gaan doen.
Daar zat hem de crux. De andere verkopers van tabak zijn de kleine tabakswinkeliers en de benzinestations. Zij claimen een grotere afhankelijkheid van tabaksverkoop voor hun omzet dan de supermarkten, die veel meer verschillende producten verkopen. De kleinere winkeliers wilden hun waar niet zomaar uit de schappen gaan halen of af gaan schermen, waardoor het convenant er niet kwam.
Tegen Distrifood zegt Jos Zuijdwijk, voorzitter van de branchevereniging van de tabakswinkeliers NSO: “Tabakswinkels zijn bereid tot verminderde zichtbaarheid van tabaksproducten te komen door onder andere af te zien van gevelreclame maar in een tabakswinkel moet het product gewoon zichtbaar zijn.”

Breuk

De breuk in het tabaksfront wordt extra zichtbaar in Zuijdwijk’s antwoord aan de supermarkten: “Wij zijn geen voorstander van het beperken van verkooppunten in een wet, maar als de supermarktondernemers dan echt zoveel op hebben met de gezondheid van jongeren, dan denk ik dat het meer zin heeft dat zij eens serieus na gaan denken over het stoppen van de verkoop van tabak in supermarkten. Dat heeft meer zin dan kleine ondernemers pesten.”
Daarmee neemt de NSO duidelijk afstand van hun eerdere opstelling: telkens als een inperking van verkooppunten ter sprake kwam, schaarde de NSO zich merkwaardigerwijs aan de kant van de supermarkten. Alle tabaksverkopers vormden zo steeds één front. De NSO sneed met deze opstelling haar achterban van kleine winkeliers keer op keer in de vingers. Immers, de meeste mensen kopen tabak in de supermarkt. Als supermarkten geen tabak meer zouden mogen verkopen, zou de achterban van de NSO het alleenrecht krijgen op de tabaksverkoop en een aanzienlijke omzetstijging kunnen bewerkstelligen.

Platform

Waarom de NSO echter tot op heden toch koos voor één front met het CBL, blijkt uit een serie artikelen op deze site. Het CBL en de NSO delen eenzelfde adres in Leidschendam én eenzelfde postbus (nummer 262). Ook zijn alle verkopers van tabak (kleine winkeliers, supermarkten, benzinestations, sigarettenautomaten) verenigd in het Platform Verkooppunten Tabak. De opstelling van de NSO met betrekking tot het niet willen nastreven van een inperking van verkooppunten, kwam vooral ten goede aan de tabaksindustrie, die maar één doel heeft: op zoveel mogelijk plaatsen tabak kunnen verkopen. De industrie stelde zich op haar beurt zeer welwillend op naar de NSO door acties van de kleine winkeliers te sponsoren. Dit bleek al uit onderzoek van Vrij Nederland in 2013 .

Ommedraai

Maar nu supermarkten zich niet solidair met de tabaksverkopers hebben getoond in de onderhandelingen rond de displayban, lijkt het front gebroken en laat NSO-voorzitter Zuijdwijk zijn masker vallen: een inperking van verkooppunten moet mogelijk zijn.
Zijn ommedraai is ongetwijfeld met gejuich zijn ontvangen door zijn achterban. Maar belangrijker is dat een inperking van het aantal verkooppunten de tabaksontmoediging zeer ten goede komt. Als alleen de kleine tabakswinkeliers tabak mogen verkopen, wordt het aantal verkooppunten verkleind van naar schatting 30.000 tot zo’n 1500. Dat betekent dat de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit eindelijk effectief kan gaan controleren of de wettelijke leeftijdsgrens bij de verkoop van tabak wordt gerespecteerd. Een sluitende controle op leeftijdshandhaving bleek door het enorme aantal verkooppunten en een beperkt aantal controleurs tot nu toe onmogelijk.
Als jongeren niet meer zo makkelijk aan tabaksproducten kunnen komen, zal dat ook flink uitmaken in het toekomstig aantal tabaksverslaafden en aan tabaksrook gerelateerde ziektes. De nieuwe houding van NSO-voorzitter Zuijdwijk zorgt er daarmee onbedoeld voor dat niet alleen de tabakswinkeliers winnen, maar de gehele Nederlandse volksgezondheid.

UPDATE 29-12-2016: Ook de branchevereniging van benzinepomphouders is boos op de supermarkten, zo blijkt uit een artiekl op Tankpro.nl. Lees het hier.